Zwartwordende zalmplaat
| Zwartwordende zalmplaat | ||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
![]() | ||||||||||||||
| Taxonomische indeling | ||||||||||||||
| ||||||||||||||
| Soort | ||||||||||||||
| Lulesia popinalis (Fr.) T.J. Baroni, B.E. Lechner & Niveiro (2023 [1]) | ||||||||||||||
| Synoniemen | ||||||||||||||
|
Clitocella popinalis | ||||||||||||||
| ||||||||||||||
De zwartwordende zalmplaat (Lulesia popinalis, synoniem: Clitopilus popinalis; Rhodocybe popinalis) is een schimmel behorend tot de orde Agaricales.
Kenmerken
Uiterlijke kenmerken
- Hoed
De hoed heeft een diameter van 2-5 cm. De vorm is gewelfd, met ingerolde rand. Het oppervlak is droog, glad, op leeftijd met rimpels en barstjes. De kleur is wit tot geelgrijs. De rand blijft lang ingerold. De hoed kleur roodbruin met koh.[2]
- Lamellen
De lamellen lopen op de steel af en zijn nabij de steel vaak gevorkt.[2]
- Steel
De steel is wit aan de top, bruin en vezelig naar de voet toe. Hij verkleurt grijs bij kneuzing[2].
Geur en smaak De geur is meelachtig en de smaak is doorgaans bitter.[3]
- Sporenprint
De sporenprint is roze.[2]
Microscopische kenmerken
De sporen zijn zeer fijn wrattig, breed ellipsvormig tot iets hoekig, dunwandig en meten (4.5-) 5.0-7.0 (-8.0) x (3.5-) 4.0-5.5 (-6.0) um [3]
Ecologie
De zwartwordende zalmplaat leeft saprotroof in groepen, vaak in heksenkringen. Hij leeft op humus en op kale bodem. Hij komt voor in de schrale (duin)graslanden op matig droge zandige bodem, soms tussen kruipwilg (Salix repens); ook is hij bekend van naaldbos op voedselarme zandbodem en in het buitenduin.
Verspreiding
In Nederland komt de zwartwordende zalmplaat vrij algemeen voor. Hij staat op de rode lijst in de categorie 'Kwetsbaar'.[4]
_Singer_250271.jpg)