Albert Omta

Albert Omta
Albert Omta
Albert Omta
Algemeen
Geboortedatum 7 november 1914
Geboorteplaats Bierum
Overlijdensdatum 30 augustus 2008
Overlijdensplaats Sappemeer
Functies
1946-1965 burgemeester van Noordbroek
1965-1979 burgemeester van Oosterbroek
Portaal  Portaalicoon   Politiek

Albert Omta (Bierum, 7 november 1914Sappemeer, 30 augustus 2008) was een Nederlandse politicus.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog was Omta gemeentesecretaris te Oldekerk en in het geheim actief in de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers. Vanaf zomer 1944 gaf hij onder de schuilnaam Arnold leiding aan de sectie die persoonsbewijzen vervalste.[1] Later schreef hij hierover – samen met romanschrijver J.W. Ooms – een hoofdstuk in het gedenkboek Het Grote Gebod (1951). Over zijn rol in het verzet heeft hij zelden willen spreken.

Omta was van 1946 tot 1965 burgemeester van de gemeente Noordbroek en na de fusie in 1965 van deze gemeente met Zuidbroek, burgemeester van de nieuwgevormde gemeente Oosterbroek (in 1990 opgegaan in Menterwolde, sinds 2018 Midden-Groningen). Hij bleef daar burgemeester van tot zijn pensionering in 1979.

Korte tijd na zijn installatie als burgemeester van Noordbroek lanceerde Omta een saneringsplan voor de arbeidersbuurt De Polder. Hiermee werd de vervanging van particuliere arbeiderswoningen door sociale woningbouw beoogd. Daarnaast vervulde Omta een voortrekkersrol in het ophalen van huisvuil. Hij zorgde ervoor dat een met twee paarden bespannen kar regelmatig het huisvuil in Noordbroek kwam ophalen. Met zijn echtgenote was hij verantwoordelijk voor de totstandkoming van een woningcorporatie die zich richtte op de bouw en verhuur van bejaardenwoningen, de Stichting Avondzon, waarvan hij later het voorzitterschap op zich nam. Verder zette hij zich in voor de boomkwekerijen en de tuinbouw. Verder nam hij het initiatief tot het dempen van het Noordbroeksterdiep, dat in 1953 door de gemeente werd aangekocht.[2] Pas in de jaren tachtig bleek dat het kanaal niet alleen met huisvuil maar ook met chemisch afval en boorspoeling (van de NAM) was gevuld. Omta sprak aanvankelijk over "een oud verhaaltje, waar ik al eens smakelijk om heb gelachen", en verzekerde dat men bij demping uitsluitend schone grond had gebruikt.[3] Ook zijn opvolger probeerde de doofpot gesloten te houden.[4] Het bleek een van de meest vervuilde lokaties van de provincie.[5][6] Op de gemeentelijke vuilstortplaats zou in die tijd eveneens gif zijn gestort.[7]

Omta verzette zich geregeld tegen provinciale bemoeienis, die hij als betuttelend ervoer. Hij stond bekend als een eigengereid bestuurder. Bij zijn pensionering gaf hij dat volmondig toe:

Misschien kwam ik autoritair over. Dat was ook zo, maar het had zijn oorzaak. Als burgemeester van een gemeente als Oosterbroek met 5.000 zielen beschik je niet over wethouders die volledig kunnen meedraaien. … Het betekende dat je als burgemeester de meeste dingen moest regelen. En ze vanzelfsprekend in raadsvergadering ook het best kon verdedigen. Dit bezorgde me het beeld van de ouderwetse burgemeester die ongestoord kon soleren.[8]

Omta werd door het Nederlandse Ministerie van Oorlog, de Amerikaanse ambassade en de Allied Expeditionary Force onderscheiden voor zijn rol in het verzet in de Tweede Wereldoorlog. De Omtaweg te Zuidbroek is aangelegd met de opbrengst van een – op zijn initiatief ingestelde – heffing van 25 cent per afgevoerde kuub zand, bedoeld voor herinrichting van de nabijgelegen zandafgraving. Ook de Omtazaal in het Van der Valk-motel is naar hem vernoemd.

Albert Omta was eveneens ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Hij overleed op 93-jarige leeftijd.

Albert Omta met echtgenote
Voorganger:
J.A. Teenstra (wnd)
Burgemeester van Noordbroek
1946-1965
Opvolger:
n.v.t.
Voorganger:
n.v.t.
Burgemeester van Oosterbroek
1965-1979
Opvolger:
H. Tees