Incarceration of Unlawful Combatants Law

De Incarceration of Unlawful Combatants Law (IUC Law, vertaald: Wet op de gevangenneming van onwettige strijders), kortweg Unlawful Combatants Law (UCL), is een Israëlische wet die de toepassing van een strengere vorm van administratieve detentie reguleert. Deze wet werd in 2002 ingevoerd. De wet definieert een categorie personen die volgens Israël direct of indirect hebben deelgenomen aan "vijandige handelingen" tegen Israël of lid zijn van een groep die zulke handelingen verricht, en die geen krijgsgevangene zouden zijn in de zin van de Derde Geneefse Conventie van 1949. Onder de UCL vallen in het algemeen strijders die door Israël worden beschouwd als terrorist. Volgens de wet kunnen zij zonder aanklacht of vorm van proces voor onbepaalde tijd worden opgesloten. De wet is van toepassing op strijders van buiten het grondgebied van Israël die zijn gedetineerd op Israëlisch grondgebied.

Achtergrond

De term "unlawful combatant", ook wel "illegal combatant", verwijst in het algemeen naar een lid van een gewapende groep, waarbij het individu volgens de autoriteiten niet zou voldoen aan de voorwaarden voor de status van strijder in de zin van het internationaal humanitair recht. De term werd door de Amerikaanse president George W. Bush geïntroduceerd in zijn War on Terror, om een derde categorie personen te creëren die noch strijder in de zin van het internationaal oorlogsrecht, noch burger zijn, maar in plaats daarvan worden beschouwd als terrorist. Bush stelde dat zulke personen geen bescherming als krijgsgevangene hebben volgens het internationaal recht en daarom voor onbepaalde tijd zonder vorm van proces kunnen worden opgesloten.[1] De gevangenen werden de internationaal geldende algemene rechten ontzegd. Bush liet zulke personen opsluiten in het speciaal daarvoor ingerichte martelkamp Guantanamo Bay en andere kampen buiten de VS, zoals Abu Ghraib.[2] Deze status werd met name toegepast op vermeende strijders van Al Qaida en de Taliban.[3]

Ontstaan en werkingssfeer

Op 4 maart 2002 nam de Knesset de Incarceration of Unlawful Combatants Law, 5762-2002, ook wel uit het Hebreeuws vertaald als Imprisonment of Illegal Combatants Law of kortweg Unlawful Combatants Law (UCL) aan. De wet was oorspronkelijk met name bedoeld om twee Libanese burgers die door Israël gevangen waren genomen in 2006 tijdens de bezetting van Libanon, permanent vast te houden als onderhandelingsobject om vermiste soldaten vrij te krijgen. Het Israëlisch Hooggerechtshof had dit in april 2000 verboden. Vervolgens werden 13 Libanezen vrijgelaten, maar de staat negeerde de uitspraak voor twee personen en maakte in plaats daarvan deze wet.[4]

Israël verklaarde na de Israëlische terugtrekking uit Gaza in september 2005 ("disengagement") de militaire regering daar officieel als beëindigd (en verklaarde de Gazastrook tot "hostile territory", later omgedoopt tot "Enemy Territory").[5] Hierdoor was de Administrative Detention Order bedoeld om administratieve detentie op te kunnen leggen niet langer toepasbaar in Gaza. Sindsdien werd de Unlawful Combatants Law voornamelijk toegepast op inwoners van Gaza, bijvoorbeeld op personen die werden gearresteerd tijdens de militaire operatie Operation Cast Lead in 2008-2009.[6],p. 57-58 In 2005 werden dan ook alle Gazaanse gevangenen die toen in administratieve detentie werden gehouden vrijgelaten, met uitzondering van twee personen, die tot Libanees werden verklaard en vastgezet op grond van de UCL. In 2009 werden deze twee onverwacht na ruim 6 respectievelijk 7 jaar vrijgelaten, zonder aanklacht en proces.[7]

In 2008 oordeelde het Israëlische Hooggerechtshof, dat detentie volgens de UCL een vorm van administratieve detentie is en dat dezelfde restricties van toepassing zijn.[6],p. 58 Dat Hof constateerde ook dat de status van "unlawful combatant" niet bestaat in het internationaal humanitair recht en dat het burgers betreft die vallen onder de bescherming van de Vierde Geneefse Conventie.[6],p. 62[4] Het Hooggerechtshof oordeelde tevens dat de UCL voldeed aan de standaarden van de Vierde Geneefse Conventie.

De detentiekampen Sede Teiman, Anatot en Ofer maken specifiek deel uit van de infrastructuur van de "Unlawful Combatants Law".[8]

Bepalingen

De wet definieert een categorie personen die volgens Israël direct of indirect hebben deelgenomen aan "vijandige handelingen tegen de staat Israël" of "lid zijn van een strijdkracht die deelneemt aan vijandigheden tegen de staat Israël", en geen krijgsgevangene zouden zijn in de zin van de Derde Geneefse Conventie.[9] De wet definieert 'unlawful combatant', vertaald in het Engels:

"unlawful combatant" means a person who has participated either directly or indirectly in hostile acts against the State of Israel or is a member of a force perpetrating hostile acts against the State of Israel, where the conditions prescribed in Article 4 of the Third Geneva Convention of 12th August 1949 with respect to prisoners-of-war and granting prisoner-of-war status in international humanitarian law, do not apply to him.

De oorspronkelijke wet bepaalt dat tot aan de volledige implementatie ervan de regels voor administratieve detentie van toepassing zijn. Deze wet geeft de stafchef van de IDF of een generaal-majoor als plaatsvervanger de bevoegdheid eenieder te detineren die hij veronderstelt een "unlawful combatant" te zijn. Alle gedetineerden onder deze wet worden automatisch beschouwd als een bedreiging voor de veiligheid, en kunnen zonder aanklacht of vorm van proces worden opgesloten zolang de "vijandigheden" tegen Israël voortduren.[10] De term "vijandigheden" is niet in de wet gedefinieerd. Het is aan de defensie-minister om te bepalen of de vijandigheden al dan niet nog gaande zijn of beëindigd.[4] Human Rights Watch veroordeelde de wet als pervers, omdat zij vond dat hiermee de basisprincipes van het internationaal recht worden genegeerd en gemanipuleerd. De wet maakt het mogelijk om individuen naar willekeur en voor onbepaalde tijd vast te houden op basis van veronderstellingen, in plaats van bewezen schuld. "Geheim bewijs" op grond waarvan de detentie is opgelegd wordt gedetineerden onthouden.[10]

In de oorspronkelijke versie kan de gevangene middels een 'tijdelijke detentie-order' 4 dagen lang (96 uur) worden vastgehouden, waarin de stafchef beslist of de UCL van toepassing is. Deze termijn staat niet in de wet zelf. Artikel 5a schrijft voor dat maximaal 14 dagen na het formele bevel van de stafchef tot opsluiting, de gevangene moet worden voorgeleid aan een rechter. De gedetineerde kan in beroep bij het Hooggerechtshof. Artikel 5c bepaalt dat iedere 6 maanden door een rechter moet worden beslist over verlenging van de detentie. Volgens artikel 6 mag de gedetineerde minimaal 7 dagen daarvóór contact hebben met een door de defensieminister goedgekeurde advocaat. Artikel 11 geeft de stafchef het recht om de uitvoering van de wet te delegeren aan een generaal-majoor.[9]

Wetswijzigingen

2008

In augustus 2008 werd in een tijdelijke wetswijziging de maximale periode voor een 'tijdelijke detentie-order' verlengd van 4 dagen naar 7 dagen. Officieren vanaf de rang van brigadegeneraal kregen de bevoegdheid om namens de stafchef de officiële order te geven tot detentie als vermoedelijke 'unlawful combatant'. Daarnaast werd met dit amendement de mogelijkheid gegeven om beoordelingen door de rechter uit te laten voeren door speciaal voor dit doel opgerichte militaire rechtbanken.[6],p. 57-58 De gewijzigde wet zou ten uitvoering komen zodra de regering officieel "het bestaan van grootschalige vijandigheden" zou hebben bekendgemaakt. In oktober 2009 had dat nog niet plaatsgevonden; op 4 januari 2009, tijdens Operation Cast Lead, werd echter wel de militaire basis Sede Teiman aangewezen als locatie in het geval van zo'n verklaring. Uiteindelijk werd de wet toegepast op 39 Gazanen, van wie er eind september 2009 nog 9 gevangen zaten onder de UCL.[6][11]

De wijziging was ook van toepassing op Gazanen die gevangenen waren genomen in de Gaza-oorlog van 2014.[12] Tijdens die oorlog had het leger 159 Gazanen gevangengenomen en overgebracht naar Israël. Er werden 82 van hen gedetineerd in het Sede Teiman-gevangenenkamp. Volgens de IDF was dit slechts een doorgangskamp en was niemand langer dan 14 dagen vastgehouden (de geldigheidsduur van de detentie-order, voorafgaande aan de rechtszitting). In totaal werden er hier 82 personen gedetineerd en werd er volgens opgave in december 2014 niemand meer vanwege deze militaire operatie vastgehouden. Sede Teiman werd per 5 augustus 2014 (tijdelijk) gesloten.[11]

2016

In maart 2016 werd in een tijdelijke wetswijziging bepaald dat in plaats van een luitenant-kolonel al officieren vanaf de rang van kapitein de bevoegdheid hebben om iemand als verdachte in detentie te laten plaatsen. Het amendement gaf opnieuw officieren vanaf de rang van brigadegeneraal de bevoegdheid om daarna de officiële order uit te vaardigen. Ook de termijn voor 'tijdelijke detentie' bleef 7 dagen. De regering kreeg de bevoegdheid om de periode van militaire operaties en daarmee de toepassing van de wet steeds met drie maanden te verlengen of nog tot 30 dagen daarna.[13]

Gaza-oorlog vanaf 2023

Vanaf de start van de Oorlog in Gaza vanaf 2023 op 7 oktober 2023 tot juli 2024 werden meer dan 14.000 Palestijnen in Gaza en op de Westoever door Israël gearresteerd. Van de circa 4.000 Gazanen werden er vele voor ondervraging door een legerofficier naar Israëlische detentiecentra overgebracht. Zij werden primair op grond van de "Unlawful Combatants Law" gevangen gezet op de militaire basis Sede Teiman in Israël omdat het Palestijnse strijders zouden zijn. Sommigen van hen werden naar een gevangenis van de Israeli Prison Service (IPS) overgebracht. Daarnaast werden duizenden Gazanen die op 7 oktober legaal met een werkvergunning in Israël verbleven gearresteerd en gedetineerd op de legerbasis Anatot op de Westoever.[14]

Volgens officiële cijfers waren in de eerste 19 maanden van de oorlog 6.000 Gazanen gedetineerd als "unlawful combatants". De IPS beweerde dat dat bijna allemaal leden waren van Hamas of Palestinian Islamic Jihad. Onderzoeksjournalisten van +972 Magazine, Local Call en The Guardian vonden aan de hand van een database, die volgens hen door Israëlische Geheime Diensten als enige betrouwbare bron wordt gezien, dat slechts 1.450 van die 6.000 op die lijst van militanten stonden. 2.500 werden later vrijgelaten en dus niet beschouwd als strijders. Bij een ruil van gevangenen werden nog eens 1.050 'unlawful combatants' vrijgelaten. Legerofficiers gaven in december 2023 tegenover Haaretz toe dat 85 tot 90 procent van de gevangenen geen leden van Hamas waren.[15] Volgens data van HaMoked zaten er in september 2025 nog 2.660 Gazanen als "unlawful combatant" in IPS-gevangenissen; volgens de IDF waren het er in mei in totaal 2.750 in alle gevangenissen.[15]

Een legerofficier vertelde dat door hem geleide massa-arrestaties waren gericht op het leegmaken van het Khan Younis-vluchtelingenkamp, en de inwoners naar het zuiden te laten vluchten. Daartoe werden zij massaal gearresteerd, weggevoerd naar militaire faciliteiten en geclassificeerd als "unlawful combatant". Iedereen in het kamp werd in lange konvooien, met een zak over hun hoofd, naar een 'inspectie-faciliteit' in Al-Mawasi gedirigeerd. Iedere nacht werden er tientallen tot honderden geblinddoekte en gehandboeide mannen, in een open truck gepropt, afgevoerd naar Israël.[15] Ook artsen die uit Gaza waren weggevoerd werden geclassificeerd als "unlawful combatant". Veel Palestijnse artsen werden gedetineerd in Anatot. Zelfs een 82-jarige vrouw met Alzheimer werd als zodanig naar Anatot gebracht, alvorens te worden gedetineerd in de Damon-gevangenis.[15]

Op 18 december 2023 nam de Knesset een tijdelijke wetswijziging van de UCL aan, die majoors machtigt de voorlopige detentie, zonder officieel arrestatiebevel van of namens de stafchef, te verlengen tot 45 dagen, in plaats van de oorspronkelijke 4 dagen. De termijn waarbinnen een rechter daarna moet toetsen of de UCL van toepassing is, werd verlengd van 14 naar 75 dagen (art. 5a). De rechtszitting mocht voortaan plaatsvinden via een videoverbinding, zonder bijzijn van een advocaat. Het recht op een advocaat voorafgaande aan de rechtszitting is er pas na 75 dagen, eventueel verlengd tot 180 dagen (art. 6). Eerder was dit respectievelijk 10 en 21 dagen. Ook mogen officieren van lagere rang detentie-orders volgens de wet uitvaardigen.[16][17] Twee ex-gevangenen getuigden dat hun voorlopige detentie tot twee maal toe via een videoverbinding werd verlengd met 45 dagen. Zij mochten niet spreken of vragen stellen aan de rechter en kregen niet te horen wat de reden en het bewijs was voor hun arrestatie.[18]

In april 2024 werd de wetswijziging verlengd, zij het dat de maximale termijn waarop een advocaat kan worden ontzegd werd verkort van 180 naar 90 dagen.[16] Slechts in een heel klein aantal gevallen werd bezoek van een advocaat na 90 dagen toegestaan. Op 28 juli 2024 werd de wet nogmaals gewijzigd. De maximale verlengde voorlopige detentie van 45 dagen werd teruggebracht tot 30 dagen.[19],p. 15 De VN-onderzoekscommissie Pillay constateerde dat tot 15 juli 2024 in slechts één geval bij een gedetineerde een advocaat werd toegelaten. Ook werd er een algemeen verbod ingesteld op bezoeken van het Rode Kruis aan de gevangenen.[14]

Praktijkgevallen

Amnesty rapporteerde in juli 2024 over 27 Palestijnen, die tot 4½ maand gevangen zaten zonder contact met een advocaat of familie. Amnesty schreef dat de wet leidt tot langdurige verdwijningen en tot marteling en andere wreedheden, en onmenselijke of vernederende behandeling door militairen, Geheime Dienst en politie. De Israeli Prison Service (IPS) bevestigde dat op 1 juli 2024 op grond van de UCL 1.400 Palestijnen gevangen zaten, nog los van het aantal dat vastzat tijdens de 45-daagse periode zonder formele detentie-order. Mannen werden volgens dit rapport gemarteld in het Sede Teiman-gevangenenkamp in Israël, vrouwen werden gedetineerd in het Anatot-gevangenenkamp op de Westoever en vervolgens in de Damon-gevangenis in Israël.[18]

Medisch personeel

Onder de talloze Palestijnen die op grond van deze wet zijn gedetineerd waren de Gazaanse arts Khaled Al Serr en ander medisch personeel, die op 25 maart 2024 door de IDF in het Nasser-ziekenhuis in Khan Younis werden gevangengenomen. Van Al Serr werd bekend dat hij werd overgebracht naar de Ofer-gevangenis, waar hij werd gemarteld, vernederd en medische verzorging onthouden.[20] Na een actie van Amnesty werd Al Serr na meer dan 6 maanden detentie vrijgelaten zonder aanklacht en proces. De Gazaanse arts en ziekenhuisdirecteur Hussam Abu Safiya werd eind december 2024 eveneens gevangengenomen en na verhoren overgebracht naar de martelgevangenis Sede Teiman.[21]

De "unlawful combatant" Adnan Al-Bursh, hoofd van de orthopedische afdeling van het Al-Shifa-ziekenhuis, werd in december 2023 gearresteerd en in 2024 volgens zijn familie doodgemarteld. De directeur van een vrouwenkliniek in Gaza, Iyad Al-Rantisi, stierf in 2024 in een ondervragingscentrum van de Shin Bet.[15]

Referenties

  1. Unlawful combatants. ICRC (sep 2025 bekeken)
  2. Circumventing the Geneva Conventions. In The Road to Abu Ghraib, Human Rights Watch, 8 juni 2004
  3. Abu Ghraib: The Hidden Story. Mark Danner, The New York Review, 7 okt 2004. Gearchiveerd.
    "In mid-August, a captain in military intelligence (MI) sent his colleagues an e-mail … in which, clearly responding to an earlier request from interrogators, he sought to define “unlawful combatants,” distinguishing them from “lawful combatants [who] receive protections of the Geneva Convention and gain combat immunity for their warlike acts.”"
  4. 1 2 3 Starved of justice: Palestinians detained without trial by Israel, p. 18-20 (Pdf-document 1,6 MB. Amnesty International, 6 juni 2012. Via
  5. Ilias Bantekas en Safaa S Jaber, The human rights obligations of belligerent occupiers: Israel and the Gazan population. Journal of Conflict and Security Law, Vol. 30, Issue 1, Spring 2025; DOI:10.1093/jcsl/krae018
  6. 1 2 3 4 5 Without Trial.Pdf-document HaMoked/B'Tselem, okt 2009. Via
  7. Unexpectedly, after having spent over six and seven years in prison, two Palestinians from the Gaza Strip held in Israel under … Hamoked, 26 aug 2009
  8. Strapped down, blindfolded, held in diapers: Israeli whistleblowers detail abuse of Palestinians in shadowy detention center. CNN, 11 mei 2024. Gearchiveerd
  9. 1 2 (en) Tekst van de wet van 2002Pdf-document; .doc-versie (gearchiveerd)
  10. 1 2 Israel: Opportunistic Law Condemned. Human Rights Watch, 6 maart 2002
  11. 1 2 Brief IDF aan HamokedPdf-document, 23 dec 2014. Via; Gearchiveerd
  12. (he) Tekst amendement 2014.Pdf-document Via
  13. The wrongful legislation trend continues: the Knesset adopts a legal amendment making it easier for the military to assign “unlawful combatant” status. Hamoked, 21 maart 2016
  14. 1 2 Report of the Independent International Commission of Inquiry ...Pdf-document, para. 41-45. VN, 11 sep 2024 [docnr. A /79/232]. Via
  15. 1 2 3 4 5 Israeli intelligence data: Militants account for only 1 in 4 Gaza detainees. +972 Magazine, 4 sep 2025
  16. 1 2 UN Special Rapporteur Ben Saul, Letter to Minister Israel KatzPdf-document, 24 mei 2024. Via
  17. Gaza Amendments to Israel’s “Unlawful Combatants Law” are Inconsistent with International Law. Ben Saul, Opinio Juris, 8 apr 2025. pdf via de OHCRPdf-document
  18. 1 2 Israel must end mass incommunicado detention and torture of Palestinians from Gaza. Amnesty, 18 juli 2024
  19. Unlawful incarceration: an international law based assessment of the legality of the military detention regime that Israel applies to Palestinians.Pdf-document Diakonia International Humanitarian Law Centre, aug 2024. Via
  20. Further Information: Release Palestinian Surgeon Dr. Khaled Al Serr. Amnesty International, 27 sep 2024
  21. Release Paediatrician and Hospital Director: Dr Hussam Abu Safiya Amnesty International, 14 jan 2025