Levy Ali Cohen

Levy Ali Cohen
Levy Ali Cohen
Algemene informatie
Geboren Meppel, 6 oktober 1817
Overleden Groningen, 22 november 1889
Nationaliteit Vlag van Nederland Nederland
Beroep Huisarts, politicus
Portaal  Portaalicoon   Geneeskunde

Levy Ali Cohen (Meppel, 6 oktober 1817Groningen, 22 november 1889) was een Nederlandse arts en politicus.

Biografie

Jeugd en scholing

De vader van Levy ALi Cohen was koopman in manufacturen in Meppel. Hij kreeg zijn onderwijs aan de Franse school en de Latijnse school. Ali Cohen studeerde vanaf 1836 vervolgens geneeskunde aan de Rijksuniversiteit Groningen en hier kreeg hij onder meer college van Theodorus van Swinderen en Jacob Baart de la Faille. Tijdens zijn studietijd was hij ook lid van de studentenvereniging GSC Vindicat atque Polit.[1]

Maatschappelijke carrière

Naast interesse in de medische wereld ontwikkelde Ali Cohen ook belangstelling in de natuurwetenschap. Zo publiceerde hij in 1842 de resultaten van zijn onderzoek naar fossielen in de Hondsrug.[2] Hij was lid van diverse verenigingen en richtte zelf in 1846 de "Vereeniging van Groningsche Genees- en Heelkundigen" op. Ali Cohen solliciteerde diverse malen naar een functie van geneesheer, maar werd hier ook voor afgewezen. Daarnaast trachtte hij ook een academische betrekking te krijgen in Groningen, wederom zonder resultaat. Wek bouwde hij thuis een eigen huisartsenpraktijk uit.[3]

Ali Cohen groeide ook uit tot een bekende persoonlijkheid in de joodse gemeenschap van Groningen. Zo hield hij zich bezig met de intellectuele ontwikkeling en beschaving van de gemeenschap. Daarnaast had hij een voorliefde voor de joodse letterkunde. Samen met Abraham Hartog Israëls richtte hij in 1842 het Genootschap voor Hebreeuwse Taal- en Letterkunde op.[4]

Hygiënisten

Ali Cohen was van mening dat de maatschappelijke "stoornissen", uitbraak van epidemieën en hoge sterfte, werden veroorzaakt door de levenswijze van de mensen. De ervaringen die hij tijdens de cholera-uitbraak in 1848-1849 had opgedaan waren hiervoor beslissend in zijn ontwikkeling geweest.[5] In 1852 verscheen het onderzoek dat Ali Cohen had uitgevoerd naar de gezondheidstoestand van Den Haag. Hierin wees hij op een aantal factoren die bepalend waren door de achteruitgang van de gezondheid in de stad, zoals gebrekkige riolering, giftige uitwasemingen van de grachten en verkrotting. Hij behoorde dan ook tot de groep artsen die zich "Hygiënisten" noemden.[6] In de jaren 1850 verwierf Ali Cohen door middel van zijn publicaties enige bekendheid als voorstander van sanitaire hervormingen.[7]

Politieke carrière

Ali Cohen stelde zich in 1851 via de liberale kiesvereniging Vrijheid en Orde kandidaat voor de gemeenteraad. In 1864 werd hij lid van de gemeenteraad. Ali Cohen had in 1852 al zijn diensten aan Johan Rudolph Thorbecke aangeboden om een positie binnen de staatsgeneeskunde te kunnen bekleden. In februari 1853 kreeg hij samen met Jacobus Penn de opdracht om een wetsontwerp op dit gebied uit te werken. Door de val van het Kabinet-Thorbecke I naar aanleiding van de Aprilbeweging kwam hier niks van terecht.[8]

In 1862 kwam Thorbecke opnieuw aan de macht en opnieuw wendde hij zich tot Ali Cohen die samen met Penn en Blom Coster de opdracht kregen voor het maken van een wetsontwerp. De Tweede Kamer behandelde de vier Geneeskundige Wetten pas in 1865 en Thorbecke wist alle vier de wetten aangenomen te krijgen.[9] In deze wetten werd het oude Geneeskundig Staatsbestuur vervangen door een Staatstoezicht dat bestond uit inspecteurs en geneeskundige raden. Voor zijn inspannen kreeg Ali Cohen ook het ridderkruis van de Orde van de Nederlandse Leeuw en deed hij dienst als inspecteur van Geneeskundig Staatstoezigt, eerst in Drenthe en Overijssel en later in Friesland en Groningen.[8] In 1876 vertegenwoordigde Ali Cohen ook de Nederlandse regering bij het Internationale Sanitaire Congres te Brussel.[10]

Ali Cohen was een huisvriend van de familie Jacobs en hielp Aletta Jacobs om te beginnen aan de studie van leerling-apotheker in Groningen.[11] In 1889 overleed hij aan een slopende "ruggemergsziekte".[12]

Geselecteerde bibliografie

  • 1847: Waarom en hoe moet de wetenschap der natuur door den mensch worden beoefend?
  • 1860: Algemene gezondheid en fabrijk-nijverheid: het verband tusschen beide, en de wijze waarop beider strijdige belangen kunnen worden overeengebragt
  • 1872: Handboek der openbare gezondheidsregeling en der geneeskundige politie