Amandelvezelkop
| Amandelvezelkop | ||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Taxonomische indeling | ||||||||||||||
| ||||||||||||||
| Soort | ||||||||||||||
| Inocybe hirtella Bres. (1884 [1]) | ||||||||||||||
| Afbeeldingen op | ||||||||||||||
| ||||||||||||||
De amandelvezelkop (Inocybe hirtella) is een schimmel behorend tot de familie Inocybaceae. Hij vormt ectomycorrhiza met loofbomen, voornamelijk eik (Quercus) en Fagus, soms met den (Pinus) in lanen, parken en bossen op kalkrijke bodem..[2]
Kenmerken
Uiterlijke kenmerken
- Hoed
De hoed heeft een diameter van 1–3 cm en is aanvankelijk klokvormig tot klokvormig-convex, later uitgespreid met een kleine umbo. De hoedrand is dun, recht of slechts zeer zwak omgebogen en duidelijk gestreept. Het oppervlak is droog en glad, soms fijn vezelig tot zwak schubbig. De kleur varieert van geelachtig met een olijf-beige tint tot okergeel tot citroengeel; het centrum is doorgaans donkerder, bruin gekleurd.
- Lamellen
De lamellen zijn bochtig aangehecht (sinuate) tot vrijwel vrij, dun en afgewisseld met tussenlamellen. Ze zijn aanvankelijk beige tot geelachtig en verkleuren later naar vuilgrijs of lichtbruin. De lamelsnede is witachtig en gecilieerd (gewimperd).
- Steel
De steel is 2–5 cm lang en 0,3–0,5 cm dik, cilindrisch en slank. Onder het maaiveld bevindt zich een duidelijke, ongerande knol, bedekt met witte myceliumdraden. Direct onder de hoed is de steel berijpt. Het steeloppervlak is wit tot licht okerkleurig met een zwakke roze- of okertint; alleen de knol is zuiver wit.
- Geur en smaak
Het vlees is witachtig, soms met een doorschijnende zone boven de lamellen. De smaak is onopvallend. De steel heeft een geur die doet denken aan bittere amandelen.
Microscopische kenmerken
De sporen zijn glad, amandelvormig, voorzien van een apiculus en guttules. De basidiën zijn knotsvormig, 25–30 µm hoog en meestal twee-sporisch. Cheilocystiden, pleurocystiden en caulocystiden zijn aanwezig als metuloïden, fles- tot spoelvormig, met afmetingen van 45–70 × 11–20 µm. Aan de top dragen zij talrijke kristallen. In ammoniak kleuren zij geel.
Er zijn twee variëteiten:
- Inocybe hirtella var. hirtella met 4-sporige basidiën en sporen minder dan 10 μm lang
- Inocybe hirtella var. bispora met 2-sporige basidiën en sporen meer dan 10 μm lang.
Verspreiding
In Nederland komt de amandelvezelkop algemeen voor. Hij staat niet op de rode lijst en is niet bedreigd.[2]