Wolfgang von Ditfurth
| Wolfgang von Ditfurth | ||||
|---|---|---|---|---|
![]() | ||||
Ditfurth (derde van rechts zittend) tijdens het proces (Riga, 1946). | ||||
| Geboren | 28 februari 1879 Berlijn, Provincie Brandenburg, Koninkrijk Pruisen, Duitse Keizerrijk | |||
| Overleden | 22 maart 1946 Riga, Letse Socialistische Sovjetrepubliek, Sovjet-Unie | |||
| Land/zijde | ||||
| Onderdeel | ||||
| Dienstjaren | 1898 - 1931[1] 1934[1] - 1945 | |||
| Rang | Generalleutnant | |||
| Eenheid | Kaiser Franz Garde-Grenadier-Regiment Nr. 2 Infanterieschool/Dresden 1 oktober 1927 - 1 oktober 1929[2][1] Führerreserve (OKH) 15 mei 1942 - 31 juli 1942[2] | |||
| Bevel | 5e Cie./ 7e Infanterieregiment 1 april 1922 - 1 november 1923[1] Wachregiment Berlin 1 februari 1931 - 1 maart 1932[1] 403. Sicherungs-Division 25 oktober 1939 - 15 mei 1942[2][3] Commandant Koersk April/mei 1942 | |||
| Slagen/oorlogen | Eerste Wereldoorlog
| |||
| Onderscheidingen | zie onderscheidingen | |||
| ||||
Wolfgang Paul Franz Dietrich von Ditfurth (Berlijn, 28 februari 1879 – Riga, 22 maart 1946) was een Duitse officier en Generalleutnant tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hij voerde het commando over de 403. Sicherungs-Division. Deze eenheid nam actief deel aan oorlogsmisdrijven tegen partizanen (Bandenbekämpfung) en aan de Holocaust.
Ditfurth werd veroordeeld voor oorlogsmisdrijven en geëxecuteerd door ophanging.
Leven
Op 28 februari 1879 werd Wolfgang geboren als lid van het adellijke geslacht von Ditfurth. Hij was de oudste zoon van de hoofdlandmeetambtenaar Theodor von Ditfurth (1846 - 1922[4]) en diens vrouw Eveline Luise Helene Adelaide (geboren Meyer, 1858 - 1925[4]). Hij had nog een een broer en zuster.[4] Hij voltooide zijn schoolopleiding met het behalen van het Abitur.
Op 26 september 1898 trad hij, na het afbreken van zijn rechtenstudie in Lausanne, in dienst van het Pruisische leger en diende bij de infanterie. Ditfurth werd als Fahnenjunker (aspirant-officier) geplaatst bij het regiment Kaiser Franz Garde-Grenadier-Regiment Nr. 2. Voor de Eerste Wereldoorlog volgden meerdere bevorderingen tot Hauptmann (kapitein).
Eerste Wereldoorlog
Na zijn bevordering tot Hauptmann werd Ditfurth overgeplaatst naar het Leibgarde-Infanterie-Regiment (1. Großherzoglich Hessisches) Nr. 115 en ingedeeld bij de regimentsstaf. Met dit regiment nam hij als compagniecommandant deel aan de Eerste Wereldoorlog. In september 1914 raakte hij gewond. Na zijn herstel keerde hij in februari 1915 terug bij zijn eenheid.
Ditfurth diende vervolgens in verschillende functies binnen de staf. Eind 1918 werd hij toegewezen aan de chef van de generale staf, die hem daarna plaatste bij de inlichtingendienst. Van januari tot augustus 1919 werd hij ingezet als inlichtingenofficier bij het 5e Legerkorps. Daarna volgde zijn plaatsing bij het 6e Legerkorps, eveneens als inlichtingenofficier.
Interbellum
Op 9 december 1919 trouwde Ditfurth met de vijftien jaar jongere Charlotte Bode. Tijdens de opbouw van het 100.000 man sterke Reichsheer werd hij als Abwehr-officier overgeplaatst naar het bureau van de plaatscommandant van Breslau (Kommandantur Breslau). Op 1 april 1922 werd hij benoemd tot commandant van de 5e compagnie van het 7e Infanterieregiment in Glatz. In verband met deze benoeming werd hij bevorderd tot Major (majoor).
Na zijn diensttijd als compagniecommandant werd Ditfurth benoemd tot bataljonscommandant van het 2e bataljon, dat was gestationeerd in Liegnitz. Hij diende meerdere jaren in deze functie. Op 1 oktober 1927 volgde zijn overplaatsing naar de infanterieschool in Dresden. Tijdens zijn plaatsing daar werd hij bevorderd tot Oberstleutnant (luitenant-kolonel) en werkte hij drie jaar in Dresden.
In 1929 werd Ditfurth overgeplaatst naar de regimentsstaf van het 9e Infanterieregiment in Potsdam. Met zijn bevordering tot Oberst (kolonel) volgde ook zijn benoeming tot commandant van het Wachregiment Berlin (Wachtregiment Berlijn). Begin 1931 nam hij afscheid van de actieve dienst in de Reichswehr.[1] Ditfurth komt echter niet voor in de Rangliste van 1 mei 1931.[1]
Tweede Wereldoorlog
Op 1 oktober 1934 werd Ditfurth opnieuw geactiveerd tijdens de uitbreiding van de Reichswehr tot de Wehrmacht.[1][2] Hij werd als referent geplaatst in de 3e afdeling van de opperkwartiermeester van Generalmajor Kurt von Tippelskirch bij het Reichswehrministerium (vrije vertaling: Rijksministerie van Defensie), en later bij het OKH. Op 31 maart 1939 ging hij met pensioen en ontving hij de ererang van Generalmajor.
Voor korte tijd werkte Ditfurth als assistent bij het Kriegsgeschichtlichen Forschungsinstitut (vrije vertaling: Instituut voor Militair Historisch Onderzoek). Vanaf 1 augustus 1939 werd hij opnieuw ter beschikking gesteld van het Heer. Op 25 oktober 1939 volgde zijn benoeming tot commandant van de staf van de nieuw gevormde divisie 403 z.b.V. (Landesschützen-Division 403).[5]
Aanvankelijk was de divisie toegewezen aan het 6e Leger in Frankrijk, maar na de naamswijziging in de 403e Beveiligingsdivisie medio maart 1941 werd zij overgeplaatst naar het 9e Leger in de centrale sector van het Oostfront.[5][3]
Op 1 september 1940 werd Ditfurth bevorderd tot Generalmajor z.V. (brigadegeneraal). Onder zijn commando was de divisie betrokken bij oorlogsmisdrijven tegen partizanen (Bandenbekämpfung). Gedurende de oorlog werd de divisie voornamelijk ingezet aan het Oostfront voor veiligheidstaken in het achtergebied, waaronder het gevangennemen van achtergebleven Sovjet-Russische krijgsgevangenen en Kommissare (politieke commissarissen).
Deze legercommandanten presideerden over een imperium van terreur en wreedheid
— Historicus Michael Parrish; geciteerd in: The Lessor Terror; Soviet State Security, 1939–1953, p. 127.[6]
De commandanten namen vervolgens steeds meer antisemitische maatregelen, zoals de inbeslagname van bezittingen, ontslag uit functies en de oprichting van zogenoemde ‘zuiver’ Joodse huizen. In 1941 was de divisie tijdens de Slag om Białystok-Minsk, de Slag om Smolensk en de Slag om Moskou geplaatst in de zogenaamde Heeresgruppenreserve (vrije vertaling: reserve van de legergroepen). In deze periode werd de divisie ingezet tegen de burgerbevolking en werden talloze dorpen platgebrand.
Vanaf juli 1941 werd Ditfurth ingezet als commandant van Vilnius. In deze hoedanigheid was hij verantwoordelijk voor gewelddadigheden van de Litouwse bevolking tegen de Joden, waarbij circa 3700 mensen werden gedood.[1] Ook de inrichting van een Joods getto viel onder zijn verantwoordelijkheid.[1] Op 1 oktober 1941 werd Ditfurth bevorderd tot Generalleutnant z.V. (generaal-majoor).
In april en mei 1942 was hij commandant van de stad Koersk. Een maand later droeg hij het commando over de divisie over aan Generalleutnant Wilhelm Rußwurm en ging hij eind juli 1942 als Generalleutnant met pensioen. Tot het einde van de oorlog was Ditfurth werkzaam bij het Instituut voor Militair Historisch Onderzoek in Potsdam.
Na de oorlog
Op 19 mei 1945 werd Ditfurth als burger in Potsdam door Sovjet-eenheden gevangen genomen en naar de Sovjet-Unie overgebracht.[7] Tijdens zijn verhoor eind 1945 verklaarde hij onder meer:[8]
“Vorübergehend, wie ich schon sagte, wurden [sic] dort, wo meine Truppen disloziert waren, wie in Litauen und in den angrenzenden Bezirken [des] westlichen Weißrußlands, die ganze männliche Bevölkerung im Alter von 18–50 J. mitgenommen.”
“Voorbijgaand, zoals ik al zei, werd daar waar mijn troepen waren gestationeerd, zoals in Litouwen en in de aangrenzende districten van westelijk Wit-Rusland, de gehele mannelijke bevolking in de leeftijd van 18 tot 50 jaar meegenomen.”
In 1946 werd hij samen met andere voormalige leden van de Wehrmacht tijdens de oorlogstribunalen in Riga ter dood veroordeeld. De aanklachten luidden:
Oorlogsmisdrijven
- Juli/augustus 1941: deelname aan arrestaties en executies van Sovjetburgers door de 403e Beveiligingsdivisie onder verantwoordelijkheid van de Befehlshaber des rückwärtigen Heeresgebiets 102 in de Heeresgruppe Mitte bij Vilnius (waarbij ongeveer 4000 Joden werden vermoord);
- September 1941 tot maart 1942: acties in de sector Witebsk tegen de burgerbevolking;
- April tot mei 1942: Kriegskommandant in Koersk.
Hoewel Ditfurth ter dood was veroordeeld, werd de straf volgens sommige bronnen niet voltrokken wegens ziekte. Hij zou op 22 maart 1946 aan hartfalen zijn overleden.[9] Andere bronnen vermelden dat hij als vermist werd beschouwd[10] of dat hij werd opgehangen nadat het proces op 3 februari 1946 was afgerond.[5][7]
Militaire carrière
- Fahnenjunker (aspirant-officier): 26 september 1898[1][2]
- Fähnrich: 18 april 1899[1][2]
- Leutnant: 27 januari 1900[2][1]
- Oberleutnant: 18 oktober 1909[2][1]
- Hauptmann: 1 oktober 1913[2][1]
- Major: 1 mei 1922[2][1][11]
- Oberstleutnant: 1 februari 1928[2][1]
- Oberst: 1 februari 1931[2]
- Charakter als Generalmajor: 1 april 1939[2]
- Generalmajor z.V.: 1 september 1940[2][5][1]
- Generalleutnant z.V.: 1 oktober 1941[2][5][1]
- Opmerking: de rang van Generalmajor is vergelijkbaar met die van een hedendaagse Brigadegeneraal (OF-6). Het Duitse leger (Heer) kende tijdens de Tweede Wereldoorlog geen rang van een Brigadegeneraal, waardoor de eerste generaalsrang een Generalmajor was. Het naoorlogse Duitse leger kent overigens wel volgens de NAVO schaal een Brigadegeneraal als eerste generaalsrang.
Onderscheidingen
Selectie:
- IJzeren Kruis 1914, 1e Klasse en 2e Klasse
- Militaire Orde voor Dapperheid in de Oorlog (Koninkrijk Bulgarije), 4e Klasse, 2e Graad
- IJzeren Halve Maan
- Herhalingsgesp bij IJzeren Kruis 1939, 2e Klasse
- Ridder der Eerste Klasse in de Frederiks-Orde met Zwaarden
Afkorting
- z.V. (zur Verfügung) - ter beschikking
- Dit artikel of een eerdere versie ervan is een (gedeeltelijke) vertaling van het artikel Wolfgang von Ditfurth op de Duitstalige Wikipedia, dat onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen valt. Zie de bewerkingsgeschiedenis aldaar.
- (de) Onbekende auteur, Lexikon der Wehrmacht von Ditfurth. Geraadpleegd op 2 januari 2026.
- (en) Mitcham, Jr, Samuel W. (2007). German Order of Battle: Volume Two: 291–999th Infantry Divisions, Named Infantry Divisions, and Special Divisions in WWII (epub). Stackpole Books, Mechanicsburg, PA. ISBN 9780811734370.
- (de) Weigelt, Andreas, Klaus-Dieter Müller, Thomas Schaarschmidt und Mike Schmeitzner (2015). Todesurteile sowjetischer Militärtribunale gegen Deutsche (1944–1947) (PDF). Vandenhoeck & Ruprecht, Göttingen. ISBN 9783525369685.
- (en) Kursietis, Andris J. (1999). The Wehrmacht at War 1939-1945; The Units and Commanders of the Ground Forces during World War II (PDF). Uitgeverij Aspekt. ISBN 9075323387.
- (en) Kursietis, Andris J. (2015). The Fallen Generals; The Destruction of the German Officer Corps in World War II and its aftermath. Uitgeverij Aspekt, Soesterberg, pp. 105. ISBN 9789461536051.
- (en) Parrish, Michael (1996). The Lessor Terror; Soviet State Security, 1939-1953. Praeger Publishers, Verenigde Staten, 127. ISBN 9780275951139.
- (de) Reichswehrministerium (1926). Rangliste des deutschen Reichsheeres-Nach dem Stande vom 1. Mai 1926. Verlag E.S. Mittler & Sohn, Berlijn, p. 34.
- (de) Reichswehrministerium (1925). Rangliste des deutschen Reichsheeres-Nach dem Stande vom 1. Mai 1925. Verlag E.S. Mittler & Sohn, Berlijn, p. 34.
- 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 (de) Lexikon der Wehrmacht: von Ditfurth, Wolfgang Paul Franz Dietrich. Geraadpleegd op 15 januari 2026.
- 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 (en) Axis Biographical Research: DAS HEER GENERALLEUTNANT, C - F, Generalleutnant Wolfgang von Ditfurth. Geraadpleegd op 14 januari 2026.
- 1 2 Kursietis 1999, p.202.
- 1 2 3 (en) FamilySearch: Wolfgang von Ditfurth. Geraadpleegd op 23 januari 2026.
- 1 2 3 4 5 Mitcham 2007, p.46.
- ↑ Parrish 1996, p.127.
- 1 2 Kursietis 2015, p.105.
- ↑ (de) Google Boeken: Kalkulierte Morde: Die deutsche Wirtschafts- und Vernichtungspolitik in Weißrußland 1941 bis 1944. p.512. Geraadpleegd op 19 januari 2026.
- ↑ Weigelt 2015, p.97.
- ↑ (de) Akten der Reichskanzlei: Ditfurth, Wolfgang von. Geraadpleegd op 19 januari 2026.
- ↑ Rangliste des deutschen Reichsheeres-Nach dem Stande vom 1. Mai 1926, p.34.
