Verdrag van Parijs (1259)

Het Verdrag van Parijs (ook bekend als het Verdrag van Albeville) was een verdrag tussen Hendrik III van Engeland en Lodewijk IX van Frankrijk op 4 december 1259.
Het verdrag werd onderhandeld vanaf de terugkeer van Lodewijk van zijn kruisvaart in 1254, maar pas in de lente van 1258 werd er vooruitgang geboekt. Namens de Franse koning leidde aartsbisschop Eudes Rigaud de onderhandelingen. Op 28 mei 1258 werd het verdrag in Parijs ondertekend en het werd het volgend jaar na ratificatie van kracht. Het verdrag werd opgesteld in het Frans.
Hendrik herriep zijn eis op het bezit van Normandië (afgezien van de Kanaaleilanden), Maine, Anjou en Poitou; deze provincies werden tijdens het bewind van Jan van Engeland door Filips II van Frankrijk op de Engelsen veroverd. Hendrik behield Gascogne en delen van Aquitanië maar alleen als vazal van de koning van Frankrijk. In ruil zegde Lodewijk IX zijn steun aan de Engelse rebellen op. Over de Kanaaleilanden die in Engels bezit waren gebleven, bleef het verdrag vaag. Het voorzag de integratie ervan in Normandië en het Franse koninklijk domein, maar enkel als de Franse koning deze in zijn bezit zou hebben, wat niet het geval was.[1]
Het verdrag versterkte de vijandschap tussen beide landen en bevestigde dat, hoewel de beide koningen in naam gelijk waren, de Engelse koning in werkelijkheid ondergeschikt was aan de Franse koning. Volgens professor Malcolm Vale was dit verdrag een oorzaak van de Honderdjarige Oorlog tussen Engeland en Frankrijk.
Verder lezen
- E. Lalou, art. Paris, Verträge, in Lexikon des Mittelalters VI (1993), coll. 1721-1722.
Externe link
- Traité de Paris, 28 mai 1258 (met commentaar)
- ↑ (fr) Auzel, Jean-Baptiste, Le traité de Paris (1258-1259). Saint Louis et la Normandie. Archives départementales de la Manche. Geraadpleegd op 28 september 2025.