Xenovenator

Xenovenator espinosai

Xenovenator is een geslacht van theropode dinosauriërs, behorende tot Maniraptora, dat tijdens het late Krijt leefde in het gebied van het huidige Mexico. Er zijn twee soorten benoemd: Xenovenator espinosai en Xenovenator? robustus.

Vondst en naamgeving

In de zomer van 2000 vond paleontologe Martha C. Aguillón-Martinez op de vindplaats van La Paritta in Coahuila aan het oppervlak het schedeldak van een troödontide. Dat was toen het eerste troödontide fossiel op losse tanden na dat in Mexico aangetroffen was. Het fossiel werd beschreven maar niet benoemd in 2023, in samenwerking met Héctor E. Rivera-Sylva. Andere fossielen waren ontdekt van vermoedelijk hetzelfde taxon. Men concludeerde dat het een nieuwe soort betrof.

CPC 2973

In 2026 werd de typesoort Xenovenator espinosai benoemd door Hector Eduardo Rivera-Sylva, Martha Carolina Aguillón-Martinez, Jose Flores-Ventura, Ivan Erick Sánchez-Uribe, José Ruben Guzman-Gutierrez en Nicholas Rob Longrich. De naam is een combinatie van het Grieks xenos, "vreemd", en het Latijn venator, "jager", in verwijzing naar de aparte schedelstructuur. De soortaanduiding eert Luis Espinosa-Arrubarrena, een van meest invloedrijke Mexicaanse onderzoekers van dinosauriërs.

Het holotype, CPC 2973, is gevonden in de Cerro del Pueblo-formatie die dateert uit het late Campanien. Het bestaat uit een schedeldak. Het omvat de voorhoofdsbeenderen, de wandbeenderen, de orbitosfenoïden, de laterosfenoïden, de exoccipitalia, de proötica, de basisfenoïden en het basioccipitale.

Het paratype is CPC 2976, door Aguillón-Martinez in 2004 op dezelfde vindplaats gevonden. Het bestaat uit een linkervoorhoofdsbeen. Toegewezen is specimen CPC 3112, een rechtervoorhoofdsbeen. Het is in 2002 bij Trincheras door een anonieme amateurpaleontoloog gevonden die het aan het Museo del Desierto schonk in wiens collectie zich ook de overige specimina bevinden.

In 2026 werd ook Saurornitholestes robustus Sullivan 2006 hernoemd tot Xenovenator? robustus. Het vraagteken geeft aan dat de beschrijvers zelf niet heel zeker zijn van die plaatsing. Het holotype is SMP VP-1955 in de Alamo Wash gevonden uit de Kirklandformatie. Het bestaat uit een rechtervoorhoofdsbeen.

Beschrijving

Grootte en onderscheidende kenmerken

CPC 3112

De lengte van Xenovenator is aangegeven als rond de twee meter.

De beschrijvers stelden een lijst van kenmerken op van het geslacht als zodanig. De voorhoofdsbeenderen zijn dik. De tak van het voorhoofdsbeen naar het postorbitale is meer voorwaarts geplaatst ten opzichte van de beennaad met het wandbeen. De richel tussen de voorhoofdsbeenderen is breed en overdwars gewelfd. De beennaad tussen het voorhoofdsbeen en het traanbeen is breed.

Daarnaast werd er een aantal onderscheidende kenmerken aangegeven van Xenovenator espinosai. De meeste zijn autapomorfieën, unieke afgeleide eigenschappen. De voorhoofdsbeenderen, wandbeenderen en andere schedelbeenderen hebben beennaden die diep in elkaar grijpen. De voorhoofdsbeenderen zijn sterk gewelfd. De voorhoofdsbeenderen zijn vooraan sterk verdikt maar in het midden minder sterk. Het bovenvlak van de voorhoofdsbeenderen en wandbeenderen is ruw en gegroefd. De takken van de neusbeenderen tussen de traanbeenderen zijn breed. De oogkassen staan onderaan wijd uiteen. De wandbeenderen vormen nauwe takken die tussen de voorhoofdsbeenderen steken. Het schedeldak gevormd door de wandbeenderen heeft een driehoekig profiel. De orbitosfenoïden en laterosfenoïden steken naar voren en beneden uit om de onderzijde van de hersenpan te omvatten.

Twee kenmerken, op zich niet uniek, vormen hiermee een unieke combinatie. De voorhoofdsbeenderen zijn uitgebreid versmolten. Het voorhoofdsbeen heeft een inkeping en beenplateau die de achterzijde van het traanbeen omvatten.

Skelet

Specimen CPC 2976 en X. robustus hebben een veel minder gewelfd voorhoofdsbeen dan de typesoort. Dat kan een soortonderscheid zijn maar ook duiden op seksuele dimorfie, waarvoor overigens bij dinosauriërs in het algemeen de bewijzen schaars zijn, op de moderne vogels na.

Fylogenie

Xenovenator is in de Troodontidae geplaatst. Xenovenator espinosai en X. robustus werden gevonden als zustersoorten die samen een clade vormden die weer het zustertaxon was van Albertavenator in de Troodontini.

Het volgende cladogram toont de positie van Xenovenator in de evolutionaire stamboom.

Troodontidae

Levenswijze

De dikke voorhoofdsbeenderen van Xenovenator zijn uniek voor de Maniraptora en hebben geen heel duidelijke functie. Zulke eigenschappen worden vaak verklaard als seksuele dimorfie, omdat seksuele selectie op om het even welk kenmerk kan aangrijpen. Bij vogels zijn er dan ook talloze soorten met een opvallende kam op de kop of uitgroei van de snavel: de papegaaiduiker, Crotophaga, het helmparelhoen, de hoorngoean, de helmhokko en de kasuaris. Sommige soorten hebben verdikte voorhoofdsbeenderen net als Xenovenator, zij het relatief dunner: zwanen, de ekstergans, Bucephala en de zwarte kroonkraanvogel. De meeste van die structuren dienen voor seksuele selectie maar de massieve kam van de helmneushoornvogel wordt door de mannetjes gebruikt om elkaar in volle vlucht te rammen. Kopstoten worden ook veel door zoogdieren met hoorns gegeven. De allerdikste schedels hebben de Pachycephalosauria. Op hun verdikking lijkt de schedel van Xenovenator het meest, met trabeculae die loodrecht op de buitenkant staan, om de krachten af te geleiden. Ook voor het Mesozoïcum waren er dieren met bulten zoals veel Synapsida en Triopticus.

De beschrijvers concludeerden hieruit dat de verdikkingen bij Xenovenator een geval waren van seksuele dimorfie maar dat ze te laag waren om als pronkorgaan te dienen. Ze zouden de hersenen beschermd hebben tegen botsingen bij onderlinge strijd, daartoe wellicht bedekt met een laag bindweefsel en hoorn.

Literatuur