Vrede van Riga (1921)

De eerste artikelen van het verdrag (Poolse versie)
De nieuwe grenzen na de Vrede van Riga

De Vrede van Riga (Pools: Traktat ryski) werd getekend op 18 maart 1921 tussen Polen en bolsjewistisch Rusland en beëindigde de Pools-Russische Oorlog. De vredesonderhandelingen waren op 17 augustus 1920 te Minsk begonnen en in september van dat jaar in de Letse hoofdstad Riga voortgezet.

Achtergrond

Polen was na de Eerste Wereldoorlog in ere hersteld, nadat het bij de 18e-eeuwse Poolse Delingen was opgedeeld, en wilde gebieden onder controle brengen die het bij de delingen was kwijtgeraakt. Bolsjewistisch Rusland wilde dezelfde gebieden onder controle krijgen, die tot de Eerste Wereldoorlog nog bij het Russische Rijk hadden gehoord. De Pools-Russische Oorlog had de Polen, die niet wilden instemmen met de Curzonlijn als oostgrens, tot bij Kiev gebracht, waren daarna sterk teruggedrongen, maar hadden de oprukkende bolsjewieken bij de Slag bij Warschau (het "Wonder van Warschau", 13-25 augustus 1920) de beslissende nederlaag toegebracht.

Het verdrag

De eerste besprekingen begonnen op 17 augustus in Minsk, maar omdat Poolse troepen steeds verder oprukten werden de besprekingen vanaf 21 september verplaatst naar Riga.

De belangrijkste onderhandelaars waren Jan Dąbski voor Polen en Adolf Joffe voor de Russen.

Het Verdrag van Riga leidde tot een stabilisatie van de oostelijke grens van Polen, tot de Sovjet-Unie in 1939 opnieuw Polen aanviel. De Poolse staat van 1921 was kleiner dan het vroegere Polen-Litouwen, maar omvatte nog aanzienlijke Litouwse, Oekraïense en Wit-Russische minderheden. Bolsjewistisch Rusland moest ook de geplunderde Poolse kunst en andere nationale schatten teruggeven.