Adelaarsvaren
| Adelaarsvaren | ||||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
![]() | ||||||||||||||||||
| Taxonomische indeling | ||||||||||||||||||
| ||||||||||||||||||
| Soort | ||||||||||||||||||
| Pteridium aquilinum (L.) Kuhn (1879) | ||||||||||||||||||
![]() | ||||||||||||||||||
| habitus | ||||||||||||||||||
| Afbeeldingen op | ||||||||||||||||||
| Adelaarsvaren op | ||||||||||||||||||
| ||||||||||||||||||
Adelaarsvaren (Pteridium aquilinum) is een plantensoort uit de adelaarsvarenfamilie (Dennstaedtiaceae). De plant wordt soms als een lastig onkruid beschouwd.
Determinatie
Adelaarsvaren is een forse plant die zich vooral vermeerdert door middel van een dikke, zwarte en kruipende wortelstok. De bladen staan alleen en zijn vertakt, dubbelgeveerd, soms zelfs drievoudig geveerd. Als men een bladsteel aan de voet schuin doorsnijdt, is een figuur te zien die op twee adelaars lijkt. Hieraan dankt de soort haar naam. De figuur ontstaat door de ligging van de vaatbundels. De bladveren kunnen een meter hoog worden. Er zijn exemplaren bekend met bladveren van drie meter. De sporenhoopjes, sori genoemd, van adelaarsvaren zitten langs de bladrand en zijn door een omgeslagen rand bedekt.
Geslachtelijke voortplanting
De sporen zijn rijp in juli of augustus. Er zijn klieren die nectar afscheiden waardoor mieren gelokt worden die de sporen verspreiden (myrmecochorie). Uit een spore kan zich een voorkiem van ongeveer vijf mm groot met geslachtsorganen ontwikkelen. Uit het antheridium komen zaadcellen die naar het archegonium zwemmen om daar een eicel te bevruchten. Hieruit groeit een nieuwe varen.
Ecologie
Adelaarsvaren wordt voornamelijk aangetroffen in de zoom of in de kruidlaag van bossen op zandgrond, maar de soort groeit ook op open plekken. De varen houdt niet van heel vochtige grond en kalk. Op onbeschutte plaatsen is er een kans dat hij schade oploopt door koude wind of nachtvorst. De plant kan zich op gunstige plaatsen op vegetatieve wijze snel vermeerderen.
Syntaxonomie
.jpg)
Adelaarsvaren heeft haar optimum in de klasse van eiken- en beukenbossen op voedselarme grond en de klasse van gladde witbol en havikskruiden.
Verspreiding
Adelaarsvaren kent een kosmopolitische verspreiding. Ook in België en Nederland is zij algemeen.
Toxiciteit
De bladen van adelaarsvaren zijn het meest toxische deel van de plant. De toxiciteit berust op verschillende factoren. Zo bevat de plant thiaminase, een enzym, dat vitamine B1 afbreekt. Het gevolg is een vitamine B1 tekort. Verder bevat de plant sesquiterpenen die bij rund en schaap aplastische anemie kunnen veroorzaken. Bij runderen is ook een verstoorde bloedstolling vastgesteld.
De plant kent een carcinogene factor die bij de mens in de urineblaas en het maag-darmkanaal tumoren kan doen ontstaan. Desondanks worden speciaal behandelde en ingelegde, jonge spruiten van de adelaarsvaren in Korea en Japan als groente bij rijst gegeten.
Fotogalerij
Voortplanting varen
Wortelstok
Dwarsdoorsnede stengel
Video
- Adelaarsvaren in herfstbos
Externe links
- Adelaarsvaren op Flora van Nederland
- Adelaarsvaren in het Nederlands Soortenregister
- Verspreiding in Nederland volgens NDFF Verspreidingsatlas
- Kaarten met waarnemingen:

