Anti-Aramese spanningen in Midyat tijdens de Cyprus-crisis

Anti-Aramese spanningen in Midyat tijdens de Cyprus-crisis
Datum 1964 en 1974
Plaats Midyat, Tur Abdin, Turkije
Oorzaak Turkse nationalistische hysterie en anti-Christelijke propaganda tijdens de Cypruscrisis
Methode Demonstraties, boycots, vernieling, religieuze belediging, oproepen vanuit moskeeën, dreiging met geweld
Doel Intimidatie en onderdrukking van de Aramese gemeenschap
Portaal  Portaalicoon   Politiek

De Anti-Aramese spanningen in Midyat tijdens de Cyprus-crisis verwijst naar de verhoogde anti-Christelijke gevoelens en acties gericht tegen de Aramese bevolking in Midyat en omliggende dorpen tijdens de Cyprus-crises van 1964 en 1974. Deze gebeurtenissen bouwden voort op eerdere pogrompogingen, zoals de Pogrom van Istanbul in 1955, en weerspiegelden de bredere druk op christelijke minderheden in Tur Abdin.

Achtergrond

Het anti-Aramese sentiment in Tur Abdin kende eerdere uitingen. Zo was de Pogrom van Istanbul op 6–7 september 1955 oorspronkelijk ook bedoeld om in Tur Abdin uitgevoerd te worden. Nuri Midyat van de Mehmedo-stam en Muẖammed Şerif van de Nehrozo-stam namen deel aan een door de staat georganiseerde bijeenkomst in Estel, het moslimgedeelte van Midyat (stad). Tijdens deze bijeenkomst spraken beide leiders zich openlijk uit tegen het geplande geweld tegen de christelijke bevolking, waardoor de aanval niet doorging. Beiden werden echter het jaar daarop onder verdachte omstandigheden om het leven gebracht.

Tijdens de Cypruscrisis van 1964 en 1974 werden internationale spanningen in Turkije vertaald naar binnenlandse vijandigheid tegenover christelijke minderheden. Anti-Aramese gevoelens werden aangewakkerd door Turkse nationalistische hysterie en staatsgestuurde propaganda. In diverse steden in Zuidoost-Anatolië, waaronder Midyat, werden moskeeën en hun luidsprekers gebruikt om de bevolking op te roepen tot “verzet tegen de vijanden van de islam”, waarmee de christelijke bevolking werd bedoeld. Daarnaast riepen de muezzins op om zich te verzamelen “tegen de verraders die met de Grieken samenwerken”, waarmee de Arameeërs werden bedoeld. Deze religieuze framing versterkte de vijandigheid en droeg bij aan massale mobilisatie. De MIT (Turkse geheime dienst) speelde volgens lokale getuigenissen een organiserende rol, waarbij wapenhandelaren werden ingezet om dorpsmilities te bewapenen.

De gebeurtenissen van 1964

In 1964 vond in Midyat een grote, door de staat georganiseerde demonstratie plaats waaraan omliggende Mhallami- en Koerdische dorpen deelnamen. De manifestatie, geleid door Cemil İşler — een MIT-agent uit Estel — bestond uit opruiende toespraken en openlijke beledigingen van christelijke symbolen. Er werden vloeken uitgesproken tegen Jezus en Maria, en dieren, waaronder een veulen en een hond, werden met kruisen om hun nek de straten doorgeleid als vorm van spot met het christendom.

Tegelijkertijd werden christelijke winkels beklad of voorzien van bordjes met opschriften als “Deze winkel behoort aan een niet-moslim” en “Moslims, koop hier niet”. De menigte marcheerde door het centrum en verzamelde zich bij het Atatürk-monument. Lokale bestuurders, militairen en politie waren aanwezig, maar grepen niet in.

Toen de menigte richting de christelijke wijk bewoog, kwamen leden van de Aramese jeugdorganisatie samen met priesters en dorpsoudsten bijeen bij de Mor Barsaumo-kerk. Zij vormden een menselijke keten en riepen op tot kalmte. Met hulp van enkele militairen en oudere moslimburen wisten zij de demonstranten terug te drijven richting Estel. De interventie van Dr. Rıfat Yenigün, een gerespecteerd lid van de Nehrozo-stam, speelde hierbij een sleutelrol in het voorkomen van bloedvergieten.

De gebeurtenissen van 1974

Tijdens de Staatsgreep in Cyprus (1974) en de daaropvolgende Turkse invasie van Cyprus bereidde de door de staat gecontroleerde Mobilisatiecommissie onder leiding van Abdülkerim Slam Ağa een gewapend complot tegen Midyat voor. Het plan voorzag in een geënsceneerde aanval op militaire posten, die vervolgens als aanleiding moest dienen voor vergeldingsacties tegen de christelijke bevolking.

De uitvoering liep echter mis toen een van de samenzweerders, die zich als vijand voordeed, door militairen werd gecontroleerd. Nadat bleek dat hij moslim was, werd hij ter plekke geëxecuteerd. Hierdoor werd het plan vroegtijdig ontdekt en kwam het niet tot de geplande aanval.

Desondanks vonden ook in deze periode opnieuw demonstraties, commerciële boycots van christelijke winkels en ophitsende toespraken plaats. De spanning in de regio bleef hoog en veel Aramese families verlieten de streek in de daaropvolgende jaren.

Gevolgen

De gebeurtenissen van 1964 en 1974 tonen de kwetsbare positie van de Aramese bevolking in Tur Abdin tijdens periodes van nationale crisis. Internationale conflicten, zoals de Cypruscrisis, werden in de regio vertaald naar lokale acties die de christelijke gemeenschap intimideerden, economisch isoleerden en bijdroegen aan een versnelde uittocht van Aramese bewoners uit de regio.

De incidenten in Midyat gelden als een van de duidelijkste voorbeelden van hoe religieuze minderheden in Zuidoost-Turkije tijdens de Koude Oorlog blootstonden aan staatsgestuurde druk, sociale uitsluiting, en religieus geïnspireerde haatcampagnes.

Zie ook