Trofoblaststamcel

Trofoblaststamcellen op chemisch gedefinieerd medium met FAXY (12.5 ng/ml FGF2, 20 ng/ml activin A, 10 nM XAV939, 5 nM Y27632)
Trofoblast die tijdens de innesteling is gedifferentieerd in de twee lagen cytotrofoblast en syncytiotrofoblast.

Trofoblaststamcellen zijn als stamcellen de voorlopers van de gedifferentieerde cellen van de placenta, zoals de syncytiotrofoblast- en cytotrofoblastcellen. Bij de muis kunnen trofoblaststamcellen afkomstig zijn van uitgroeisels van blastocystpolair trofectoderm of extra-embryonaal ectoderm. Trofoblaststamcellen komen met name tijdens de vroege stadia van de placenta-ontwikkeling voor, wanneer de groei van de trofoblast maximaal is.[1]

Na de blastulatie grenst de trofoblast aan het ectoderm van het embryo en wordt het trofectoderm genoemd. De fibroblastgroeifactor 4 (FGF4)-signaleringsroute is de belangrijkste signaleringsroute, die nodig is voor de proliferatie en zelfvernieuwing van trofoblaststamcellen en polair trofoctoderm/extra-embryonaal ectoderm. FGF4 wordt sterk tot expressie gebracht in de embryoblast/epiblast en in aanwezigheid van heparine bindt het zich aan de celmembraangeassocieerde FGF-receptor 2, die tot expressie wordt gebracht door de afstammingen van de trofoblast.[2]

Onderzoek

Onderzoek naar trofoblaststamcellen kan meer licht werpen op zwangerschapscomplicaties, zoals pre-eclampsie en miskramen, de ontwikkeling van de placenta en toekomstige toepassingen in de regeneratieve geneeskunde of fertiliteitsonderzoek mogelijk maken.

Zie de categorie Trophoblast stem cells van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.