Turner Ashby

Turner Ashby Jr.
Turner Ashby
Bijnaam "Black Knight of the Confederacy"
Geboren 23 oktober 1828
Fauquier County, Virginia
Overleden 6 juni 1862
Harrisonburg, Virginia
Rustplaats Stonewall Confederate Cemetery
Winchester, Virginia
Land/zijde Geconfedereerde Staten van Amerika
Onderdeel Confederate States Army
Dienstjaren 1861-1862 (CSA)
Rang Kolonel (CSA)
Brigadegeneraal (CSA) (onbevestigd)
Bevel 7th Virginia Cavalry Regiment
Slagen/oorlogen Amerikaanse Burgeroorlog

Turner Ashby Jr. (Fauquier County 23 oktober 1828Harrisonburg 6 juni 1862) was een Amerikaans militair. Tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog diende hij als bevelhebber van een cavalerieregiment. Zijn bevordering tot brigadegeneraal werd nooit bevestigd door de Zuidelijke senaat door zijn vroegtijdige dood.

Vroege jaren

Turner Ashby werd geboren op 23 oktober 1828 op de Rose Bank Plantation in Fauquier County, Virginia. Hij was de zoon van Turner Ashby Sr. en Dorothea Green Ashby.[1] Als kind speelde hij vaak langs de oevers van de Goose Creek, een zijrivier van de Potomac en hij had een wolf als huisdier die hij "Lupus" noemde. Iets waar de buren van het gezin Ashby niet mee opgezet waren.[2] Zijn vader overleed toen Ashby Jr. nog jong was. Zijn moeder huurde een privé-leraar in om Turner en zijn broer les te geven. Daarna liep hij school bij majoor Ambler. Turner zwierf liever rond dan dat hij naar school ging. Hij was al op jonge leeftijd een bedreven ruiter waarbij hij regelmatig prijzen won bij lokale wedstrijden.[3]

Samen met een zakenpartner runde Ashby een Korenmolen tot zijn moeder de molen verkocht aan een buurman.[3] Ashby was een succesvol zakenman en landbouwer.[1]

Militie van Virginia

Zijn vader was kolonel geweest tijdens de Oorlog van 1812 en zijn grootvader diende als kapitein in de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog.[4] Ook Turner Ashby was gefascineerd door het militaire leven. Samen met vrienden organiseerde hij een cavaleriepeloton die ze de naam "Mountain Rangers" gaven. Deze eenheid werd voornamelijk ingezet voor de ordehandhaving. De arbeiders rond de Manassas Gap Railroad durfden wel eens op de vuist te gaan tijdens een dronken bui.[3] Toen Ashby het nieuws bereikte over de raid van John Brown op Harpers Ferry, liet hij alle leden van de Mountain Rangers naar Harpers Ferry gaan. Ze werden ingezet in Charles Town om de orde te handhaven tijdens het proces en executie van John Brown. Daarna werden de Mountain Rangers officieel opgenomen in de militie van Virginia.

Ashby probeerde een politieke loopbaan uit te bouwen. Als aanhanger van de Whigs en van Henry Clay maakte hij echter weinig kans om in Fauquier County verkozen te raken en verloor dan ook prompt de verkiezingen. Ashby was geen voorstander van secessie maar toen zijn thuisstaat eveneens uit de unie vertrok, liet hij de Mountain Rangers opnieuw verzamelen in Harpers Ferry. De eenheid werd ingedeeld als Company A van de 7th Virginia Cavalry Regiment.[5] Hij was een van de personen die samen met gouverneur John Letcher plannen maakten om het federaal arsenaal in Harpers Ferry in te nemen. Toen de secessie werd goedgekeurd viel Ashby het arsenaal aan, maar de federale troepen hadden het meeste in veiligheid gebracht of vernietigd.

Amerikaanse Burgeroorlog

Na het uitbreken van de Amerikaanse Burgeroorlog werden alle militie-eenheden in Harpers Ferry onder het commando van kolonel Thomas Jackson geplaatst. Hun eerste taak bestond eruit om de oversteekplaatsen over de Potomac en de verschillende bruggen tussen Harpers Ferry en Point Rocks in Maryland te bewaken. Ashby stond erop om alle wachtposten persoonlijk te bezoeken waardoor hij soms ritten van 70 tot 100 km op zijn paard aflegde.[6] Zijn soldaten hielpen Zuidelijke sympathisanten uit Maryland over te steken naar Virginia. Ook de Baltimore and Ohio Railroad en het Chesapeake and Ohio Canal werden regelmatig aangevallen door Ashby. In juni 1861 sneuvelde zijn broer Richard tijdens een van deze raids.

Op 23 juli 1861 benoemde generaal Joseph E. Johnston Ashby tot luitenant kolonel van het 7th Virginia Cavalry. De bevelhebber van het regiment, kolonel Angus McDonald, was wegens ziekte vaak afwezig. Ashby had in de praktijk het bevel over het regiment en zou na het ontslag van McDonald in februari 1862 op 12 maart aangesteld worden als bevelhebber. Hij rekruteerde een bereden artilleriebatterij die hij de naam Chew’s Battery gaf en toevoegde aan het regiment. Hij was niet rechtstreeks betrokken bij de Eerste Slag bij Bull Run maar dekte wel de flank van Johnstons leger toen die oprukten naar het slagveld om P.G.T. Beauregard te versterken. In oktober viel Ashby het arsenaal in Harpers Ferry opnieuw aan die Noordelijke handen was gevallen. Hij werd echter verslagen door kolonel John W. Geary die het Harpers Ferry na de Slag bij Bolivar Heights kon behouden.

In de lente van 1862 bestond het 7th Virginia Cavalry uit 27 pelotons infanterie en cavalerie wat veel meer was dan een doorsnee regiment. Bovendien had Ashby te weinig stafofficieren om alles in goede banen te leiden. Het gevolg hiervan was dat de discipline binnen het regiment slecht was. Stonewall Jackson, algemeen bevelhebber in de Shenandoahvallei, probeerde de infanterie over te plaatsen naar twee andere infanteriebrigades. Toen Ashby hierop dreigde op te stappen, moest Jackson inbinden. Jackson probeerde de bevordering van Ashby tot brigadegeneraal tegen te werken wegens de lakse discipline en informele manier van werken binnen Ashby’ regiment.[7] Desondanks werd Ashby op 23 mei 1862 bevorderd tot brigadegeneraal.[8]

Ashby’s dood bij Good's Farm

Ashby’s verkenningsopdrachten en het dekken van de flanken van Jacksons leger tijdens diens veldtocht in de Shenandoahvallei waren instrumenteel in verschillende Zuidelijke overwinningen. Soms liep het ook fout zoals tijdens de Eerste Slag bij Kernstown waar Jackson een zich terugtrekkende Noordelijke colonne aanviel die door Ashby ingeschat werd als vier infanterieregimenten sterk. Toen Jackson aanviel bleek het om een volledige Noordelijke divisie te gaan en diende hij zich terug te trekken. Tijdens de Eerste Slag bij Winchester kon Ashby niet verhinderen dat de Noordelijken onder generaal-majoor Nathaniel P. Banks ontsnapten omdat zijn soldaten de vijandelijke bagagetrein aan het plunderen waren.

Toen Jacksons strijdmacht zich diende terug te trekken van Harrisonburg naar Port Republic onder druk van de Noordelijke generaal-majoor John C. Frémont, vormde Ashby de achterhoede. Op 6 juni 1862 viel de Noordelijke 1st New Jersey Cavalry Ashby’s stellingen bij Good’s Farm aan. Ashby kon de cavalerie-aanval afslaan, maar toen de ondersteunende Noordelijke infanterie oprukte, werd zijn paard doodgeschoten. Ashby zette de strijd te voet verder.[9] Na enkele stappen werd hij geraakt door een kogel in het hart en overleed hij ter plaatse.[10][11]

Turner Ashby Monument opgericht op de plaats van zijn overlijden
Ashby's graf in Winchester, Virginia

Turner Ashby Jr. werd begraven op het University of Virginia Cemetery. In oktober 1866 werden zijn stoffelijke overschotten herbegraven op het Stonewall Cemetery in Winchester, Virginia naast zijn broer Richard Ashby die sneuvelde tijdens een schermutseling in Hampshire County in 1861.

Op de plaats waar hij sneuvelde werd het Turner Ashby Monument opgericht.[12]

Zie ook