Zijschuivingsbekken

Schematische diagram van een zijschuivingsbekken.

Een zijschuivingsbekken (Engels: pull-apart basin) is een tektonisch bekken langs een zijschuiving. Hoewel zijschuivingen overwegend zijwaartse beweging accommoderen, kan plaatselijk ook extensie of compressie plaatsvinden. Zijschuivingsbekkens ontstaan op plekken waar het verloop van een zijschuiving over het aardoppervlak een bocht of stap vertoont. Ze zijn meestal beperkt tot enkele kilometers of tientallen kilometers in grootte. Het zijn geen structuren die op de schaal van een continent doorlopen. Meestal zijn het aan alle kanten door breuken begrensde, ruitvormige structuren.

Op plekken waar zijschuivingsbreuken niet recht verlopen ontstaat door de beweging langs de breuk ruimte, dan wel een ruimteprobleem. In het geval van een ruimteprobleem (overlap van de twee blokken) spreekt men van transpressie. Materiaal van de verschillende zijden van de breuk overlapt in toenemende mate bij aanhoudende beweging langs de breuk. Daardoor wordt het samen gedrukt. De compressie komt tot uiting in plaatselijke overschuivingen en plooien.

In het geval ruimte ontstaat langs een zijschuiving spreekt men van transtensie. Er ontstaat een "gat" tussen de twee blokken. De extensie komt tot uiting in het ontstaan van een zijschuivingsbekken. Zijschuivingsbekkens vormen topografische depressies, waar water naartoe stroomt. Als de tektonische beweging aanhoudt komen er gewoonlijk rivieren, meren of beide in de depressie te liggen. Het bekken wordt in snel tempo gevuld met dikke lagen fluviatiel en lacustrien sediment.

Bij aanhoudende beweging langs de zijschuiving kan de breuk zich uiteindelijk naar het midden van het zijschuivingsbekken verleggen, waardoor het bekken in tweeën wordt gesplitst.

Voorbeelden

Bekende voorbeelden van dit verschijnsel zijn de Dode Zee, de Zee van Marmara en de Salton Sea (een meer in Zuid Californië).