Udo van Limburg

Udo van Limburg
ca. 1030-1078
Graaf van Limburg
Periode vóór 1064-1078
Voorganger Frederik van Luxemburg (†1065)
Opvolger Hendrik I van Limburg

Udo van Limburg (ca. 1030 - 1078) wordt voor het eerst genoemd in een charter van 1064.[1] Er is dan sprake van een comes Udo de Lemborc, afkomstig uit een Neder-Lotharings geslacht,[noot 1] die een schenking doet aan de Sint-Adalbertkerk in Aken. Hij was de stichter van de Limburgse dynastie en de eerste persoon die in een charter graaf van Limburg werd genoemd.[4]

Hij huwde met Judith/Jutta, dochter en erfgenaam van Frederik van Luxemburg, hertog van Neder-Lotharingen, en Gerberga van Boulogne.[5] In 1065 volgde hij zijn schoonvader op als voogd van de abdij van Sint-Truiden.[4][6]

Er zijn aanwijzingen dat Udo de zoon was van Richwin II, burggraaf te Baelen-Limbourg (1033-1052), graaf van Kempenich en Burg Hengebach/Heimbach (1074). Udo was in dat geval de kleinzoon van Richwin I (graaf in de Eifel (992-1033), bouwer van Richvinstinne (Reichenstein),[noot 2] Wildban Kempenich (992) en heer van Heerlen), en Mathildis van Saksen-Ludolf (dochter van Hendrik II "de Ruziezoeker", hertog van Beieren en markgraaf van Verona). Richwin I was de zoon van Sigebode I van Ripuarië, graaf in de Arestreek (964-992) en vazal van de aartsbisschop van Trier (-956).

Na het overlijden van zijn schoonvader heeft Udo zijn macht uitgebreid tot een territoriale landsheerlijkheid met de burcht Limburg als centrum. Feitelijk werd hij daarmee de stichter van de Limburgse dynastie. Stichter en bouwheer van de burcht Limburg was echter zijn schoonvader Frederik van Luxemburg.[5]

Zijn zoon Hendrik I, die hem opvolgde als graaf van Limburg, zou in 1101 hertog van Neder-Lotharingen en markgraaf van Antwerpen worden, mede dankzij de verwantschappen via zijn moeder en grootmoeder.

Zie ook