Anthoceros
| Anthoceros | ||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
![]() | ||||||||||
| Gewoon hauwmos (Anthoceros agrestis) | ||||||||||
| Taxonomische indeling | ||||||||||
| ||||||||||
| Geslacht | ||||||||||
| Anthoceros L (1753) | ||||||||||
| Afbeeldingen op | ||||||||||
| Anthoceros op | ||||||||||
| ||||||||||
Anthoceros is een geslacht van hauwmos in de familie Anthocerotaceae. Het geslacht is wereldwijd in zijn verspreiding. De wetenschappelijke naam betekent 'bloemhoorn' en verwijst naar de karakteristieke hoornvormige sporofyten die alle hauwmossoorten produceren.
Beschrijving
Soorten van Anthoceros worden gekenmerkt door een klein tot middelgroot, groen thallusrozet, dat min of meer gelobd is langs de randen. De sporen zijn donkerbruin tot zwart, dit is de gemakkelijkste manier om Anthoceros te onderscheiden van het verwante geslacht Phaeoceros, dat gele sporen produceert. De sporofyten van Anthoceros zijn groter en veel complexer dan die van Riccia, Marchantia en Pellia. De sporofyt bestaat uit een voet, ingebed in het thallus, daarop het sporenkapsel (sporangium). Er is geen kapselsteel (seta). Ze staan in clusters op de bovenkant van het thallus, elk omgeven door een buisvormig omhulsel. In onrijpe toestand zijn ze groen als de sporen rijp zijn kleuren ze zwart.
Anthoceros-soorten zijn gastheer voor cyanobacteriƫnkolonies van het geslacht Nostoc. Dit is een symbiotische relatie waarin Nostoc stikstof aan zijn gastheer levert via cellen die bekend staan als heterocysten, en die fotosynthese kunnen uitvoeren. De Nostoc-kolonies zijn aanwezig op het onderste ventrale oppervlak en zijn zichtbaar als blauwgroene vlekken die naar buiten toe openen door slijmporiƫn.
Verspreiding en leefwijze
Soorten uit het geslacht Anthoceros komen voor in tropische en warm-gematigde gebieden. Hieronder worden negen soorten genoemd. Waarschijnlijk bestaan er wereldwijd tientallen soorten. In Europa komen vier soorten, in Nederland drie (Gradstein, S.R. & H.M.H. van Melick, 1996). Haumos groeit in vochtige kleigronden op heuvels, in greppels en in vochtige holtes tussen rotsen..
Soorten
- Anthoceros agrestis (gewoon hauwmos)
- Anthoceros himalayensis
- Anthoceros hispidus
- Anthoceros lamellatus
- Anthoceros neesii
- Anthoceros punctatus
- Anthoceros sambesianus
- Anthoceros scariosus
- Anthoceros tristanianus
Bronnen
- Gradstein, S.R. & Melick H.M.H. van, 1996. De Nederlandse Levermossen & Hauwmossen. KNNV Uitgeverij. ISBN 9050110894
- Dit artikel of een eerdere versie ervan is een (gedeeltelijke) vertaling van het artikel Anthoceros op de Engelstalige Wikipedia, dat onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen valt. Zie de bewerkingsgeschiedenis aldaar.
