Zwart en wit
| Zwart en wit | ||||
|---|---|---|---|---|
| Auteur(s) | Gerard Walschap | |||
| Land | België | |||
| Taal | Nederlands | |||
| Onderwerp | Tweede Wereldoorlog | |||
| Genre | Roman | |||
| Uitgever | Van Kampen en Zoon | |||
| Uitgegeven | 1948 | |||
| Medium | ||||
| Pagina's | 225 | |||
| ISBN | 978-90-223-0707-6 | |||
| ||||
Zwart en wit is een roman van Gerard Walschap uit 1948 over een collaborateur tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Voorwoord
In het voorwoord van de oorspronkelijke uitgave vermeldt Gerard Walschap: "De feiten van dit verhaal zijn werkelijk gebeurd, op minder belangrijke bijzonderheden na. Ik heb ze toegeschreven aan fictieve personages en gestoffeerd met bepalingen van plaats en midden, die de waarachtigheid niet verminderen, maar veeleer vergroten door het bijeenbrengen van in de realiteit verspreide elementen."[1]
Inhoud
Vanuit zijn gevangeniscel schrijft Jan Gillis een afscheidsbrief aan zijn ouders. Hij is ter dood veroordeeld wegens collaboratie.
In 1940 trok hij samen met zijn jeugdvriend Walter Ammant naar Duitsland voor een schooluitwisseling. Jan was socialist en Walter katholiek, maar ze werden beiden Duitsgezind. Ze meldden zich aan als Oostfrontstrijder, maar in 1942 deserteerde Jan. Terug in België dook hij onder. Z'n ouders hielpen twee joden onderduiken. Z'n neef Piet Struyf, lid van de Witte Brigade, werd tijdens een ondervraging door de Gestapo gefolterd in het Fort van Breendonk, maar de vader van Jan kreeg hem vrij dankzij zijn connecties als kleermaker.
Tegen het einde van de oorlog krijgt het gezin Gillis te maken met de repressie. Jans verloofde Claire zwanger. Hij wordt ter dood veroordeeld. Zijn verzoek tot gratie wordt afgewezen. Hij schrijft afscheidsbrieven aan z'n ouders, z'n verloofde en het kind dat hij nooit te zien zal krijgen.
Personages
- Jan Gillis: Vlaamse Oostfrontstrijder en deserteur
- Gust Gillis: vader van Jan, kreupele kleermaker, socialist
- Rosa: moeder van Jan
- Paul Struyf: broer van Rosa, oom van Jan
- Emma: vrouw van Paul
- Piet Struyf: zoon van Paul, neef van Jan, lid van de Witte Brigade
- Peer Struyf: broer van Paul en Rosa, smokkelaar
- Walter Ammant: jeugdvriend van Jan, Oostfrontstrijder
- Angèle: moeder van Walter, weduwe ("het weefken")
- Claire Geus: bakkersdochter, verloofde van Jan
- Clément Peeters: kruidenier, actief op de zwarte markt
- Meneer Rammelinckx: Duitsgezinde leraar ("De Ram")
- Meneer Somers: koffiebrander, rijk en zwaarlijvig
- Meneer Van Roey: meubelfabrikant, economisch collaborateur
- Jules Heirwegh: leider van de repressie
Ontvangst
De reacties waren gemengd. In het Haarlems Dagblad schreef C.J.E. Dinaux: "Walschap heeft niet alleen een schoon en aangrijpend, maar ook een verlossend boek geschreven." In het Haagsch Dagblad schreef Victor E. van Vriesland: "Na rustige en aandachtige bezinning lijkt mij dit boek zeer verwerpelijk en zeer gevaarlijk ook."[1]