Wills Hill
| Wills Hill | ||||
|---|---|---|---|---|
![]() | ||||
Wils Hill, geportretteerd door Pompeo Batoni. | ||||
| Geboren | 30 mei 1718 Fairford (Engeland) | |||
| Overleden | 7 oktober 1793 Hillsborough (Ierland) | |||
| First Lord of Trade | ||||
| Aangetreden | 9 september 1763 | |||
| Einde termijn | 20 juli 1765 | |||
| Monarch | George III | |||
| Premier | George Grenville | |||
| Voorganger | William Petty | |||
| Opvolger | William Legge | |||
| First Lord of the Trade | ||||
| Aangetreden | 16 augustus 1766 | |||
| Einde termijn | december 1766 | |||
| Monarch | George III | |||
| Premier | William Pitt de Oudere | |||
| Voorganger | William Legge | |||
| Opvolger | Robert Nugent | |||
| First Lord of the Trade | ||||
| Aangetreden | 20 januari 1768 | |||
| Einde termijn | 31 augustus 1772 | |||
| Monarch | George III | |||
| Premier | William Pitt de Oudere Augustus Fitzroy Frederick North | |||
| Voorganger | Robert Nugent | |||
| Opvolger | William Legge | |||
| Minister van Koloniale Zaken | ||||
| Aangetreden | 27 februari 1768 | |||
| Einde termijn | 27 augustus 1772 | |||
| Monarch | George III | |||
| Premier | William Pitt de Oudere Augustus Fitzroy Frederick North | |||
| Voorganger | Nieuw gecreëerd | |||
| Opvolger | William Legge | |||
| Minister voor het Zuidelijke Departement | ||||
| Aangetreden | 24 november 1779 | |||
| Einde termijn | 27 maart 1782 | |||
| Monarch | George III | |||
| Premier | Fredrick North | |||
| Voorganger | Thomas Thynne | |||
| Opvolger | Functie afgeschaft | |||
| ||||
Wills Hill, 2e bruggraaf Hillsborough en 1e graaf van Hillsborough (Fairford, 30 mei 1718 – Hillsborough, 7 oktober 1793), was een Brits politicus tijdens de regeerperiode van George III van het Verenigd Koninkrijk.
Biografie
Vroege jaren
Wills Hill werd geboren als het derde, maar het enige overlevende, kind van Trevor Hill, burggraaf van Hillsborough en Mary Rowe. Hij studeerde aan het Trinity College van de Universiteit van Oxford. Na de dood van zijn vader in 1742 erfde hij diens landgoederen in County Down in het Koninkrijk Ierland. Hill had de nodige aandacht voor zijn Ierse bezittingen, bezocht deze jaarlijks en breidde deze bezittingen verder uit.[1] Hill was een van de rijkste grondeigenaren in Ierland, want hij controleerde maar liefst negen zetels in het Ierse parlement.[2]
Start politieke carrière
Hij erfde de positie van Lord Lieutenant van de County Down van zijn vader en een jaar later kreeg hij een positie in het Ierse House of Lords en in 1746 in de Ierse Privy Council. Daarnaast was hij ook actief in de Engelse politiek. Hill werd in de verkiezingen van 1741 namens het kiesdistrict Warwick verkozen in het Lagerhuis. Vanaf zijn aantreden in het parlement steunde hij de zittende regering en mede door deze houding en zijn rijkdom kreeg hij in de jaren 1750 diverse functies aan het hof van George III.[1]
In 1751 verscheen het anonieme pamflet A proposal for uniting the kingdoms of Great Britain and Ireland, er werd aangenomen dat Hill de schrijver was. In het pamflet betoogde de auteur dat het zowel in het belang van Groot-Brittannië als Ierland was om over te gaan tot een "volledige en perfecte incorporatie van de twee koninkrijken". Hill werd door zijn critici afgeschilderd als een '"hersenloze, kortzichtige babbelaar", en een Brits-Ierse unie werd geparodieerd als een "onnatuurlijk plan".[1]
Hill werd in 1763 benoemd tot First Lord of the Trade in het kabinet van George Grenville en zou deze positie ook bekleden onder William Pitt de Oudere.[1]
Amerikaanse Revolutie
In februari 1768 besloot het kabinet-Chatham enkele hervormingen in het kabinet waarbij onder meer het Ministerie voor Koloniale Zaken ontstond en werd deze positie aan Hill gegeven. Hij stond bekend als een hardliner die tegen alle concessies aan de Amerikanen was.[3] Toch was Hill voor zijn benoeming niet geheel onbuigzaam op bepaalde zaken, want zo was hij voorstander van het intrekken van de Stamp Act.[1] In deze zelfde periode werden de Townshend Acts aangenomen. Dit leidde tot handelsboycots vanuit de Amerikaanse koloniën. Importeurs in Boston die weigerde hieraan deel te nemen werden gevandaliseerd en hun bedrijfsruimten werden besmeurd met uitwerpselen, deze smurrie zou later bekend komen te staan als de "Hillsborough Verf".[4]
Ondanks dat de Britse overheid besloot in 1769 een meer verzoenende koers te varen ten opzichte van de koloniën bleef Hill vasthouden aan zijn strikte handhaving van het Britse gezag in de koloniën.[1] In augustus 1772 trad Hill af naar aanleiding van een rel in het kabinet over het verstrekken van landrechten in de vallei van de Ohio. William Legge volgde hem in deze functie op. Naar aanleiding van zijn aftreden schreef Benjamin Franklin aan zijn zoon William dat George III Hill beu was geworden omdat hij "de genegenheid en het respect van de koloniën voor een koninklijk bewind had verzwakt".[5] Het ontslag van Hill werd verzacht doordat de koning hem opnam in de Britse adel als "burggraaf Fairford" en bevorderde tot "graaf van Hillsborough".[1]
Laatste ministerpost
Na het vertrek van Granville Leveson-Gower uit het kabinet 1779 kwam er een herschikking en kreeg Hill het Ministerie over het Zuidelijke Departement toebedeeld.[6] Zijn benoeming werd in diverse kringen die warm ontvangen en binnen enkele maanden na zijn aantreden wist hij zowel de Lord Lieutenant of Ireland als keizerin Catharina II van Rusland te beledigen. Hij bleef zich in deze functie inzetten voor een unie met Ierland, maar voerde met name een achtergrondgevecht tijdens zijn ministerschap tegen constitutionele concessies die de aard van de Brits-Ierse relatie zouden veranderen. Daarnaast verzette hij zich tegen parlementaire hervormingen in Westminster, want dit zou volgens hem tot anarchie leiden.[1]
Laatste jaren
Nadat de regering van Frederick North in 1782 viel kwam Hill, mede vanwege zijn onbuigzame karakter, zonder functie te zitten. In januari 1786 hield hij zijn laatste politieke speech in het Hogerhuis, waar hij pleitte voor de Anglo-Ierse Unie. Hij werd in 1790 getroffen door een beroerte en stierf op 7 oktober 1793 in Hillsborough Castle, waar hij ook begraven werd.[1]
Hillsborough Castle

In de late achttiende eeuw liet Wills Hill het oude fort dat te midden van zijn Ierse landgoederen was vervangen door een nieuw gebouw dat werd opgetrokken in Georgiaanse architectuur. Het gebouw was bedoeld om de macht en de invloed van de familie Hill tentoon te spreiden. In de jaren 1920 werd het landhuis verkocht aan de Britse overheid.[7]
Nalatenschap
Verschillende plaatsen zijn naar Hill vernoemd. In het Verenigd Koninkrijk is het dorp Hillsborough naar hem vernoemd. In de Verenigde Staten zijn de county Hillsborough County in New Hampshire met de plaats Hillsborough, de plaatsen Hillsborough in New Jersey en Hillsborough in North Carolina en de county Hillsborough County in Florida zijn naar hem vernoemd.
- 1 2 3 4 5 6 7 8 9 Kelly, James, Hill, Wills. Dictionary of Irish Biography. Geraadpleegd op 15 januari 2025.
- ↑ (en) Hill, Wills, 1st Earl of Hillsborough [I (1718-93), of North Aston, Oxon]. History of Parliament Oline. Gearchiveerd op 20 januari 2025. Geraadpleegd op 15 januari 2026.
- ↑ Andrew Roberts, George III: Het leven van de meest onbegrepen koning van Engeland, vert. Mario Molegraaf (Amsterdam 2022) 221.
- ↑ Roberts, George III, 217.
- ↑ Roberts, George III, 264-265.
- ↑ Roberts, George III, 430.
- ↑ Kate Williams, The Royal Palaces: Secrets and Scandals (London 2024) 162.
