Adriaan Joseph van Rossem

Adriaan Joseph van Rossem
Persoonlijke gegevens
Geboortedatum 17 december 1892Bewerken op Wikidata
Geboorteplaats ChicagoBewerken op Wikidata
Overlijdensdatum 4 september 1949Bewerken op Wikidata
Overlijdensplaats Los AngelesBewerken op Wikidata
Beroep ornitholoogBewerken op Wikidata
Academische achtergrond
Alma mater Occidental College[1]Bewerken op Wikidata
Wetenschappelijk werk
Vakgebied(en) ornithologieBewerken op Wikidata
Prijzen en erkenningen Brewster Medal (1941),[2] Guggenheim-lidmaatschap (1939)Bewerken op Wikidata
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Adriaan Joseph van Rossem (Chicago, 17 december 1892 - Los Angeles, 4 september 1949)[3] was een Amerikaanse ornitholoog. Zijn vader was van Nederlandse afkomst. Van Rossem heeft uitgebreid studie verricht aan de vogels van het zuidwestelijk deel van Noord-Amerika, Mexico en El Salvador.

Familiegeschiedenis

Zijn vader Adriaan Cornelis van Rossem (1865–1895) trouwde in 1891 met Josephine Williams (1873-1960). Uit dit huwelijk werd naast Adriaan een tweede zoon Walter Johannes geboren. Zijn vader werkte voor de Rotterdamse familiefirma Goossens & Van Rossem te New York en later te Chicago. In augustus 1894 verslechterde de gezondheidstoestand van zijn vader waardoor hij voor behandeling naar Nederland en vervolgens Zwitserland verhuisde. Hij overleed in 1895 in Leysin-sur-Aigle. Daarna keerde zijn moeder terug naar Noord-Amerika en na kort verblijf in Canada betrok zij met haar zoons een huis in Pasadena (Californië). Hier groeide Adriaan op. Na een opleiding aan openbare en particuliere scholen begon Adriaan aan een studie aan het Throop Polytechnic Institute. Tussen 1918 en 1934 was hij getrouwd met Grace Burr Coolidge (1888-1972); zij kregen twee zoons. Hierna trouwde hij nog twee keer; die huwelijken bleven kinderloos.

Wetenschappelijke carrière

In 1903 raakte Adriaan door Joseph Grinnell[4] (1877-1939) geïnspireerd voor het doen van vogelkundig onderzoek.Vanaf april 1909 ging hij regelmatig op onderzoekreizen. In 1912 besloot hij vogels te gaan verzamelen (schieten en prepareren) in El Salvador en dit werd het begin van zijn levenslange passie voor de tropische avifauna. In 1914 publiceerde hij een artikel over de grote kiskadie (Pitangus sulphuratus) in El Salvador, dat door Grinnell als "uitstekend" werd beoordeeld. Verder was hij inmiddels een ervaren preparateur en veldbioloog. In 1915 verzamelde hij vogels in de Chiricahua Mountains en kwam terug met een grote collectie die vervolgens in het Museum of Vertebrate Zoology in Berkeley (University of California) terecht kwam. Door onenigheid over de vergoeding voor deze onderneming verscheen nooit een publicatie over dit werk en verdween de collectie uiteindelijk naar Virginia.

Van 1915 tot 1917 werkte Van Rossem in het mijnbouw- en vastgoedbedrijf in Sierra City in de Sierra Nevada. Hoewel hij in die tijd toch ongeveer 300 balgen prepareerde, verslapte zijn aandacht voor de ornithologie. In 1917 werkte hij voor de B.F. Goodrich Company en moest daarna in dienst van de United States Army. Na opleidingen in San Diego en Fort Lewis en aan een officiersschool, ontving hij in 1919 een officiersrang en diende als commandant in Georgia. Daarna keerde hij terug als reservist naar Californië. In dezelfde tijd ontmoette hij de zoöloog Donald Ryder Dickey. Dickey was in die tijd een hartstochtelijk verzamelaar van specimens van gewervelde dieren. Zijn verzameling bereikte de 50.000 stuks. Van Rossem werkte 13 jaar met hem samen. Deze samenwerking bleek zeer productief; het hoogtepunt was de toekenning van de William Brewster-medaille voor hun werk The Birds of El Salvador in 1938.[5] Van Rossem deed het meeste schrijfwerk maar hij wilde zijn mentor de eer van het co-auteurschap niet ontnemen. Tijdens deze periode publiceerde Van Rossem over de rui (verenkleed) van de zwarte stern (Chlidonias niger), een studie over de zanggors (Melospiza melodia) op Santa Barbara Island en de Coronado-eilanden, verder onderzoek aan de dwergboomklever (Sitta pygmaea) en de gewone maskerzanger (Geothlypis trichas) in het zuidwesten aan de Pacifische kust. Daarnaast ondernam hij verzamelreizen naar Baja California, het zuiden van Nevada, Sonora en El Salvador.

In 1928 volgde hij een driejarige opleiding hij aan het Occidental College in Los Angeles. De studie leverde hem 20 jaar later (in 1948) een eredoctoraat in de natuurwetenschappen. In 1932, na de dood van Dickey, werd diens verzameling voorlopig ondergebracht in het California Institute of Technology. Het beheer van deze collectie liet, door financiële problemen, veel te wensen over. Pas in 1940 kwam hiervoor een oplossing en werd de collectie overgebracht naar de University of California in Los Angeles. Van Rossem kreeg een betrekking als conservator verantwoordelijk voor Dickey's verzameling. Later werd hij senior zoölogisch onderzoeker. Na 1946 werkte hij ook als docent zoölogie. Na zijn dood in 1949 werd de waardevolle verzameling van ongeveer 60.000 specimens in een brandbestendig gebouw op de campus van de universiteit te Westwood ondergebracht.

Tussen 1930 en 1940 deed Van Rossem onderzoek in het noordwesten van Mexico. Dit resulteerde in de publicatie van A Distributional Survey of the Birds of Sonora, Mexico. Hiervoor gebruikte hij het door Dickey verzamelde materiaal, maar doorkruiste hij zelf het hele land inclusief de eilanden langs de kust van Sonora. Voor zijn taxonomisch werk aan de vogels van Mexico en Midden-Amerika bezocht hij in 1933 Europa en in het bijzonder het Natural History Museum en in 1938 bezocht hij in Rouen het 9e International Ornithological Congress. In 1934 verscheen zijn Critical Notes on Middle American Birds[6] In 1939 reisde hij opnieuw naar Europa en bezocht musea in Parijs, Londen, Brussel, Leiden en enkele steden in Duitsland. Zijn laatste publicaties zijn studies aan de vogels van Noord-Amerika en Mexico. Kort voor zijn overlijden was hij bezig met een studie aan de schreeuwuilen (Megascops) van Sonora. Hij werkte hierbij samen met Loye Miller. Laatstgenoemde rondde de studie af met een artikel in het ornithologische tijdschrift voor Westelijk Noord-Amerika Condor (sinds 2013: Ornithological Applications).[7] Van Rossem was lid van diverse ornithologische verenigingen. In 1934 werd hij tot fellow van de American Ornithologists' Union gekozen en in 1946 werd hij bestuurslid. In 1944 was hij voorzitter van de afdeling Zuid van de Cooper Ornithological Club. In 1937 werd hij verkozen tot corresponderend lid van de Sociedad de Biología de México.

Nalatenschap in naamgevingen aan vogels

Er zijn zeven naar Van Rossem vernoemde ondersoorten vogels: wenkbrauwmotmot (Eumomota superciliosa vanrossemi) – benoemd door Ludlow Griscom, 1929, bruinkapmotmot (Momotus mexicanus vanrossemi) – benoemd door Robert Thomas Moore, 1932, cayennebosral (Aramides cajaneus vanrossemi) – benoemd door Donald Ryder Dickey, 1929, lachstern (Gelochelidon nilotica vanrossemi) – benoemd door Griffing Bancroft, 1929, vale winterkoning (Cantorchilus modestus vanrossem) – benoemd door Allan Robert Phillips, 1986, geelgroene vireo (Vireo flavoviridis vanrossemi) – benoemd door Allan Robert Phillips, 1991 en witteugelmuggenvanger (Polioptila albiloris vanrossemi) – benoemd door Pierce Brodkorb, 1944.
Daarnaast is hij de auteur van 112 ondersoorten die op de IOC World Bird List versie 15.1 staan vermeld:

Volledige lijst van ondersoorten met Van Rossem als (co-)auteur:
  • Acaciawinterkoning (Thryophilus pleurostictus lateralis) (Dickey & van Rossem, 1927)
  • Acaciawinterkoning (Thryophilus pleurostictus oblitus) (van Rossem, 1934)
  • Amerikaanse boomkruiper (Certhia americana leucosticta) van Rossem, 1931
  • Amerikaanse dodaars (Tachybaptus dominicus bangsi) (van Rossem & Hachisuka, 1937)
  • Amerikaanse rotswinterkoning (Salpinctes obsoletus costaricensis) van Rossem, 1941
  • Amerikaanse rotswinterkoning (Salpinctes obsoletus tenuirostris) van Rossem, 1943
  • Amerikaanse sperwer (Accipiter striatus suttoni) van Rossem, 1939
  • Amerikaanse woudaap (Ixobrychus exilis pullus) van Rossem, 1930
  • Amerikaanse zwarte arend (Buteogallus solitarius sheffleri) (van Rossem, 1948)
  • Bandstaartduif (Patagioenas fasciata letonai) (Dickey & van Rossem, 1926)
  • Bergkwartel (Oreortyx pictus eremophilus) van Rossem, 1937
  • Blauwe bisschop (Passerina caerulea deltarhyncha) (van Rossem, 1938)
  • Blauwgrijze muggenvanger (Polioptila caerulea deppei) van Rossem, 1934
  • Blauwkaporganist (Euphonia elegantissima rileyi) (van Rossem, 1942)
  • Bleekkeeltiran (Myiarchus nuttingi flavidior) van Rossem, 1936
  • Bloedtangare (Piranga bidentata citrea) van Rossem, 1934
  • Bonte gierzwaluw (Aeronautes saxatalis nigrior) Dickey & van Rossem, 1928
  • Bruinrugsolitaire (Myadestes occidentalis oberholseri) Dickey & van Rossem, 1925
  • Bullocks troepiaal (Icterus bullockii parvus) van Rossem, 1945
  • Californische grondspecht (Colaptes chrysoides tenebrosus) van Rossem, 1930
  • Californische kuifkwartel (Callipepla californica canfieldae) (van Rossem, 1939)
  • Californische meeuw (Larus occidentalis wymani) Dickey & Van Rossem, 1925
  • Californische muggenvanger (Polioptila californica pontilis) van Rossem, 1931
  • Cassins alk (Ptychoramphus aleuticus australis) van Rossem, 1939
  • Dennensijs (Spinus pinus perplexus) (van Rossem, 1938)
  • Dwergboomklever (Sitta pygmaea flavinucha) van Rossem, 1939
  • Dwergboomklever (Sitta pygmaea melanotis) van Rossem, 1929
  • Eekhoornkoekoek (Piaya cayana extima) van Rossem, 1930
  • Eikelspecht (Melanerpes formicivorus lineatus) (Dickey & van Rossem, 1927)
  • Epauletspreeuw (Agelaius phoeniceus littoralis) Howell & van Rossem, 1928
  • Epauletspreeuw (Agelaius phoeniceus mailliardorum) van Rossem, 1926
  • Epauletspreeuw (Agelaius phoeniceus mearnsi) Howell & van Rossem, 1928
  • Epauletspreeuw (Agelaius phoeniceus nyaritensis) Dickey & van Rossem, 1925
  • Geelborstzanger (Icteria virens tropicalis) van Rossem, 1939
  • Geelgroene vireo (Vireo flavoviridis hypoleucos) van Rossem & Hachisuka, 1937
  • Geelrugtroepiaal (Icterus chrysater mayensis) van Rossem, 1938
  • Gele kardinaal (Pheucticus chrysopeplus dilutus) van Rossem, 1934
  • Gevlekte schreeuwuil (Megascops trichopsis mesamericanus) (van Rossem, 1932)
  • Gevlekte towie (Pipilo maculatus chiapensis) van Rossem, 1938
  • Gevlekte towie (Pipilo maculatus griseipygius) van Rossem, 1934
  • Gewone maskerzanger (Geothlypis trichas chryseola) van Rossem, 1930
  • Goudbuikvireo (Vireo hypochryseus nitidus) van Rossem, 1934
  • Goudsijs (Spinus tristis jewetti) (van Rossem, 1943)
  • Goudstuitattila (Attila spadiceus salvadorensis) Dickey & van Rossem, 1929
  • Grauw sneeuwhoen (Dendragapus fuliginosus howardi) Dickey & van Rossem, 1923
  • Grijskruinspecht (Colaptes auricularis sonoriensis) van Rossem & Hachisuka, 1937
  • Grijze junco (Junco hyemalis mutabilis) van Rossem, 1931
  • Grijze kardinaal (Cardinalis sinuatus fulvescens) (van Rossem, 1934)
  • Grijze saltator (Saltator coerulescens brevicaudus) van Rossem, 1931
  • Groene gaai (Cyanocorax luxuosus centralis) (van Rossem, 1934)
  • Groene gaai (Cyanocorax luxuosus cozumelae) (van Rossem, 1934)
  • Groene gaai (Cyanocorax luxuosus maya) (van Rossem, 1934)
  • Groenkeeljuweelkolibrie (Lampornis viridipallens nubivagus) Dickey & van Rossem, 1929
  • Grote bekarde (Pachyramphus aglaiae gravis) (van Rossem, 1938)
  • Grote kiskadie (Pitangus sulphuratus texanus) van Rossem, 1940
  • Harlekijnmees (Baeolophus wollweberi caliginosus) van Rossem, 1947
  • Harlekijnmees (Baeolophus wollweberi phillipsi) van Rossem, 1947
  • Havik (Accipiter gentilis apache) van Rossem, 1938
  • Kaneelkleurige amazilia (Amazilia rutila diluta) van Rossem, 1938
  • Koperstaarttrogon (Trogon elegans canescens) van Rossem, 1934
  • Kraagtowie (Pipilo ocai brunnescens) van Rossem, 1938
  • Kraagtowie (Pipilo ocai guerrerensis) van Rossem, 1938
  • Kuifbobwhite (Colinus cristatus panamensis) Dickey & van Rossem, 1930
  • Leiblauwe gaai (Aphelocoma unicolor griscomi) van Rossem, 1928
  • Loodkleurige vireo (Vireo plumbeus montanus) van Rossem, 1933
  • Loodkleurige vireo (Vireo plumbeus pinicolus) van Rossem, 1934
  • Loodkleurige vireo (Vireo plumbeus repetens) van Rossem, 1939
  • Mangrovezanger (Setophaga petechia rhizophorae) (van Rossem, 1935)
  • Maskertityra (Tityra semifasciata hannumi) van Rossem & Hachisuka, 1937
  • Meniezanger (Myioborus miniatus connectens) Dickey & van Rossem, 1928
  • Meniezanger (Myioborus miniatus hellmayri) van Rossem, 1936
  • Mexicaanse whippoorwill (Antrostomus arizonae setosus) van Rossem, 1934
  • Mexicaanse whippoorwill (Antrostomus arizonae vermiculatus) (Dickey & van Rossem, 1928)
  • Nashvillezanger (Leiothlypis ruficapilla ridgwayi) (van Rossem, 1929)
  • Okerbuikpipratiran (Mionectes oleagineus obscurus) (Dickey & van Rossem, 1925)
  • Ornaatzanger (Oreothlypis superciliosa palliata) (van Rossem, 1939)
  • Poorwill (Phalaenoptilus nuttallii adustus) van Rossem, 1941
  • Purperborstgrondduif (Claravis mondetoura inca) van Rossem, 1934
  • Purperborstgrondduif (Claravis mondetoura ochoterena) van Rossem, 1934
  • Rode granaatzanger (Granatellus venustus melanotis) van Rossem, 1940
  • Rode kardinaal (Cardinalis cardinalis townsendi) (van Rossem, 1932)
  • Rode tiran (Pyrocephalus rubinus flammeus) van Rossem, 1934
  • Roestkruingors (Aimophila ruficeps obscura) Dickey & van Rossem, 1923
  • Roestkruingors (Aimophila ruficeps rupicola) van Rossem, 1946
  • Roestkruingors (Aimophila ruficeps sanctorum) van Rossem, 1947
  • Roestkruingors (Aimophila ruficeps simulans) van Rossem, 1934
  • Roestruggors (Aimophila rufescens antonensis) van Rossem, 1942
  • Roestruggors (Aimophila rufescens pectoralis) Dickey & van Rossem, 1927
  • Roodbrauwwinterkoning (Troglodytes rufociliatus nannoides) Dickey & van Rossem, 1929
  • Roodbuikspotlijster (Toxostoma crissale coloradense) van Rossem, 1946
  • Roodhalsreiger (Egretta rufescens dickeyi) (van Rossem, 1926)
  • Roodkeelsialia (Sialia sialis meridionalis) Dickey & van Rossem, 1930
  • Roodkruintiran (Myiozetetes similis primulus) van Rossem, 1930
  • Roodsnavelduif (Patagioenas flavirostris restricta) (van Rossem, 1930)
  • Savannahgors (Passerculus sandwichensis wetmorei) van Rossem, 1938
  • Smaragdarassari (Aulacorhynchus prasinus volcanius) Dickey & van Rossem, 1930
  • Sonorawinterkoning (Pheugopedius felix sonorae) (van Rossem, 1930)
  • Streepkopmuisspecht (Lepidocolaptes souleyetii guerrerensis) van Rossem, 1939
  • Veelkleurengors (Passerina versicolor dickeyae) van Rossem, 1934
  • Verreaux' duif (Leptotila verreauxi bangsi) Dickey & van Rossem, 1926
  • Vijfstrepengors (Amphispiza quinquestriata septentrionalis) (van Rossem, 1934)
  • Vlekrugtroepiaal (Icterus pustulatus pustuloides) Van Rossem, 1927
  • Waaierzanger (Basileuterus lachrymosus schistaceus) (Dickey & van Rossem, 1926)
  • Waaierzanger (Basileuterus lachrymosus schistaceus) (Dickey & van Rossem, 1926)
  • Waglers oropendola (Psarocolius wagleri ridgwayi) (van Rossem, 1934)
  • Wegbuizerd (Rupornis magnirostris petulans) van Rossem, 1935
  • Witbuikwinterkoning (Uropsila leucogastra australis) (van Rossem, 1938)
  • Witnekbaardkoekoek (Notharchus hyperrhynchus cryptoleucus) van Rossem, 1934
  • Zangkwartel (Dactylortyx thoracicus salvadoranus) Dickey & van Rossem, 1928
  • Zwartkeelgors (Amphispiza bilineata cana) van Rossem, 1930
  • Zwartkeelgors (Amphispiza bilineata carmenae) van Rossem, 1945
  • Zwartkeelgors (Amphispiza bilineata tortugae) van Rossem, 1930
  • Zwartkoptroepiaal (Icterus graduacauda dickeyae) van Rossem, 1938
  • Zwartkoptroepiaal (Icterus graduacauda nayaritensis) van Rossem, 1938
  • Zwartstaartmuggenvanger (Polioptila melanura curtata) van Rossem, 1932
  • Zwartstaartmuggenvanger (Polioptila melanura lucida) van Rossem, 1931
  • Zwartwanggors (Oriturus superciliosus palliatus) (van Rossem, 1938)
  • Cyanocorax morio palliatus (van Rossem, 1934)
  • Glaucidium ridgwayi cactorum van Rossem, 1937
  • Hapalocrex flaviventer woodi van Rossem, 1934
  • Kieneria aberti dumeticola (van Rossem, 1946)
  • Kieneria crissalis eremophilus (van Rossem, 1935)
  • Kieneria fusca perpallida (van Rossem, 1934)
  • Kieneria fusca texana (van Rossem, 1934)
  • Kieneria kieneri grisior van Rossem, 1933
  • Passerculus guttatus magdalenae van Rossem, 1947
  • Passerculus rostratus atratus van Rossem, 1930
  • Psaltriparus melanotis dimorphicus van Rossem & Hachisuka, 1938
  • Toxostoma palmeri insularum van Rossem, 1930