Vincent & Co
| Vincent & Co | ||||
|---|---|---|---|---|
![]() | ||||
Fontein voor het Binnenhof, opgesteld op het Museumplein voor de Wereldtentoonstelling Amsterdam (1883) | ||||
| Locatie | ||||
| Hoofdkantoor | Schiedam | |||
| Industrie en producten | ||||
| Industrie(ën) | werktuigbouwkunde, smederij | |||
| Status en tijdlijn | ||||
| Oprichting | 1865 | |||
| Opheffing | 1975 | |||
| Bedrijfsstructuur | ||||
| Rechtsvorm | commanditaire vennootschap, naamloze vennootschap | |||
| ||||
G.J. Vincent & Co was een Nederlandse (kunst)smederij annex machinefabriek, die actief was tussen circa 1879 en 1975. De firma uit Schiedam had een landelijke reputatie op het gebied van kunstsmeedwerk. Zij maakten o.a. de Binnenhoffontein, de Bredase Wilhelminafontein, en siersmeedwerk voor het Centraal Station in Amsterdam en het Kurhaus.
Beginjaren
Rond 1865 was de smid L. Vincent landelijk actief met ijzeren smeedwerken als beddenkoetsen, kisten en mobiele beerputten. In 1876 ging Gerardus Jacobus Vincent (Schiedam 1847- Purmerend 1925) verder. Na drie jaar zette hij zijn onderneming verder met twee compagnons ter stede – de particulier Johannes Paulus Vincent en de commissionair Gerardus Hendricus Timmerhaus - onder de naam G J Vincent & cie. De (kachel)smederij werd in 1880 uitgebreid met een grofsmederij en (stoom)ketelmakerij.
De firma werd landelijk leidend in het kunstsmeedwerk. Een eerste proeve was de fontein op het Binnenhof naar een ontwerp van Cuypers (1883).[1] In 1885 behaalde de onderneming een gouden medaille op de Wereldtentoonstelling te Antwerpen met de inzending van een hek. In 1886 volgde het siersmeedwerk voor het centraal station te Amsterdam. Ook leverde Vincent divers werk als zuig- en perspompen en ijzeren waterketels (circa 1885) en andere benodigdheden voor branderijen, mouterijen en brouwerijen naast de specialiteit, hekwerken en ijzeren tuinmeubilair.
Het personeelsbestand nam toe van ruim 30 in 1886 tot 100 in 1890. Een grote brand in 1891 (waarbij de voorraad modellen verloren ging) vormde geen belemmering in de expansie. Naast technische handelsactiviteiten (vertegenwoordiging van Westinghouse) werden ook stoominstallaties vervaardigd, waaronder een grote stoomketel voor de stoommeelmolen ter plaatse, in 1893. Het bedrijf telde dan tot 150 werklieden, een getal dat vervolgens snel weer terugliep tot ruim 80 in 1895. In 1898 kwam de Bredase Wilhelminafontein uit de werkplaatsen, in 1905 het siersmeedwerk van het nieuwe restaurant van het Kurhaus.
In 1884 had Gerardus Cornelis Beukers de plaats van Timmerhaus als derde vennoot ingenomen. De bestaande onderneming werd in 1902 geliquideerd door Beukers, die zelfstandig het bedrijf voortzette onder de oude naam. Samen met Franciscus Marie Beukers vormde hij de directie van de firma die als nv Schiedamsche kunstsmederij en machinefabriek v/h G.J. Vincent & Co verder ging, met een nominaal startkapitaal van f 300.000, na een paar jaren teruggebracht tot 90.000. Naast het smeedwerk werd vanaf 1903 ook gestart met de aanleg van centrale verwarming dat vervolgens een hoofdactiviteit werd. In 1909 werd de nv geliquideerd, de firmanten Beukers zetten de activiteiten op het gebied van centrale verwarming onder eigen naam voort.
Familie Vincent
In 1906 startte de weduwe van Johannes Paulus Vincent, Margaretha Jacoba Melchers, samen met Marius Lambertus Gerardus Vincent, fabriekschef, en Gerardus Johannes Vincent, boekhouder, allen wonende te Schiedam, weer zelf een machinefabriek annex smederij onder de naam The Dutch Pully Manufacturing Company Limited. Maar deze werd binnen een paar maanden weer ontbonden.
In 1907 gingen Marinus Johannes en Gerardus Jacobus Vincent, beiden industriëlen te Schiedam, een commanditaire vennootschap aan onder de firma Gebroeders Vincent. Deze werd in 1918 weer ontbonden, maar onder de bestaande naam voortgezet door Gerardus Johannes met Lambertus Antonius Maria Vincent. Na omzetting in een naamloze vennootschap is de aan de Buitenhavenweg en later aan de Admiraal de Ruyterstraat gevestigde onderneming circa 1975 geliquideerd.
- DE FABRIEK VAN KUNSTSMEEDWERKEN VAN G. J. VINCENT & Co. TE SCHIEDAM., Tijdschrift Maatschappij Nijverheid 1885, 256-259
- P J C de Hen, De Westinghouse-machine, Technisch bijblad van het weekblad De Ingenieur, 23 mei 1891, 17-20
- ↑ (1883). GESMEED IJZEREN FONTEIN VAN DE FIRMA VINCENT & C°. TE SCHIEDAM.. De Katholieke Illustratie 17
