Vuurwerkbesluit

Het Vuurwerkbesluit is een Nederlandse algemene maatregel van bestuur die regels stelt voor het vervaardigen, invoeren, opslaan, verkopen, vervoeren en gebruiken van consumenten- en professioneel vuurwerk. Het besluit trad in werking in 1993 en vormt een belangrijk uitvoeringsinstrument binnen het vuurwerkbeleid in Nederland. In de loop der jaren is het besluit meerdere malen gewijzigd en uitgebreid.

Regels in het Vuurwerkbesluit (nu geldend)

Het Vuurwerkbesluit (geldend per 1 oktober 2024) bevat voorschriften voor consumentenvuurwerk, professioneel vuurwerk en vuurwerkveiligheid in Nederland. Het besluit regelt onder meer de indeling van vuurwerk, wie het mag gebruiken, wanneer en in welke hoeveelheden het mag worden verkocht en gebruikt, en onder welke voorwaarden dit is toegestaan.

Categorieën vuurwerk

Het Vuurwerkbesluit onderscheidt verschillende categorieën vuurwerk, elk met eigen regels voor verkoop, bezit en gebruik.[1]

  • Categorie F1 (licht consumentenvuurwerk): Categorie F1 betreft vuurwerk met een laag risico en een gering geluidsniveau, zoals sterretjes, knalerwten en grondbloemen. De maximale kruitinhoud is 7 gram. Dit vuurwerk mag het hele jaar door worden gekocht en afgestoken door personen van twaalf jaar en ouder. Voor deze categorie gelden geen aanvullende specifieke verboden voor consumenten.
  • Categorie F2 (consumentenvuurwerk): Categorie F2 omvat consumentenvuurwerk met een hoger risico dan categorie F1 en wordt vaak aangeduid als traditioneel oudjaarsvuurwerk. Personen van zestien jaar en ouder mogen categorie F2-vuurwerk alleen rond de jaarwisseling kopen en afsteken.
  • Categorie F3 (groter siervuurwerk): Categorie F3 bestaat uit zwaarder siervuurwerk. Het bezit, de verkoop en het gebruik van categorie F3-vuurwerk door consumenten is verboden.
  • Categorie F4 (professioneel vuurwerk): Professioneel vuurwerk is niet bestemd voor consumenten en valt onder afzonderlijke regels binnen het Vuurwerkbesluit. Particulier gebruik van professioneel vuurwerk is verboden.

Verkoop en bezit

Consumentenvuurwerk (categorie F2) mag uitsluitend worden verkocht in de drie dagen voorafgaand aan oud en nieuw. Indien een van deze verkoopdagen op een zondag valt, wordt de verkoopperiode vervroegd, waarbij verkoop op zondag zelf niet is toegestaan.[2]

Per levering mag aan een particulier niet meer dan 25 kilogram consumentenvuurwerk ter beschikking worden gesteld. Daarnaast is het verboden om binnen de toegestane periode meer dan 25 kilogram consumentenvuurwerk voorhanden te hebben op een voor het publiek toegankelijke plaats.[1]

Afsteektijden

Het Vuurwerkbesluit bepaalt dat consumentenvuurwerk (categorie F2) uitsluitend mag worden afgestoken binnen de wettelijk vastgestelde afsteektijden rond de jaarwisseling. Deze tijden zijn gekoppeld aan de verkoopperiode en de overgang van 31 december naar 1 januari.[2]

Opslag en vervoer

De opslag van consumentenvuurwerk (categorie F2) is gereguleerd. Opslag zonder toestemming is verboden en bij opslag boven een bepaalde hoeveelheid kan een melding op grond van het Vuurwerkbesluit verplicht zijn.

Het Vuurwerkbesluit stelt beperkingen aan de hoeveelheid vuurwerk die in vervoermiddelen mag worden vervoerd en bevat voorschriften voor veilig vervoer.

Voor de professionele import of het transport van vuurwerk geldt een meldingsplicht bij de bevoegde minister. Daarbij moeten vooraf specifieke gegevens worden verstrekt overeenkomstig het Vuurwerkbesluit.[1]

Regels in het Vuurwerkbesluit (aangenomen, treden in werking in de loop van 2026)

In april 2025 is de Wet veilige jaarwisseling aangenomen. Deze wet wijzigt de Wet milieubeheer en de Wet op de economische delicten en heeft directe gevolgen voor het Vuurwerkbesluit.

De wet introduceert een landelijk verbod op het bezit, gebruik en de verkoop van categorie F2 vuurwerk door consumenten. Deze categorie vuurwerk is voortaan uitsluitend toegestaan voor personen met gespecialiseerde kennis. Bij algemene maatregel van bestuur worden deze personen aangewezen.

De burgemeester krijgt de bevoegdheid om onder voorwaarden ontheffing te verlenen voor het tijdens de jaarwisseling tot ontbranding brengen van aangewezen categorie F2-vuurwerk. Ook de voorwaarden waaronder ontheffing kan worden verleend en de regels voor verkoop aan ontheffinghouders worden bij algemene maatregel van bestuur vastgesteld.[3]

De wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat per onderdeel verschillend kan worden vastgesteld. Verwacht wordt dat deze wijzigingen in de loop van 2026 van kracht worden.

Wijzigingen

Het Vuurwerkbesluit trad in werking in 1993 onder de naam Vuurwerkbesluit Wet milieugevaarlijke stoffen. Vanaf dat moment moest elke partij vuurwerk die in Nederland aankwam worden gemeld bij de Keuringsdienst van Waren in Rotterdam. In 1996 werd gepleit voor verruiming van het besluit om de eisen beter te laten aansluiten bij regelgeving in België en Duitsland.[4]

Na de vuurwerkramp in Enschede op 13 mei 2000 werd het Vuurwerkbesluit ingrijpend herzien. De aangepaste versie trad in werking in 2002 onder de titel Besluit van 22 januari 2002, houdende nieuwe regels met betrekking tot consumenten- en professioneel vuurwerk. In 2004 volgde een aanvullende wijziging ter verbetering van de uitvoerbaarheid en ter uitbreiding van de handhaving.

In de wijziging per 1 juli 2012 werd de term fop- en schertsvuurwerk vervangen door categorie F1. Tevens werd de maximale kruitinhoud van deze categorie vastgesteld op 7 gram. Zo is er vuurwerk dat vroeger viel in categorie 2, zoals grondbloemen en huilfonteinen, verplaatst naar categorie 1.

In 2014 werd de toegestane afsteektijd bij oud en nieuw beperkt tot de periode van 31 december 18.00 uur tot 1 januari 02.00 uur; daarvoor mocht consumentenvuurwerk al vanaf 10.00 uur worden afgestoken.[2]

Tijdens de coronacrisis golden tijdens de jaarwisselingen 2020–2021 en 2021–2022 tijdelijke verboden op de verkoop en het afsteken van vrijwel alle soorten consumentenvuurwerk, met uitzondering van categorie 1.[5]