Zaadverspreiding
_Taraxacum_sect._Ruderalia.jpg)
Zaadverspreiding is de verplaatsing van zaden vanuit een ouderplant over een bepaald gebied ('disseminatie'), met de kans dat het zaad een nieuwe groeiplaats bereikt waar het kan ontkiemen. Zaadverspreiding kan ook plaatsvinden door de verspreiding van de vruchten.
Planten zijn sessiele organismen, maar hebben verschillende strategieën ontwikkeld om nakomelingen ertoe te brengen weg te groeien van de ouderplant. Zaadverspreiding is vaak afhankelijk van abiotische of biotische factoren, zoals wind, (stromend) water, vogels of zoogdieren. De verspreidingswijze is bij veel plantensoorten vaak een combinatie van dergelijke factoren.[1]
De patronen waarmee zaden zich verspreiden is voor een belangrijk deel afhankelijk van het verspreidingsmechanisme. Dit mechanisme bepaalt de demografische en genetische structuur van plantenpopulaties. Waar een zaad terechtkomt in de omgeving bepaalt bovendien interacties tussen verschillende soorten. Er zijn globaal vijf hoofdmechanismen voor zaadverspreiding: zwaartekracht, wind, dehiscentie, water en door dieren. Sommige planten zijn serotineus en verspreiden hun zaden alleen als reactie op een omgevingsstimulus.
Zie ook
Bronnen
- (en) Schulze, E. D., Beck, E. & Müller-Hohenstein, K. (2005). Plant Ecology. Springer Science & Business Media, 542–550. ISBN 978-3-540-20833-4.
- (en) Howe, H. F., Smallwood J. (1982). Ecology of Seed Dispersal. Annual Review of Ecology and Systematics 13 (1): 201–228. ISSN:0066-4162. DOI:10.1146/annurev.es.13.110182.001221.
- ↑ (en) Ozinga W, Bekker R. (2004). Dispersal potential in plant communities depends on environmental conditions. Journal of Ecology 92 (5): 767–777. DOI: 10.1111/j.0022-0477.2004.00916.x.