Antonie Cramer
| Antonie Cramer | ||
|---|---|---|
![]() | ||
Portret van Antonie Cramer, met handtekening | ||
| Persoonlijke gegevens | ||
| Volledige naam | Antonius Cramer | |
| Geboortedatum | 13 juli 1822 | |
| Geboorteplaats | Winschoten | |
| Overlijdensdatum | 1 januari 1855 | |
| Overlijdensplaats | Groningen | |
| Land | ||
| Nationaliteit | Nederlandse | |
| Beroep | arts | |
| Religie | Nederlands Hervormde Kerk | |
| Lid van | Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen, Provinciaal Utrechts Genootschap van Kunsten en Wetenschappen, Het Genootschap ter bevordering van Natuur- Genees- en Heelkunde, Koninklijke Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen | |
| Academische achtergrond | ||
| Alma mater | Hogeschool Groningen | |
| Promotor(s) | August Arnold Sebastian | |
| Wetenschappelijk werk | ||
| Vakgebied(en) | Geneeskunde - oogheelkunde | |
| Universiteit | Hogeschool Groningen | |
| Prijzen en erkenningen | Gouden medaille Koninklijke Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen (2x) | |
| Bekende werken | Het accomodatie-vermogen der oogen, physiologisch toegelicht (1953) | |
| Dbnl-profiel | ||
Antonius (Antonie) Cramer (Winschoten, 13 juli 1822 - Groningen, 1 januari 1855) was een Nederlands arts.[1][2] Hij leverde een belangrijke bijdrage aan het onderzoek naar het accommodatievermogen van het oog en had een rol in de ontwikkeling van de oftalmoscoop.[3][4][5]
Biografie
Jeugd en opleiding
Antonie Cramer werd op 13 juli 1822 in Winschoten geboren als zoon van de hervormde predikant Pieter Nannings Cramer (1790-1868), die daar destijds verbonden was aan de Marktpleinkerk. In 1825 werd vader voorganger van de Sebastiaankerk, waarna het gezin naar Warffum verhuisde. Cramer volgde zijn eerste opleiding aan de Latijnse school in Winschoten, onder meer bij oprichter en onderwijskundige Michiel Jan Noordewier. Hij vervolgde zijn studie in Groningen, waar hij zich in een apotheek verder ontwikkelde in de fysische chemie en de farmacie.[6] Vanaf 1 oktober 1839 studeerde Cramer geneeskunde aan de Hogeschool Groningen. Op 21 december 1844 promoveerde hij onder hoogleraar August Arnold Sebastian op een proefschrift over de ziekte van Bright (een verouderde term voor nefritis), over de aanwezigheid van albumine in speeksel en zweet.[7] In 1845 vestigde Cramer zich als arts in Warffum; vanaf 1846 mocht hij zich chirurg en verloskundig arts noemen.
Gezinsleven en academische carrière
Op 8 maart 1847 trad Cramer in Groningen in het huwelijk met Fenna Gezina Edelinck, dochter van een advocaat en notaris, en het echtpaar vestigde zich in de stad.[8] Ze kregen in november van dat jaar een zoon, Pieter Nannings Cramer (1847-1909), die doctor in de wis- en natuurkunde in Parijs werd.[9][10]
Vanwege zijn zwakke gezondheid was het voor Cramer niet mogelijk zich actief bezig te houden met de chirurgie en verloskunde, daarom richtte hij zich onder meer op de interne geneeskunde en oogheelkunde. In 1850 ontving hij van de Koninklijke Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen (KHMW) in Haarlem een gouden medaille voor zijn bijdrage Over de plantaardige vormingen bij den Favus, vooral in hare betrekking tot deze ziekte, over schimmelvorming bij favus en de betekenis daarvan voor de ziekte. Een jaar later werd hij samen met Levy Ali Cohen genoemd als hoogleraar op de leerstoel “algemene, speciële en experimentele fysiologie”, een positie die vanwege de onervarenheid van Cramer uiteindelijk gegund werd aan Izaac van Deen.[11]
_(14784153372).jpg)
Cramer vergaarde internationaal aanzien met zijn onderzoek naar het accommodatievermogen van het oog. In 1850 liet hij de Groningse instrumentenmaker Willem Deutgen een oftalmoscoop maken, een instrument waarmee hij met een microscoop het werkende oog kon bestuderen. Hij kon daarmee bewijzen dat het oog zich door middel van de lens scherpstelt.[4] Voor zijn ontdekking ontving Cramer in 1952 een tweede gouden medaille van de KHMW.[3]
De Duitse medicus en uitvinder van de oftalmoscoop Hermann von Helmholtz deed op hetzelfde moment een soortgelijke ontdekking, die hij in februari 1853 meldde bij de Berlijnse Academie van Wetenschappen. Op dat moment had Cramer nog niets gepubliceerd over zijn ontdekking, maar dankzij de bemoeienis van Cramers leermeester Frans Donders kreeg hij toch de ontdekking op zijn naam.[5] Dat jaar werd ook zijn werk Het accomodatie-vermogen der oogen, physiologisch toegelicht uitgegeven. De Oostenrijkse oogarts Karl Stellwag von Carion, bekend van het Teken van Stellwag, prees hem in 1855 uitgebreid in zijn voorwoord van de Duitse vertaling van het boek, wat Cramer ook internationale aandacht opleverde. [6][12]
Overlijden
Op 1 januari 1855 overleed Antonie Cramer na een kort ziekbed op 32-jarige leeftijd. Hij werd op 5 januari onder grote belangstelling begraven op de Zuiderbegraafplaats, waar onder andere hoogleraren en collega’s bij aanwezig waren. Cramer was naast het KHMW ook lid van onder andere het Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen, het Provinciaal Utrechts Genootschap van Kunsten en Wetenschappen en het Amsterdamsch Genootschap ter Bevordering van de Genees-, Heel- en Natuurkunde.[6]
Bibliografie
.png)
Naast vertalingen en diverse publicaties in wetenschappelijke tijdschriften als de Algemeene konst- en letter-bode, het Nederlandsch Lancet en het Tijdschrift der Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst, werd van Cramer de volgende werken uitgegeven:[13]
- (la) Dissertatio inaug. de morbo Brightii illustrato observationibus in instituto clinico V. Cl. Sebastian factis de albumine in saliva et in humore perspirationis cutaneae (proefschrift, 1844), Hogeschool Groningen[14]
- Het accomodatie-vermogen der oogen, physiologisch toegelicht (1852), De Erven Loosjes, Haarlem[7]
- Over de plantaardige vormingen bij de Favus, vooral in hare betrekkingen tot deze ziekte (1853), Gebroeders Campagne, Tiel[15]
- Bijdrage tot de verklaring der zoogenaamde irradiatie-verschijnselen (1854), Alfred Wilhelm Volkmann/Nederl. Maatschappij ter bevordering der Geneeskunde, Amsterdam
- Ontleedkundige platen: Osteologie (1854), J. Oomkens, Groningen[13]
- (de) Physiologische Abhandlung über das Accomodationsvermogen der Augen (1855), Prätorius & Seyde, Leer
- ↑ Geboorteregister 1822. Groninger Archieven (15 juli 1822). Geraadpleegd op 29 december 2025.
- ↑ Overlijdensregister 1855. Groninger Archieven (2 januari 1855). Geraadpleegd op 29 december 2025.
- 1 2 Feringa, Zernike, and the Groningen tradition. Rijksuniversiteit Groningen - Universiteitsmuseum (2017), p. 13.
- 1 2 (en) A. Schett (1996). The Ophthalmoscope. Wayenborgh Publishing, p. 116. ISBN 9789062998913.
- 1 2 (en) P.T.V.M. de Jong (2020). The quest for the human ocular accommodation mechanism. Acta Ophthalmologica 98: 98-104
- 1 2 3 A.H. Swaagman (1855). Herinnering aan Antonie Cramer.
- 1 2 A. Cramer (1853). Het accommodatievermogen der oogen, physiologisch toegelicht. De Erven Loosjes.
- ↑ Huwelijksregister 1847. Groninger Archieven (8 maart 1847). Geraadpleegd op 29 december 2025.
- ↑ Geboorteregister 1847. Groninger Archieven (25 november 1847). Geraadpleegd op 29 december 2025.
- ↑ Bevolkingsregister 1874-1893. Stadsarchief Amsterdam (1877-05). Geraadpleegd op 5 januari 2026.
- ↑ S. van der Poel (2012). Tussen zieken, boeken en kikkers de fysiologie van een leven, Izaac van Deen (1804-1869). Barkhuis, p. 35-37. ISBN 9789491431128.
- ↑ "Binnenland. Amsterdam, Dinsdag 23 Januarij.", Algemeen Handelsblad, 24 januari 1855. Geraadpleegd op 2 januari 2025.
- 1 2 A.J. van der Aa (1858). Biographisch woordenboek der Nederlanden. Deel 3. J.J. van Brederode, Haarlem, p. 817-819.
- ↑ (la) A. Cramer (1844). Dissertatio inauguralis medica, de morbo Brightii, illustrato observationibus in instituto clinico viro cl. Sebastian factis de albumine in saliva et in humore perspirationis cutaneae. Römelingh, Groningen.
- ↑ A. Cramer (1853). Over de plantaardige vormingen bij den favus, vooral in hare betrekking tot deze ziekte. Gebroeders Campagne.
