Vincenzo Littara

Vincenzo Littara
Vincenzo Littara
Persoonsgegevens
Geboortedatum 31 december 1550
Geboorteplaats Noto, Spaans koninkrijk Sicilië
Overlijdensdatum 3 mei 1602
Overlijdensplaats Agrigento, Spaans koninkrijk Sicilië
Nationaliteit Vlag van Italië Italië
Opleiding en beroep
Beroep Privéleraar; aartspriester in Mazzarino (ca 1575 – ca 1598); pastoor in Agrigento (ca 1598 – 1602)
Werken
Genre(s) Grammatica Latijn; literair-filosofische essays; poëzie; historiografie
Stroming(en) renaissanceBewerken op Wikidata
Thema's Siciliaanse nationalistische gevoelens bij adel en patriciërs
Bekende werken Compendio di chiara introduttione della grammatica latina in volgare, per più facile intelligenza di quelli, che vogliono imparar la lingua latina (1599)
Portaal  Portaalicoon   Literatuur
Latijn
Italië

Vincenzo Littara (Noto, 31 december 1550Agrigento, 3 mei 1602) was een rooms-katholiek priester in het koninkrijk Sicilië, dat deel uitmaakte van het Spaanse Rijk. Hij gaf privéonderwijs en schreef daarnaast diverse werken. Het betrof gedichten, historiografische werken, literair-filosofische essays en grammatica-boeken van de Latijnse taal. In dit laatste was hij een pionier om het Latijn toegankelijk te maken voor priesters die Siciliaans als moedertaal hadden.[1]

Levensloop

Als kind verbleef Littara bij priesters in oostelijk Sicilië. Dezen brachten hem Latijn, dialectiek en filosofie bij. Vanaf zijn achttiende werkte Littara op zijn beurt als privéleraar voor kinderen in gegoede families. Hij startte met het publiceren van literaire besprekingen.

Littara was ongeveer twintig jaar toen hij student werd aan de Universiteit van Catania. Naast filosofie, theologie en canoniek recht tijdens de priesterstudies studeerde hij wiskunde, astronomie en natuurwetenschappen. Hij werd tot priester gewijd in het aartsbisdom Syracuse circa 1575; hij ontving een aanstelling tot aartspriester in Mazzarino dat destijds behoorde tot het aartsbisdom Syracuse.[2] Het aartspriesterschap van de Basilica-Santuario di Santa Maria Santissima del Mazzaro bezorgde hem een inkomen. Niettemin hernam hij zijn leven als privéleraar. Edellieden en stadspatriciërs vroegen hem hun kinderen te onderwijzen, waarbij hij korte of lange tijd in hun stad woonde. Een van zijn leerlingen was Pirri, die later ook priester en historiograaf werd.

Edellieden in de stad Enna voor wie hij werkte, vroegen hem de geschiedenis van Enna te schrijven. Dit werk maakte hij af in 1587. Dit werk diende om de Spaanse onderkoning duidelijk te maken dat Enna een bijzonder verleden had en dat de Spanjaarden er verkeerd aan gedaan hadden het fiscale gunstregime van Enna af te schaffen.

Patriciërs in zijn geboortestad Noto vroegen hem ook de geschiedenis van hun stad op te stellen. Dit historiografisch werk diende als propaganda tegen de fiscale onderdrukking door de Spanjaarden. De onderkoning had immers geld nodig voor de oorlogsmachine in de Spaanse Nederlanden. Littara schreef er ook het heiligenleven van Koenraad van Piacenza, de beschermheilige van Noto. Het werd een heroïsch-religieus gedicht in hexameters dat in tien volumes gepubliceerd werd; de stijl was gekopieerd van Vergilius. Inhoudelijk behield Littara heidense elementen zoals aanroeping van Muzen of het optreden van Olympische goden; heidense elementen doorkruisten de christelijke levenswandel van de heilige Koenraad.

Circa 1596 verbleef hij in Palermo, de hoofdstad van het koninkrijk Sicilië. De essays die hij er schreef waren zowel historisch als politiek van inhoud. De Palermitanen schakelden Littara in in hun rivaliteit[3] met Messina over wie historisch gesproken de juiste hoofdstad van Sicilië was. Littara zocht elementen uit het verleden om partij te trekken voor Palermo. Zo beweerde hij dat de arend in het wapenschild van Palermo de Romeinse macht in Palermo en dus over Sicilië aantoonde.

Circa 1598 trok bisschop Giovanni Horozco Covarruvias, bisschop van Agrigento, hem naar zijn bisdom. Littara was bijna vijftig jaar oud en werd voor de eerste keer pastoor. Het ging om de San Michele in Agrigento. Bij plechtigheden in Agrigento, zoals bij het overlijden van koning Filips II in Madrid (1598) hield hij de grafrede in de kathedraal.

In 1602 overleed Littara. Hij werd begraven in de San Michelekerk.

Werken

De meeste van zijn werken zijn niet gepubliceerd. Ze gingen verloren en kunnen enkel door hun citering elders vermoed worden. Onder zijn publicaties zijn zes boeken met grammaticale besprekingen van het Latijn, een verhandeling over uitdrukkingen in het Latijn, een verhandeling over orthografie, een taalgids en een handboek Latijn in het Italiaans/Siciliaans geschreven. Dit laatste had als titel Compendio di chiara introduttione della grammatica latina in volgare, per più facile intelligenza di quelli, che vogliono imparar la lingua latina en gaf hij uit in 1599.

Littara schreef commentaren op de geschriften van filosofen. Zo besprak hij AristotelesOrganon, de Summulae logicales van Petrus Hispanus, de Praedicabilia van Porphyrius, een commentaar op de Physica van Aristoteles alsook op diens De Coelo et mundo.

Historiografische werken van hem behandelen het verleden van de steden Enna, Noto[4] en Palermo.

In tegenstelling tot de vele profane geschriften schreef priester Littara weinig religieuze werken. Wel zijn bekend een gids van hem over de biecht, een essay over het Heilig Sacrament, een over de Heilige Drievuldigheid en een die een discussie bevat uit het canoniek recht. Het grootste werk is het heiligenleven van Corrado Confalonieri bekend als Koenraad van Piacenza, getiteld De Divi Conradi Historia.