Zuidzee-expeditie van de Middelburgse Commercie Compagnie

De Zuidzee-expeditie van de Middelburgse Commercie Compagnie (MCC) was een handelsexpeditie naar de westkust van Zuid-Amerika, ondernomen met drie schepen in de periode 1724-1727. Na groot verlies aan mensenlevens en veel problemen bij het ronden van Kaap Hoorn, waar alleen de Don Louis in slaagde, werden de schepen in beslag genomen door de Spaanse en Portugese autoriteiten.
De MCC

De Middelburgse Commercie Compagnie was in juli 1720 opgericht om de in het slop geraakte Zeeuwse economie een stimulans te geven. Zij had inmiddels ruim 30 schepen uitgestuurd op handelsreizen naar Zuid-Europa, de Oostzee en de Spaanse koloniën in de Caraïben. Voor die laatste moest recognitie betaald worden aan de octrooihouder WIC en de schepen moesten uit handen zien te blijven van de Spanjaarden, die de handel voor zichzelf opeisten.
Zeeuwse rederijen waren zich in het laatste kwart van de 17e eeuw als gevolg van de concurrentie door Holland gaan specialiseren in het meest risicovolle deel van de scheepvaart, en de MCC trok die lijn door. De oprichting viel samen met een hernieuwde belangstelling in Europa voor exploratie van de Zuidzee, tegenwoordig de Grote Oceaan genoemd. Engelsen en Fransen zochten er het eerst naar nieuwe handelsmogelijkheden. Die interesse in de Zuidzee viel samen met de beruchte windnegotie aan het begin van de 18e eeuw in Frankrijk, Engeland en later ook in de Republiek. De oprichting van veel speculatieve compagnieën die fantastische winsten beloofden met handel op vooral Zuid-Amerika, en waarvan de aandelenkoersen kunstmatig werden opgedreven, werd gevolgd door een beurskrach en faillissementen in 1720. De MCC pakte de zaken voorzichtiger aan en zou daarom overleven tot 1889.
De expeditie
Op 7 maart 1724 besloot de directie van de MCC om een Zuidzee-expeditie uit te rusten naar de voor Nederlanders nog onbekende westkust van Zuid-Amerika. Het doel was tweeledig: het exploreren van nieuwe handelsgebieden buiten de bestaande octrooien van de WIC en de VOC en de verkoop van Europese producten. Men had informatie ontvangen dat de vraag naar die producten op de westkust van Zuid-Amerika groot was vanwege het moeizame en kostbare transport van goederen van de oost- naar de westkust door de jungle van Panama.
Al in oktober 1720 had Jacob Roggeveen bij de MCC een plan voor ontdekking van het legendarische Zuidland ingediend maar dat plan was toen afgewezen, vermoedelijk vanwege het uiteenspatten van de South Sea Bubble in dat jaar.[1] Dat de MCC nu toch een dergelijke expeditie op touw zette had vermoedelijk zijn oorzaak in soortgelijke plannen van de Amsterdamse handelsfirma Mottet & Voordagh. Die firma had bij de MCC geïnformeerd of er interesse was in deelneming, maar in plaats daarvan rustte de MCC liever een eigen expeditie uit. Die vertrok nog een maand vóór die van de Amsterdammers.
Reis

Twee schepen werden voor de expeditie bestemd: de fregatten Middelburgs Welvaren en de Commercie Compagnie van Middelburg. Om geen argwaan bij de Spaanse autoriteiten te wekken werden zij omgedoopt in de Don Carlos en de Don Louis. Ze kregen beide 34 kanonnen mee en een lading van voornamelijk textielproducten. Als kapiteins werden gerekruteerd Pieter Geleijnse op de Don Carlos en Nicolaas van der Genugte op de Don Louis. Beiden hadden veel ervaring in de kaapvaart en de smokkelhandel, en hadden zelfs gevechten geleverd met schepen van de WIC bij Afrika. De officieren op de schepen waren Zeeuwen. De matrozen werden voornamelijk in Amsterdam geworven en kwamen vooral uit Duitsland en Scandinavië. De loods was een Fransman die ervaring had met het ronden van Kaap Hoorn. Derde stuurman op de Don Louis was Hubregt Kempe uit Zierikzee. Hij hield een journaal bij van de reis.[2]
In juni werden de schepen door paarden door het Kanaal van Welzinge van Middelburg naar Vlissingen getrokken, maar bleven daar vervolgens nog twee maanden liggen vanwege tegenwind en problemen met de bevoorrading. Uiteindelijk werd een derde schip aangeschaft, de Jonge Christina, met Jan Huijssen als kapitein. Dit was een zogeheten snauw, een kustvaarder, die moest dienen als bevoorradingsschip. Deze 'victualie snaauw' werd omgedoopt in de Patache el Mercurio. De drie schepen vertrokken op 14 augustus en voeren via Dover en de Kaapverdische Eilanden de Atlantische Oceaan over. Op 14 december kwam de Braziliaanse kust in zicht bij Kaap Frio, vlak bij Rio de Janeiro. Men lag achter op het schema, zodat pas in maart in plaats van in het gunstige seizoen van januari de gevaarlijke Kaap Hoorn gerond moest worden. De Don Carlos en de Patache el Mercurio lukte dat niet. Zij keerden terug naar Rio de Janeiro, waar de schepen in juli in beslag werden genomen door de Portugese autoriteiten. Geleijnse en zijn bemanning werden op transport gesteld naar Lissabon, waar zij gevangen gezet werden in de Limoeiro-gevangenis. Pas in april 1726 kwam de MCC daar via hun correspondent in Lissabon achter.
Kaap Hoorn

De Don Louis rondde Kaap Hoorn wel, maar met grote problemen. 'Het scheen off de wint en zee ons wouden verslinden', schreef Kempe. 'Ook hadden wij veel hagel en sneeuw, en daar bij zeer kout, zoodat het volck seer afviel en oock in hun koijen sieck raeckten'.[3] Het drinkwater was inmiddels op rantsoen en de bemanning leed aan scheurbuik. Bovendien had men geen loods meer, want die was aan boord van de uit het zicht geraakte Don Carlos. Op 19 april stierf kapitein Van der Genugte, na door ziekte al een maand niet aan dek te zijn geweest. Hij werd opgevolgd door Carel Fouillart. Begin mei waren al 15 zeelieden overleden, waaronder de eerste stuurman Jan Bruijst, en waren er 40 zieken die niet in staat waren hun kooi uit te komen, ‘zoodat het schip als een pesthuis was’.[4] Bruijst werd opgevolgd door de tweede stuurman Pieter Huijsman. Kempe schoof een plaats op in rang. Op 21 mei ankerde de Don Louis bij het onbewoonde eiland Nuestra Señora del Socorro (het huidige Isla Guamblin) voor de kust van Chili, waar drinkwater en groenten gevonden werden. Acht zeelieden werden er begraven. Drie anderen, de hofmeester Laurens Wartels en twee matrozen, bleven er onbedoeld achter toen zij aan land overnachtten en het schip door de storm en de branding van haar ankers sloeg en wegdreef. Vanaf juni brachten de overlevenden vijf maanden door in een baai van het vasteland, die ze vanwege de beschutting die ze er vonden de Baai de Blijde Hoop noemden, ‘omdat God zelfs ons roer in de hand hadde en ons in zoo een goede baeij hadde gestuurt, daar wij ons met een anker konden behelpen.’[5] In deze baai, de huidige Seno Purgatorio, vonden ze voedsel en voerden ze reparaties uit aan het schip. Met een jol probeerden ze de drie op het eiland achtergebleven mannen op te halen maar bij de vijfde poging daar aangekomen vonden ze slechts hun half vergane lichamen liggend in hun tentje. Ze hadden zich nog een poos met schelpdieren in leven weten te houden en hadden geprobeerd een kano te maken van een uitgeholde boomstam maar waren uiteindelijk van honger en kou gestorven.
Einde

Op 10 november zeilde de Don Louis langs de kust verder naar het noorden, gebruik makend van de Humboldtstroom. Op 19 november zag men het eiland Mocha, en op 27 november ankerde men bij het eiland Santa Maria. Hier troffen ze voor het eerst mensen aan: de Mapuche indianen. Ze waren in opstand tegen de Spanjaarden dus hoopte men op hun vriendschap. Hoewel ze schuw en erg arm waren konden de schepelingen schapen, kippen, groente en vis van hen kopen. Aangekomen bij het schiereiland Paracas ontmoette men een Spaanse koopvaarder, van wie men hoorde dat de komst van de Nederlandse schepen overal al maanden geleden was aangekondigd en dat er op handel geen kans was. Op 24 december brak op de Don Louis muiterij uit door matrozen die er genoeg van hadden. Terwijl de officieren zich barricadeerden in de kajuit maakten negen muiters de kanonnen onklaar en vluchtten naar het Spaanse schip. Op 31 december werd de Don Louis door de Spanjaarden in beslag genomen en opgebracht naar Callao. De muiters bekeerden zich tot het katholicisme en bleven vrij, maar Fouillart, Huijsman, Kempe en anderen brachten acht maanden in gevangenschap door. Toen werden ze via Panama over land naar Cuba gebracht, van waar ze met een Engels schip vertrokken naar Europa. Pas op 1 mei 1727 waren ze terug in Middelburg.

De twee schepen van de Amsterdamse expeditie, de Sint Louis en de Sint Franciscus, hadden een vergelijkbare ervaring. Zij rondden beide in april 1725 Kaap Hoorn met veel zieken en doden, en verloren elkaar in zware stormen uit het oog. Beide schepen vielen daarna in Spaanse handen.
Naast het grote verlies aan mensenlevens was het verlies van de drie schepen de grootste verliespost in het bestaan van de MCC. De compagnie kwam zelfs korte tijd op de rand van een faillissement te staan. Nederlandse schepen zouden zich daarna in de regio niet meer vertonen. Pas honderd jaar na de Don Louis zouden Nederlandse schepen Kaap Hoorn weer ronden[6]: de koopvaarder Harmonie, die in 1823 met kapitein Haijke Janssen de Bloom van Rio de Janeiro naar Callao voer,[7] en kort daarna het marineschip Lynx, dat met kapitein Isaac Willinck een reis om de wereld maakte.[8]
Hubregt Kempe's bewaard gebleven reisverslag van de Don Louis schreef hij waarschijnlijk na zijn terugkomst in Middelburg op basis van aantekeningen die hij tijdens de reis had gemaakt.[2]
Literatuur
Paesie, Ruud, Voor zilver en Zeeuws belang. De rampzalige Zuidzee-expeditie van de Middelburgse Commercie Compagnie, 1724-1727, Walburg Pers, 2012, ISBN 9789057308451
- ↑ Van Gelder, Roelof (2012). Naar het aards paradijs, het rusteloze leven van Jacob Roggeveen, ontdekker van Paaseiland (1659-1729). Balans, p. 165. ISBN 9789460035739.
- 1 2 Kempe, Hubregt, 321, Reisverslag van Hubregt Kempe, 1724 aug. 14-1727 mei 1. 20, Middelburgsche Commercie Compagnie (MCC), 1720-1889. Zeeuws Archief (1727). Geraadpleegd op 15 december 2025.
- ↑ Paesie, Ruud (2012). Voor zilver en Zeeuws belang. De rampzalige Zuidzee-expeditie van de Middelburgse Commercie Compagnie, 1724-1727. Walburg Pers, p. 91. ISBN 9789057308451.
- ↑ Paesie, Ruud (2012). Voor zilver en Zeeuws belang, De rampzalige Zuidzee-expeditie van de Middelburgse Commercie Compagnie, 1724-1727, Ruud Paesie, Walburg Pers, 2012, 9789057308451. Walburg Pers, p. 121. ISBN 9789057308451.
- ↑ Paesie, Ruud (2012). Voor zilver en Zeeuws belang, De rampzalige Zuidzee-expeditie van de Middelburgse Commercie Compagnie, 1724-1727. Walburg pers, p. 123. ISBN 9789057308451.
- ↑ Kaap-Hoorn reizen onder Nederlandse vlag 1616-1911. Nederlandse Kaap Hoorn-vaarders (2025). Geraadpleegd op 15 december 2025.
- ↑ HARMONIE - ID 12510. Stichting Maritiem-Historische Databank (2025). Geraadpleegd op 15 december 2025.
- ↑ Willinck, I.P.M., Reize om de wereld, gedaan in de jaren 1823 & 1824, met Z.M. korvet Lynx onder bevel van I. P. M. Willinck. Broese (1836). Geraadpleegd op 15 december 2025.