Vasko Popa

Vasko Popa
Bordje op een huis in Belgrado waar Vasko Popa heeft gewoond.
Bordje op een huis in Belgrado waar Vasko Popa heeft gewoond.
Persoonsgegevens
Geboortedatum 29 juni 1922
Geboorteplaats Grebenac
Overlijdensdatum 5 januari 1991
Overlijdensplaats Belgrado
Geboorteland Servië, Joegoslavië
Opleiding en beroep
Opleiding gevolgd aan Filozofski fakultet Univerziteta u Beogradu, Universiteit van BoekarestBewerken op Wikidata
Beroep Dichter
Erkenning en lidmaatschap
Lid van Servische Academie van Wetenschappen en KunstenBewerken op Wikidata
Prijzen en onderscheidingen Branko's Award (1954), Dis prize (1965),[1] Zmajeva prize (1956), Austrian State Prize for European Literature (1967)[2]Bewerken op Wikidata
Dbnl-profiel
(en) IMDb-profiel
Portaal  Portaalicoon   Literatuur

Vasko Popa (Cyrillisch: Васко Попа) (Grebenac, 29 juni 1922 - Belgrado, 5 januari 1991) was een Servisch dichter van Roemeense afkomst. Zijn werk is veelvuldig vertaald.

Biografie

Popa werd geboren in Grebenac, een kleine stad in Vojvodina, Servië. Hij studeerde in Boekarest en Wenen.[3] In de Tweede Wereldoorlog zat Popa in het Duitse concentratiekamp Bečkerek. Na de oorlog studeert hij af aan de Faculteit der Wijsbegeerte van Belgrado, op Romanistiek. Zijn eerste gedichten werden gepubliceerd in het tijdschrift Književne novine en in de communistische krant Borba.

In 1972 richtte Popa de culturele instelling Književna opština Vršac op en werd hij lid van Srpska akademija nauka i umetnosti, de Servische Academie van Wetenschap en Kunst.

Tussen 1954 en 1979 was hij redacteur voor de uitgeverij Nolit, waar hij ook meerdere dichtbundels uitbracht.

Popa ligt in Belgrado begraven op de Novo groblje (Nieuwe begraafplaats)..

Bibliografie

Dichtbundels

  • Kora, 1953
  • Nepočin polje, 1965
  • Sporedno nebo, 1968
  • Uspravna zemlja, 1972
  • Vučja so, 1975
  • Kuća nasred druma, 1975
  • Živo meso, 1975
  • Rez, 1981
  • Gvozdeni sad,

Verzamelwerk

  • Od zlata jabuka, 1958
  • Urnebesnik: Zbornik pesničkog humora, 1960
  • Ponoćno Sunce, 1962