Woonwagen


Een woonwagen of foorwagen (soms ook pipowagen in de volksmond) is een woning op wielen. In het Duits wordt met een Wohnwagen een caravan of een stacaravan bedoeld. Anders dan in Duitsland wordt in het Nederlandse taalgebied onder woonwagen meestal het soort woningen op wielen verstaan dat door woonwagenbewoners wordt gebruikt.[1] Het wordt in de Vlaamse Wooncode omschreven als "een woongelegenheid, gekenmerkt door flexibiliteit en verplaatsbaarheid, bestemd voor permanente en niet-recreatieve bewoning".[2]
De Roma en Sinti benoemen de caravan, kampeerwagen en stacaravan als woonwagen. Dit komt doordat de woonwagen vele woonvormen heeft gehad in de geschiedenis die allemaal bij de beschermde culturele identiteit van de woonwagenbewoners thuishoort.
Het soort woonwagens dat men op woonwagencentra aantreft, is echter vaak niet of nauwelijks nog als wagen te herkennen, al zijn er nog steeds wielen aanwezig die hun functie niet helemaal hebben verloren. Die worden nu nog gebruikt om de woonwagen te kunnen verplaatsen op korte afstanden.
Woonwagens worden zowel gebruikt voor permanente bewoning, als voor recreatieve doeleinden. Soms ook als tweede woning of als werkplaats voor hen die behoefte hebben aan een andere werkruimte dan de eigen woning.
Historisch
De karakteristieke, ouderwetse woonwagens ('pipowagens') kenmerkten zich door veel houtsnijwerk (in België waren in het bijzonder de in Buggenhout vervaardigde woonwagens erg geliefd[3]); dit was niet enkel ter decoratie en om de welstand te tonen maar tevens om gewicht te besparen. De wagens werden immers getrokken door een of meer paarden en de bewoners trokken van dorp tot dorp en soms van land tot land. Dit soort woonwagens is in de Benelux zeldzaam geworden. De woonwagens die tegenwoordig door rondreizende kermisondernemers en circusartiesten worden gebruikt, zijn over het algemeen luxueus ingericht, hoewel ze slechts beperkte ruimte bieden. Ze worden voortgetrokken door bussen of vrachtauto's.
Woonwagenwet
In Nederland vielen woonwagens in de zin van permanente woningen sinds 1968 onder de Woonwagenwet. De bewoners mochten alleen staan op de grote, door de overheid aangewezen, woonwagenkampen. Er waren daar sanitaire voorzieningen en er was toezicht. De bewoners voelden zich echter beknot in hun vrijheid om rond te trekken.
Door afschaffing van de woonwagenwet in 1999 zijn woonwagenbewoners weer afhankelijk geworden van de gemeenten. Die kozen niet zeldem voor een 'nuloptie' of zelfs een 'uitsterfbeleid'. Er kwamen geen standplaatsen bij en bestaande werden als ze vrijkwamen vaak opgeheven. De woonwagenbewoners maken sindsdien bezwaar tegen het uitsterfbeleid van de gemeentes.[4]
- ↑ De woonwagen: een vervoersmiddel met een bijzondere geschiedenis, AutoScout24.nl
- ↑ Decreet houdende de Vlaamse Wooncode (15/07/1997) Titel I Art. 2 33°.
- ↑ A. Cottaar, Kooplui, kermisklanten en andere woonwagenbewoners: groepsvorming en beleid 1870-1945, Amsterdam, 1996, p. 31.
- ↑ https://historiek.net/woonwagenwet-van-1968-veroorzaakte-diep-wantrouwen-in-de-overheid/172796/#google_vignette