William L. Cabell

William Lewis Cabell
Wiliam L. Cabell tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog
Wiliam L. Cabell tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog
Geboren 1 januari 1827
Danville, Virginia
Overleden 22 februari 1911
Dallas, Texas
Rustplaats Greenwood Cemetery
Dallas, Texas
Land/zijde Verenigde Staten
Geconfedereerde Staten van Amerika
Onderdeel United States Army
Confederate States Army
Dienstjaren 1850-1861 (USA)
1861-1865 (CSA)
Rang kapitein (USA)

brigadegeneraal (CSA)

Slagen/oorlogen Amerikaanse Burgeroorlog
William L. Cabell
William L. Cabell
Burgemeester van Dallas, Texas
Aangetreden 1874
Einde termijn 1876
Voorganger Benjamin Long
Opvolger John D. Kerfoot
Aangetreden 1877
Einde termijn 1879
Voorganger John D. Kerfoot
Opvolger John M. Thurmond
Aangetreden 1883
Einde termijn 1885
Voorganger John W. Crowdus
Opvolger John H. Brown
Portaal  Portaalicoon   Politiek
De oudere Cabell

William Lewis Cabell (Danville, 1 januari 1827Dallas, 21 februari 1911) was een Amerikaans militair, ingenieur, advocaat, zakenman en politicus. Na een militaire loopbaan in het United States Army kiest hij tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog voor de Geconfedereerde Staten van Amerika. Hij klimt op tot de rang van brigadegeneraal. Na de oorlog werd hij driemaal verkozen tot burgermeester van Dallas, Texas.

Vroege jaren

William L. Cabell werd geboren op 1 januari 1827 in Danville, Virginia. Hij was de zoon van Benjamin W.S. Cabell en Sarah Epes.[1] Zijn vader was een veteraan van de Oorlog van 1812 en zetelde in het parlement van Virginia.[1] William Cabell had zeven broers waarvan er zes zouden dienst nemen in het Confederate States Army. De zevende broer overleed net voor de Amerikaanse Burgeroorlog.

Cabell volgende een militaire opleiding aan de United States Military Academy in West Point. Hij studeerde af in 1850 en werd ingedeeld bij het 7th U.S. Infantry als tweede luitenant. Hij werd in juni 1855 bevorderd tot eerste luitenant en werd aangesteld als kwartiermeester voor het regiment in de staf van brigadegeneraal Persifor F. Smith. Hij huwde op 22 juli 1856 met Harriet Rector, de dochter van majoor Elias Rector.[2]

De Amerikaanse Burgeroorlog

Bij het begin van de Amerikaanse Burgeroorlog nam Cabell op 20 april 1861 ontslag uit het United States Army. Hij keerde terug naar Little Rock, Arkansas, waar ook zijn schoonfamilie woonde, om zijn diensten aan te bieden aan de gouverneur van Arkansas, Henry Rector. In april 1861 ontving Cabell een brief van de Zuidelijke regering om zich aan te melden in Richmond, Virginia. Cabell werd gevraagd om de logistieke diensten van het Confederate States Army te helpen uitbouwen. Hij werd aangesteld als kwartiermeester voor het nieuwe Army of the Potomac onder leiding van generaal P.G.T. Beauregard. Hij bleef deze functie ook uitoefenen onder generaal Joseph E. Johnston tot hij in januari 1862 naar het Trans-Mississippi Departement werd gestuurd.

Onder zijn nieuwe bevelhebber, generaal-majoor Earl Van Dorn, kreeg Cabell het bevel over de Zuidelijke eenheden langs de White River. Hij vestigde zijn hoofdkwartier in Jacksonport, Arkansas. Kort na de Slag bij Pea Ridge op 7 en 8 maart 1862 trokken de Zuidelijken zich terug uit Arkansas. In Corinth, Mississippi kreeg Cabell het bevel over een brigade uit Texas en later over een brigade uit Arkansas. Deze brigade voerde hij aan tijdens de veldslagen bij Iuka en Corinth. Cabell raakt gewond in deze laatste slag en nog eens tijdens de Slag bij Hatchie's Bridge op 5 oktober 1862.

Na zijn herstel keerde hij begin 1863 terug in actieve dienst. Hij werd bevorderd tot brigadegeneraal en werd aangesteld als bevelhebber van noordwestelijk Arkansas. Cabell rekruteerde en bewapende verschillende cavalerieregimenten. Hij voerde zijn cavaleriebrigade aan tijdens de Camdenveldtocht waaronder de slagen bij Poison Spring en Marks' Mills en Fayetteville op 18 april 1863.[3] Tijdens de Slag bij Mine Creek, op 25 oktober 1864, werd Cabell gevangen genomen door sergeant Calvary M. Young van het 3rd Iowa Cavalry. Cabell werd voor de rest van de oorlog opgesloten in het krijgsgevangenkamp op Johnson's Island in het Eriemeer en in Fort Warren in Boston.

Latere jaren

Na de oorlog en zijn vrijlating keerde Cabell terug naar Fort Smith, Arkansas. Hij werkte er als burgerlijk ingenieur terwijl hij ‘s avonds rechten studeerde. Hij werd in 1868 toegelaten tot de balie in Arkansas en opende een advocatenkantoor. In 1872 verhuisde Cabell en zijn gezin naar Dallas, Texas. Hij stelde zich verkiesbaar voor het burgemeesterschap en werd drie maal tot dit ambt verkozen, namelijk tussen 1874 en 1876, tussen 1877 en 1879 en een laatste keer tussen 1883 en 1885. Onder zijn bewind werd de spoorweginfrastructuur verder uitgebouwd, kreeg de stad een rioolsysteem en elektriciteit en werden de straten van verharding voorzien.

Na zijn politieke loopbaan werd Cabell vice-voorzitter van de Texas Trunk Railroad Company. In 1885 werd hij benoemd tot U.S. Marshal, een functie die hij tot 1889 bekleedde. Bij het uitbreken van de Spaans-Amerikaanse Oorlog bood Cabell op 71-jarige leeftijd zijn diensten aan bij het United States Army.

Naast zijn rijk gevuld professioneel leven was Cabell actief in verschillende veteranenverenigingen. Hij opende tehuizen voor veteranen en zorgde ervoor dat ze een pensioen kregen en speciaal afgebakende begraafplaatsen in Texas. Hij diende ook als bevelhebber van het Trans-Mississippi Departement in de United Confederate Veterans.

William L. Cabell overleed op 22 februari 1911 in Dallas. Tijdens zijn begrafenis namen 50.000 mensen afscheid toen de lijkwagen met zijn stoffelijke overschot voorbijkwam. Toen hij begraven werd op de Greenwood Cemetery woonden 25.000 mensen deze plechtigheid bij.

Zie ook

Lijst van generaals in de Amerikaanse Burgeroorlog (Confederatie)