Willem Baarda
| Willem Baarda | ||
|---|---|---|
| Persoonlijke gegevens | ||
| Geboortedatum | 20 juli 1917 | |
| Geboorteplaats | Leeuwarden | |
| Overlijdensdatum | 2 januari 2005 | |
| Land | Nederland | |
| Nationaliteit | Nederlands | |
| Beroep | academisch docent,[1] geodeet | |
| Lid van | Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen | |
| Wetenschappelijk werk | ||
| Vakgebied(en) | Geodesie | |
| Bekend van | Delftse School voor Geodesie, betrouwbaarheidstheorie, S-transformaties, data-snooping | |
| Dbnl-profiel | ||
Willem Baarda (Leeuwarden, 20 juli 1917 – 2 januari 2005) was een Nederlands geodeet en hoogleraar aan de Technische Universiteit Delft. Hij wordt internationaal beschouwd als een van de invloedrijkste geodeten van de twintigste eeuw. Baarda was samen met Jacob Menno Tienstra de grondlegger van de zogenoemde Delftse School voor Geodesie en ontwikkelde de moderne statistische theorie over nauwkeurigheid en betrouwbaarheid in geodetische netwerken. Hij introduceerde begrippen als data-snooping, S-transformaties en marginaal detecteerbare afwijking. Zijn theoretisch werk legde de basis voor de hedendaagse vereffeningstheorie in de geodesie en heeft blijvende invloed binnen de geo-informatiewetenschappen.
Leven en opleiding
Baarda werd geboren op 20 juli 1917 in Leeuwarden. Na het behalen van zijn HBS-B-diploma schreef hij zich in 1935 in aan de Technische Hogeschool Delft voor de toen net opgestarte opleiding tot Civiel Landmeter.
Hij behaalde zijn einddiploma in 1939 met lof.[2]
Na zijn demobilisatie in 1940 werkte hij als landmeter bij het Kadaster, onder meer aan de opmeting van de in 1942 drooggelegde Noordoostpolder.
In 1946 werd hij overgeplaatst naar de Rijksdriehoeksmeting te Delft, gevestigd aan de Kanaalweg 4 in hetzelfde gebouw als de opleiding voor Civiel Landmeter. Op voordracht van Jacob Menno Tienstra werd hij in 1947 benoemd tot lector in het landmeten, waterpassen en de geodesie. In 1950 behaalde hij het diploma geodetisch ingenieur met de scriptie Verkenning van een Snelliuspunt. Na het overlijden van Tienstra in 1951 werd Baarda benoemd tot hoogleraar in de geodesie.[2]
Loopbaan
In 1958 richtte Baarda het Laboratorium voor Geodetische Rekentechniek (LGR) op, dat een belangrijke rol speelde bij de modernisering van rekenmethoden binnen de geodesie. Onder zijn leiding groeide het LGR uit tot de kern van de zelfstandige Afdeling Geodesie van de Technische Hogeschool Delft.[3]
Zijn vroege wetenschappelijke werk omvatte het rapport Some Remarks on the Computation and Adjustment of Large Systems of Geodetic Triangulations[4], gepresenteerd op het IAG-congres in Rome in 1954. Hierin bekritiseerde hij de klassieke theorie van geodetische berekeningen en pleitte hij voor eenvoudiger en consistenter rekenmodellen.[2]
In de jaren 1950 en 1960 ontwikkelde Baarda een nieuwe theorie voor puntsbepaling, waarin hij onderscheid maakte tussen schatbare en niet-schatbare grootheden, tussen vormgrootheden en datumgrootheden en tussen vrije en aangesloten netwerken. Deze inzichten mondde uit in zijn beroemde S-transformatietheorie, een wiskundig elegante aanpak voor niet-inverteerbare stelsels. Zijn bijdrage aan de Handleiding voor de Technische Werkzaamheden van het Kadaster (HTW ’56) bevatte al de kiemen van zijn precisie- en betrouwbaarheidstheorie en leverde hem de benoeming tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau op.[2]
Wetenschappelijke bijdragen
Baarda’s werk heeft de geodetische vereffeningstheorie fundamenteel veranderd. Zijn belangrijkste bijdragen zijn:
- de S-systemen en S-transformaties, waarin een onderscheid wordt gemaakt tussen interne precisie en externe betrouwbaarheid[5];
- de w-toets, de B-methode van toetsen en het begrip data-snooping, waarmee systematische fouten in waarnemingen opgespoord kunnen worden[6];
- de definitie van de grenswaarden (minimaal detecteerbare afwijking), een maat voor de kans dat een fout kan worden ontdekt[7];
- de publicatie A Testing Procedure for Use in Geodetic Networks (1968).[8]
Later breidde Baarda zijn theorie uit naar driedimensionale en gravimetrische netwerken en legde hij verbanden tussen de geometrische en de fysische geodesie. Zijn publicatie A Connection between Geometric and Gravimetric Geodesy[9] (1979) is hiervan een voorbeeld.[2]
Invloed en erkenning
Baarda was van 1952 tot 1996 lid van de Nederlandse Commissie voor Geodesie (NCG), waarvan hij secretaris was van 1957 tot 1980 en voorzitter van 1980 tot 1987. In 1996 werd hij benoemd tot erelid.[10] Internationaal was hij van 1963 tot 1979 voorzitter van de IAG-werkgroep Specifications for Fundamental Geodetic Networks, waarmee zijn ideeën over betrouwbaarheid wereldwijd ingang vonden.
Het LGR groeide onder zijn leiding uit tot een internationaal centrum van innovatie, waar vele studenten en onderzoekers werden opgeleid. Tot zijn bekendste promovendi behoort Peter J.G. Teunissen, later zelf hoogleraar in de geodesie.
Onderscheidingen
Baarda ontving vele onderscheidingen, waaronder:
- Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw
- Officier in de Orde van Oranje-Nassau
- Lid van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen
- Ere-doctor van de Universiteit van Stuttgart
- Ontvanger van de Levallois-medaille van de International Association of Geodesy
Tijdens het symposium De aarde op maat ter gelegenheid van 125 jaar Nederlandse Commissie voor Geodesie in 2004 werd de tweejaarlijkse Prof. Baarda-lezing ingesteld en een borstbeeld van Baarda onthuld.[2]
Latere jaren en overlijden
Na zijn emeritaat in 1982 bleef Baarda actief binnen de geodesie. Tot eind 2004 nam hij deel aan discussies over de herziening van de Rijksdriehoeksmeting en het Normaal Amsterdams Peil, waarbij hij kritische kanttekeningen plaatste bij de praktische definitie van de geoïde en de nauwkeurigheid van hoogten bepaald met GPS.[2]
Baarda overleed op 2 januari 2005 op 87-jarige leeftijd.
Publicaties (selectie)
- Some Remarks on the Computation and Adjustment of Large Systems of Geodetic Triangulations (1954)
- Statistical Concepts in Geodesy (1967)
- A Testing Procedure for Use in Geodetic Networks (1968)[8]
- Modeleffecten in de Geodesie (1963)
- A Connection between Geometric and Gravimetric Geodesy (1979)
Bronnen
- ↑ dataset Library TU Delft; geraadpleegd op: 20 mei 2019.
- 1 2 3 4 5 6 7 Prof. dr. ir. Willem Baarda (1917–2005). Nederlandse Commissie voor Geodesie (2005).
- ↑ Molenaar, Martien (2021). The Delft School of Geodesy: The Development of a Methodology for Describing the Quality of Geodetic Measurements, 1930–1980. Stichting De Hollandse Cirkel. ISBN 978-90-8306234-1.
- ↑ Baarda, Willem (1957). Some remarks on the computation and adjustment of large systems of geodetic triangulation. Bull. Geodesique 43: 20-49. DOI: 10.1007/BF02527245.
- ↑ Baarda, W (1973). S-transformations and criterion matrices. Rijkscommissie voor Geodesie.
- ↑ Baarda, W (1967). Statistical concepts in geodesy. Rijkscommissie voor Geodesie.
- ↑ Imparato, D., Teunissen, P. J. G., & Tiberius, C. C. J. M. Minimal Detectable and Identifiable Biases for quality control. Survey Review 51: 289-299. DOI: 10.1080/00396265.2018.1437947.
- 1 2 Baarda, Willem (1968). A Testing Procedure for Use in Geodetic Networks. Rijkscommissie voor Geodesie.
- ↑ Baarda, Willem (1979). A connection between geometric and gravimetric Geodesy. A first sketch. NCG Publications on Geodesy. ISBN 978 90 6132 225 2.
- ↑ Aardoom, L. (2004). 125 Jaar Nederlandse Commissie voor Geodesie. Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen.