Robert Thomas Moore
| Robert Thomas Moore | ||||
|---|---|---|---|---|
![]() | ||||
| Algemene informatie | ||||
| Geboren | 24 juni 1882 Haddonfield, New Yersey, Verenigde Staten | |||
| Overleden | 30 oktober 1958 La Cañada Flintridge, Californië, VS | |||
| Nationaliteit | ||||
| Religie | Presbyterianisme | |||
| Beroep | Ondernemer, ornitholoog, dichter, filantroop | |||
| Bekend van | Borestone Mountain Audubon Sanctuary | |||
| ||||
Robert Thomas Moore (Haddonfield, 24 juni 1882 - La Cañada Flintridge, 30 oktober 1958) was een Amerikaanse ornitholoog, ondernemer en filantroop.
Jeugd en opleiding
Robert Thomas Moore was de zoon van de succesvolle zakenman Henry Dyer Moore (1842-1930) en diens echtgenote Mary Jones Smith (1847-1934). Hij had twee zussen en twee broers.
Zijn eerste school, de Haddonfield Public School, verliet hij in 1896 als beste van de klas. Daarna verkaste hij naar de William Penn Charter School in Philadelphia, die hij in 1899 afsloot. Hij volgde een studie aan de Universiteit van Pennsylvania, die hij in 1904 afsloot met een Bachelor of Arts. Een jaar later volgde aan de Harvard-universiteit de afronding tot Master of Arts. Tenslotte deed hij aan de universiteit van München een postdoctorale opleiding.
Carrière
In de vroege jaren 1900 begon hij in zijn zomerverblijf nabij Boreston Mountain in Piscataquis County (Maine) een zilvervossenfarm en waarin hij ook gewonde dieren opnam. In 1909 stelde hij de architect Wilfred Everett Mansur te werk, die voor hem met hout van de Amerikaanse sparrensoort (Picea rubens) enkele huisjes bouwde in Sunset Pond. In 1958 droeg hij het gebied, aangevuld met donaties van zijn zoon en zijn dochter, over aan de National Audubon Society. Tegenwoordig heeft het gebied de status van natuurreservaat (Borestone Mountain Audubon Sanctuary).[1] In 1919 organiseerde hij de eerste zilvervos-tentoonstelling in Boston, die hij vanwege het succes een jaar later herhaalde. Later richtte hij een tweede vossenfarm op in Big Bear Lake. Daarnaast trad hij op als bedrijfsleider van de Moore Securities Company, de Eastern Finance & Securities Company in Philadelphia en de Reduction & Mines Company in Guanajuato in Mexico.
Van 1911 tot 1916 was hij de uitgever van het vaktijdschrift Cassinia, dat al in 1901 door de Delaware Valley Ornithological Club als publicatieplatform werd ingevoerd. Toen Moore naar het zuiden van Californië verhuisde, werd hij bij de afdeling zoölogie van het California Institute of Technology opgenomen als vennoot en werkte daar van 1929 tot 1950. Moore verzamelde ca. 65.000 balgen van vogels en 1000 specimens van zoogdieren. Die waren voor 80% uit Mexico afkomstig. Deze preparaten schonk hij aan het Occidental College in Los Angeles. Ondertussen waren er plannen om Moore's verzameling samen te voegen met die van Donald Ryder Dickey.[2] Dit project werd echter niet uitgevoerd.
Expedities
In 1927 leidde Moore zijn eerste zoölogische expeditie in Ecuador. In juli 1929 volgde nog een expeditie met als doel de eerste beklimming van de 5230 meter hoge vulkaan Sangay. Bij de voorbereiding oriënteerde hij zich op berichten van pioniers zoals onder andere Edward Whymper. De expeditie begon in juni 1929 en in augustus bereikten ze als eerste de top van de vulkaan. Terwijl de Ecuadoraanse consul Victor Manuel Egas probeerde om zijn regering tot effectievere natuurwetgeving aan te sporen, zocht Moore in Californië de steun van invloedrijke mensen en instellingen. Harry Schelwald Swarth van de California Academy of Sciences en Harold Jefferson Coolidge jr.van het American Committee for International Wildlife Protection zetten zich in voor de bescherming van de Galapagoseilanden (staatkundig behorend tot Ecuador). Moore was van 1934 tot 1938 voorzitter van de Galapagos-commissie, die aanzienlijk bijdroeg aan de oprichting van de Charles Darwin Foundation. Zijn artikelen uit 1934 behoorden toentertijd tot de weinige publicaties over vogels in de Andes in Ecuador.
Zijn onderzoek in Mexico
Later verlegde Moore zijn onderzoekterrein naar Mexico. Tussen 1933 en 1955 nam hij verzamelaars in dienst. Hijzelf bezocht Mexico negen maal tussen 1933 en 1948. In 1950 respectievelijk 1957 verschenen de beide delen van Distributional Check-List of the Birds of Mexico. Moore staat vermeld als co-auteur want hij stelde zijn omvangrijke collectie van zoölogische specimens ter beschikking en dit was van groot belang voor de kwaliteit van deze publicaties. Door ziekte bleef zijn bijdrage aan het tweede deel beperkt.[3][4] Voor al zijn bijdragen aan de kennis van de vogels in Mexico ontving hij een eredoctoraat aan het Occidental College. Na 1949 trok hij zich terug uit het ornithologisch onderzoek en richtte zijn activiteiten op het presbyiteriaans kerkgenootschap en de dichtkunst. De auteur van zijn necrologie Lionel Stevenson (1902-1973) noemde Robert Thomas Moore een unieke mengeling van dichter, wetenschapper en zakenman.
Lidmaatschappen
Moore werd in 1898 lid van de American Ornithologists' Union (AOU), die hij 60 jaar trouw bleef. In 1940 werd hij door de AOU tot fellow gekozen. Bovendien was hij fellow van de Royal Geographical Society in Londen, fellow van The Explorers Club en in 1920 eerste ere-voorzitter van de American National Fox Breeders Association. Verder was hij fellow van de American Geographical Society, lid van de Avicultural Society in Londen en New York en de American Association for the Advancement of Science. In 1940 was hij voorzitter van de afdeling Zuid van de Cooper Ornithological Club.
Privéleven
Tussen 22 december 1903 en september 1920 was hij getrouwd met Selma Helena Muller. Binnen dit huwelijk werden de kinderen Terris (1908-1993) en Karlene Wilhelmina (1915-1968) geboren. Daarna was hij korte tijd getrouwd met Ann Beegle-Hill, waarna hij op 17 juni 1922 in het echt verbonden werd met Margaret Forbes-Cleaves. Zij had twee kinderen Waddell en Paul Austin en samen met Moore kreeg ze een dochter Marilynn Cleaves. Moore overleed op 30 oktober 1958 op 76-jarige leeftijd in zijn huis in Flintridge.
Nalatenschap in naamgevingen
Robert Thomas Moore heeft vijf nieuwe soorten vogels beschreven: maskerbergtangare Tephrophilus wetmorei (tevens auteur van de geslachtsnaam), kroongaai (Cyanocorax dickeyi), balsasschreeuwuil (Megascops seductus), grote araparkiet (Rhynchopsitta terrisi) en kortkuifkoketkolibrie (Lophornis brachylophus).[5]
Daarnaast is hij de auteur van 38 ondersoorten die op de IOC World Bird List versie 15.1 staan vermeld:
- Momotus mexicanus vanrossemi (Bruinkapmotmot) Moore, RT, 1932
- Peucaea carpalis bangsi (Roestvleugelgors) Moore, RT, 1932
- Cnemathraupis eximia cyanocalyptra Moore, RT, 1934
- Cnemathraupis eximia zimmeri Moore, RT, 1934
- Chaetocercus heliodor cleavesi (Zonneboself) Moore, RT, 1934
- Lepidocolaptes leucogaster umbrosus (Witbuikmuisspecht) Moore, RT, 1934
- Ptiliogonys cinereus otofuscus (Grijze zijdevliegenvanger) Moore, RT, 1935
- Haemorhous mexicanus rhodopnus (Mexicaanse roodmus) Moore, RT, 1936
- Atthis heloisa margarethae (Hommelkolibrie) Moore, RT, 1937
- Cardellina rubra melanauris (Rode zanger) Moore, RT, 1937
- Haemorhous mexicanus centralis (Mexicaanse roodmus) Moore, RT, 1937
- Catharus aurantiirostris aenopennis (Geelbekdwerglijster) Moore, RT, 1937
- Eupsittula canicularis clarae (Ivooraratinga) Moore, RT, 1937
- Glaucidium palmarum oberholseri (Colimadwerguil) Moore, RT, 1937
- Myadestes townsendi calophonus (Bergsolitaire) Moore, RT, 1937
- Spizella passerina atremaea (Musgors) Moore, RT, 1937
- Turdus assimilis calliphthongus (Mexicaanse witneklijster) Moore, RT, 1937
- Arremon virenticeps verecundus (Groenkapstruikgors) Moore, RT, 1938
- Vireo pallens paluster (Mangrovevireo) Moore, RT, 1938
- Haemorhous mexicanus coccineus (Mexicaanse roodmus) Moore, RT, 1939
- Haemorhous mexicanus griscomi (Mexicaanse roodmus) Moore, RT, 1939
- Megascops guatemalae dacrysistactus (Roodwangschreeuwuil) Moore, RT & Peters, JL, 1939
- Megascops guatemalae fuscus (Roodwangschreeuwuil) Moore, RT & Peters, JL, 1939
- Cynanthus latirostris propinquus (Breedsnavelkolibrie) Moore, RT, 1939
- Sialia mexicana amabilis (Blauwkeelsialia) Moore, RT, 1939
- Cistothorus platensis tinnulus (Graswinterkoning) Moore, RT, 1941
- Megascops kennicottii suttoni (Westelijke schreeuwuil) Moore, RT, 1941
- Oreothlypis superciliosa sodalis (Ornaatzanger) Moore, RT, 1941
- Toxostoma crissale dumosum (Roodbuikspotlijster) Moore, RT, 1941
- Toxostoma curvirostre celsum (Krombekspotlijster) Moore, RT, 1941
- Kieneria fusca toroi Moore, RT, 1942
- Geothlypis nelsoni karlenae (Nelsons maskerzanger) Moore, RT, 1946
- Peucaea carpalis cohaerens (Roestvleugelgors) Moore, RT, 1946
- Glaucidium palmarum griscomi (Colimadwerguil) Moore, RT, 1947
- Glaucidium griseiceps occultum (Grijskopdwerguil) Moore, RT, 1947
- Panyptila cayennensis veraecrucis (Cayennegierzwaluw) Moore, RT, 1947
- Phalaenoptilus nuttallii centralis (Poorwill) Moore, RT, 1947
- Kieneria fusca campoi Moore, RT, 1949
- Amazilia beryllina lichtensteini (Berylamazilia) Moore, RT, 1950
- ↑ (en) Borestone Mountain Audubon Sanctuary. Maine Audubon. Geraadpleegd op 05-04-2022.
- ↑ Donald Ryder Dickey Personal Papers 1911-1916. oac.cdlib.org. Geraadpleegd op 05-04-2022.
- ↑ (en) Friedmann, Herbert, Ludlow Griscom & Robert T. Moore, 1950. Distributional Check-List of the Birds of Mexico Volume 1. Ken's Book Haven, Coopersburg, PA, USA.
- ↑ (en) A. H. Miller, H. Friedmann, L. Griscom & R. T. Moore, 1957. Distributional Check-List of the Birds of Mexico Volume 2. Cooper Ornith. Soc., Berkeley, Calif.
- ↑ (en) Gill F, D Donsker & P Rasmussen (Eds). 2025. IOC World Bird Names (version 15.1).
- Dit artikel of een eerdere versie ervan is een (gedeeltelijke) vertaling van het artikel Robert Thomas Moore op de Duitstalige Wikipedia, dat onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen valt. Zie de bewerkingsgeschiedenis aldaar.
- Stevenson, Lionel, 1960. "Robert Thomas Moore (1882–1958)". In Borestone Mountain Poetry Awards Staff (ed.). Best Poems of 1958: Borestone Mountain Poetry Awards 1959, Palo Alto: Pacific Books, ISBN 978-0-87015-095-1. "Robert Thomas Moore was an exceptional amalgam of the poet, the scientist, and the man of affairs. ...over a number of years he set aside sums of money to be devoted to some project for the furtherance of creative literature. In 1947, he judged that the accumulation was adequate for his plans, and therefore he organized the Borestone Mountain Poetry Awards (named for his beautiful summer home in Maine), devoted to the recognition of the best poetry being currently written in the English language. The series of annual volumes, which he supervised as editor-in-chief, and the generous prizes awarded to separate poems and to books of verse, won him international acclaim as a discriminating patron of modem poetry, and undoubtedly provided the deepest gratification of his later years."
.png)