Willem Hofman
| Willem Hofman | ||
|---|---|---|
![]() | ||
Vooroorlogse tram met rechts directeur Hofman (1946) | ||
| Algemene informatie | ||
| Geboortedatum | 16 oktober 1893 | |
| Geboorteplaats | Gombong | |
| Overlijdensdatum | 2 november 1983 | |
| Overlijdensplaats | Bilthoven | |
| Werk | ||
| Beroep | ingenieur, bestuurder | |
| Persoonlijk | ||
| Talen | Nederlands | |
| De informatie in deze infobox is afkomstig van Wikidata. U kunt die informatie bewerken. | ||
Willem Barend Izaäk Hofman (Gombong, 16 oktober 1893 – Bilthoven, 2 november 1983)[1][2] was een Nederlands ingenieur en was van 1933-1955 directeur van de Gemeentetram Amsterdam (GTA), sinds 1943 GVB, het Gemeentevervoerbedrijf, in Amsterdam.
Biografie
Willem Hofman kreeg zijn basisopleiding aan een middelbare school in Goes. Daarna volgde een opleiding werktuigbouwkunde aan de Technische Hogeschool Delft. Voorts deed hij praktijkervaring op bij een locomotievenfabriek in Hannover, gaf les aan de Hogereburgerschool in Gorinchem en werd bedrijfsleider van een machinefabriek en ijzergieterij in Zwolle. Vanaf 1921 was hij werkzaam bij de Amsterdamse Tram en groeide van adjunct-ingenieur, ingenieur technische binnendienst, leiding van het studiebureau tot algemeen directeur. [3]
In de zomer van 1933 werd Hofman op 40-jarige leeftijd door de Amsterdamse gemeenteraad benoemd tot directeur van de Gemeentetram, als opvolger van Theodorus Egbertus van Putten (1872-1950). Als hoofd van het studiebureau van de vervoersdienst had Hofman enkele jaren intensief onderzoek gedaan naar de problemen van het noodlijdende bedrijf. Kort na zijn aantreden kreeg hij van het christelijk-liberale stadsbestuur de ruimte om in de crisisjaren te bezuinigen en een ingrijpende reorganisatie door te voeren, die gepaard ging met een eerste loonsverlaging van 3% voor het personeel.
Hofman oogstte buiten het bedrijf bewondering in burgerlijke kringen vanwege zijn maatregelen, maar stuitte bij het rijdend personeel op verzet door zijn rigoureuze aanpak. Het overgrote deel van het gematigde personeel werd vertegenwoordigd door de Algemene Bond van Overheidspersoneel in Nederland. Eind 1934 verscheen in De Telegraaf een artikel over klachten van passagiers over het schokken en schudden van de trams, waarbij Hofman de schuld gaf aan de volgens hem te wild en te snel rijdende bestuurders.[4][5] De vakbond diende een klacht in bij de verantwoordelijke wethouder, omdat het personeel door het "afjakker-systeem" van de nieuwe directie de dupe werd (er reden veel meer losse motorwagens, met een in de praktijk veel te korte rijtijd die nauwelijks gehaald kon worden, om kosten te besparen). De bond vond de rijtijden onverantwoord kort en ook onverteerbaar dat Hofman zich zo negatief had uitgelaten in de pers over het personeel.
Hofman was vanaf 1925 actief lid van de vrijmetselarij. Toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak, besefte hij dat hij onder het nationaalsocialistische bewind op weinig sympathie van de nieuwe machthebbers hoefde te rekenen, wat gevolgen zou hebben voor zijn positie. Aanvankelijk waande hij zich veilig, maar hij werd al snel geconfronteerd met zorgwekkende beleidsmaatregelen van de Duitse bezettingsautoriteiten, zoals de Ariërverklaring, die hij op 9 oktober 1940 met tegenzin door het personeel liet ondertekenen. Het communistische trampersoneel speelde een rol bij het uitbreken van de Februaristaking. Hofman verleende, zij het niet vrijwillig, vanaf juli 1942 medewerking aan de deportatie per tram van meer dan 80.000 Joodse Amsterdammers. In het laatste oorlogsjaar werd hij door de Duitsers onder druk gezet om een vijfde van het trammaterieel af te staan aan zwaar gebombardeerde Duitse steden, maar hij probeerde dit met wisselend succes te traineren.
Op 15 november 1951 kwam Hofman in het nieuws omdat zijn dienstauto was foutgeparkeerd op de trambaan en zo zijn eigen bedrijf vertraging bezorgde dat een kraanwagen voor wegslepen moest bestellen.[6] In 1953 kwam Hofman opnieuw onder vuur te liggen vanwege de technische staat van het trammaterieel. Er was geen geld voor nieuw, modern materieel, en aan het oude werd uitgebreid gesleuteld. Nadat een postbeambte op 12 oktober 1953 overleed bij het legen van een brievenbus, omdat de remmen van een tramwagen niet goed zouden werken, volgde een onafhankelijk onderzoek naar de technische staat van het trammaterieel door de commissie Nieuwenhuis onder leiding van de voormalige directeur van de RET, en kwam er ook een gerechtelijk onderzoek.[7]
Hofmans positie werd nu onhoudbaar en in 1954 door de verantwoordelijke wethouder Frans van Wijck met verlof gestuurd en tijdelijk vervangen door Willem Ybema, directeur van de stadsreiniging. In 1955 werd Hofman geconfronteerd met een staking van gemeenteambtenaren, die looneisen met kracht wilden afdwingen. Het gemeentebestuur reageerde direct en zette militairen in. De gemeenteraad besloot in 1955 dat Hofman definitief niet meer zou terugkeren als directeur en verleende hem eervol ontslag met behoud van salaris tot zijn pensioen. In 1956 werd waarnemend directeur Ybema door de gemeenteraad benoemd tot nieuwe directeur.
Hofman werd gedecoreerd tot Officier in de Orde van Oranje Nassau en overleed in 1983 in een verzorgingshuis op een leeftijd van 90 jaar.
Familie
Willem Hofman was zoon van Johanna Hendrika Karver/Korver en onderwijzer Antonie Hofman. Hij trouwde in 1926 met Nelly Bolken. Zoon ingenieur Hendrik Anton Gerard Hofman was enige tijd projectdirecteur van de Afval Verbrandinginstallatie AVI Amsterdam
- Bronnen, noten en/of referenties
- De dilemma's van ir. Hofman
- Van Paardetram naar Dubbelgelede, Auteur: W.J.M. Leideritz, Uitgave De Alk, Alkmaar, 2e druk 1979. ISBN 90-6013-904-6
- Onze tram in Amsterdam, Auteur: B. Korthals Altes, Uitgave Canaletto/Repro Holland, Alphen aan den Rijn, 1999, nr. 33 van de boekenreeks van de Nederlandse Vereniging van Belangstellenden in het Spoor- en tramwegwezen (NVBS). ISBN 90-6469-744-2
- Een Eeuw Elektrische Exploitatie van de tram in Amsterdam, Auteur: H.J.A. Duparc, Uitgave: H.J.A. Duparc, Delft, 2000. ISBN 90-9013-957-5
- ↑ Archiefkaart, Stadsarchief Gemeente Amsterdam
- ↑ Familiebericht. "De Telegraaf". Amsterdam, 04-11-1983, p. 6. Geraadpleegd op Delpher op 09-09-2025, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:011205780:mpeg21:a0321
- ↑ Redactie, De nieuwe tramdirecteur in Amsterdam. Utrechtsch provinciaal en stedelijk dagblad (7 juli 1933). Geraadpleegd op 9 september 2025 – via Delpher.
- ↑ (30 november 1934). Klachten over de tram. De Telegraaf 42 (15.899): p. 5 tweede blad
- ↑ (1 december 1934). Tramzorgen. De Telegraaf 42 (15.900): p. 4 tweede blad
- ↑ (16 november 1951). Tram contra Tram. de Volkskrant 29 (8205): p. 3
- ↑ (13 oktober 1953). PTT-jongen gedood, scholier gewond. De Waarheid 12 (1356): p. 1
