Marchantia

Marchantia
Parapluutjesmos (Marchantia polymorpha)
Taxonomische indeling
Rijk:Plantae (planten)
Onderrijk:Embryophyta (landplanten)
Stam:Marchantiophyta
Klasse:Hepaticae (levermossen)
Orde:Marchantiales
Familie:Marchantiaceae (parapluutjesmosfamilie)
Geslacht
Marchantia
L. (1753)
Het Thallus
Afbeeldingen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Marchantia op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Marchantiais een geslacht van levermossen uit de familie van de Marchantiaceae en de orde Marchantiales. Het geslacht is vernoemd naar de Franse plantkundige Nicolas Marchant (?-1678). Het geslacht omvat enkele tientallen soorten en is wereldwijd verspreid. In Europa komen twee soorten voor, waarvan een in Nederland: Parapluutjesmos (M. polymorpha).[1]

Kenmerken

Het thallus van soorten uit dit geslacht vertoont differentiatie in twee lagen: een bovenste fotosynthetiserende laag met een goed gedefinieerde epidermis (opperhuid) met poriën en een onderste opslaglaag. Verder zijn er kleine komvormige structuren (broedbekers) die gemmae bevatten, schijfvormige broedkorrels die worden gebruikt voor ongeslachtelijke voortplanting. Die poriën en de vorm van de broedbekers zijn kenmerkend voor dit geslacht.[1]

Voortplanting

Marchantia-soorten kunnen zich zowel geslachtelijk als ongeslachtelijk voortplanten. Geslachtelijke voortplanting houdt in dat spermatozoïden van antheridia op de mannelijke mosplant een eicel in het archegonium van een vrouwelijke mosplant bevrucht. De antheridia en archegonia staan op speciale stengelachtige gametoforen, respectievelijk antheridioforen en archegonioforen geheten. Deze groeien op afzonderlijke thalli, de mosplanten zijn dus tweehuizig. Eenmaal bevrucht, wordt de eicel een zygote genoemd en ontwikkelt zich tot een kleine sporofytplant, die gehecht blijft aan de grotere vrouwelijke mosplant. De sporofyt produceert sporen die zich ontwikkelen tot vrijlevende gametofytplanten. Ongeslachtelijke voortplanting vindt plaats door middel van de broedkorrels in de komvormige broedbekers van het thallus. Deze gemmea worden verspreid als de regen in de cups spat en kunnen zich ontwikkelen tot nieuwe planten. Ongeslachtelijke voortplanting kan ook optreden wanneer oudere delen van de mosplant afsterven en de overgebleven nieuwere zijtakjes zich ontwikkelen tot afzonderlijke planten.

Soorten

  • Marchantia alpestris
  • Marchantia aquatica
  • Marchantia berteroana
  • Marchantia carrii
  • Marchantia chenopoda
  • Marchantia debilis
  • Marchantia domingenis
  • Marchantia emarginata
  • Marchantia foliacia
  • Marchantia grossibarba
  • Marchantia inflexa
  • Marchantia linearis
  • Marchantia macropora
  • Marchantia novoguineensis
  • Marchantia paleacea
  • Marchantia palmata
  • Marchantia papillata
  • Marchantia pappeana
  • Marchantia polymorpha (parapluutjesmos)
  • Marchantia rubribarba
  • Marchantia solomonensis
  • Marchantia streimannii
  • Marchantia subgeminata
  • Marchantia vitiensis
  • Marchantia wallisii
  • Marchantia nepalensis
Zie de categorie Marchantia van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.