De trappenbron Chand Baori, gelegen in het dorp Abhaneri nabij Bandikui, Dausa, Rajasthan, is een van de diepste en grootste trappenbronnen van India
Een trappenbron (vav in het Gujarati, Baoli in het Hindi) is een ondergronds stenen waterbouwwerk, met een centraal waterreservoir en trappen die leiden naar het wateroppervlak, waar dat ook is in functie van de seizoenen. Men kan ze vinden in West-India (Rajasthan, Gujarat, Madhya Pradesh en Karnataka), maar ook in Pakistan, Indonesië en de omliggende regio's. Vaak hebben ze een louter utilitair karakter als toegankelijk ondergronds waterreservoir. Er zijn ook bouwwerken met vele versieringen en zelfs ingebouwde tempels; deze situeren zich vaak in droge gebieden van India en Pakistan. Ze werden voor eeuwen gebruikt door de lokale bevolking als bron van drinkwater, waswater, badwater en irrigatiewater. De ingebouwde trappengallerijen maken het eenvoudiger om het grondwateroppervlak te bereiken. Vaak werden ze ook gebouwd door lokale heersers. Ze dienden ook als heiligdommen voor reizigers in een karavaan, pelgrims en andere reizigers die verkoeling zochten overdag of 's nachts.[1]
Ze waren niet enkel waterbronnen maar ook sociale, culturele en religieuze ontmoetingsplaatsen.
Door de eeuwen heen werden er duizenden gebouwd, waarvan een groot deel in verval is als gevolg van moderniseringen, dalende waterstanden doorheen de regio. Onder Brits bestuur werden trappenbronnen beschouwd als onhygiënische plaatsen waar ziekten welig tierden.[2]
Van de 3000 gebouwde trappenbronnen die in India ooit werden aangelegd, zouden er tegenwoordig nog minder dan duizend bestaan.[3]
Door de groeiende watercrisis in India is er een vernieuwde interesse in deze bouwwerken.
Geschiedenis
De octogonale vorm van Dada Harir
Trappenbronnen ontstonden in de Indusbeschaving (± 3000 BCE),met vroege voorbeelden in Dholavira enMohenjodaro. Ze ontwikkelden zich verder gedurende de Gupta periode (3e-6e eeuw AD) en bloeiden onder de Rajputs en de Chaulukya's (10e-13e eeuw AD), vooral in Rajasthan en Gujarat, waar prachtige exemplaren (Rani ki Vav en Chand Baori) werden gebouwd. Gedurende de Mughal dynastie (16e-18e eeuw), werden ze aangepast voor publiek gebruik met Persische motieven.[4]
Doordat hevige moessonsregens werden afgewisseld met lange, droge periodes, zocht men naar oplossingen om het ganse jaar toegang te hebben tot regenwater. Ze werden gebouwd door verschillende verdiepingen (soms tot 10 verdiepingen en net 100 trappen) diep in de grond uit te graven om tot bij het grondwaterpeil te komen. Vervolgens werd de helling terug naar het bodemniveau gestapeld met stenen (zonder mortel) in de vorm van trappengalerijen, aangevuld met doorgangen, kamers en soms volledige tempels met vele versieringen in een mengeling van de Hindu en de islamitische architectuurstijlen.
De oudst bekende trappenbron in Dholariva
De Britten vonden de open waterbronnen onhygiënisch en een haard van ziektekiemen, waardoor er velen werden gesloten.
Op het einde van de 19e eeuw werden ze stilaan allemaal verlaten; soms werden ze gebruikt als afvalreservoir.
India
Gujarat
Dholavira kan de oudst bekende trappenbron zijn die dateert van 2650 voor onze jaartelling.
Rudabai, Adalaj, werd gebouwd in 1498 als herinnering aan Rana Veer Sing van de Vaghela-dynastie.
Sculpturen in de Rani ki vavDada Harir, 15 km verwijderd van Ahmedabad, Gujarat; deze achthoekige trappenbron werd gebouwd in 1485 of in 1499 door Dhai Harir, de leidster van de koninklijke harem van Mahmud Begada.
Mata Bhavani met rituele decoraties en bloemen uit de 11e eeuw, Ahmedabad, Gujarat.
Rani ki vav, Patan, de "koninginnen"-trappenbron, werd gebouwd in opdracht van koningin Udayamati rond 1060 als herinnering aan haar overleden echtgenoot. De bron is 64 m lang, 20 m breed en 27 meter diep. Het strekt zich uit over 7 niveaus met meer dan 500 sculpturen van goden, mythogische figuren en apsara's. Ontworpen als ingenieuze 'omgekeerde' tempel wordt de heiligheid van water geëerd in een mythische beeldenvloed. Het werd in 2014 als UNESCO-werderfgoed erkend.[5]
Rani ji ki Baori, Bundi, werd in 1699 gebouwd door Rani Nathavati ji, de koningin van Rao Raja Anirudh Singh van Bundi. Ze is 46 m diep met reliëfs van olifanten, Hindoe-heiligen.
Neemrana Baori, Neemrana, uit het midden van de 18e eeuw.[7] In het droge seizoen moest de bevolking 200 stappen naar beneden om het grondwaterpeil te bereiken. In het regenseizoen waren deze trappen gedeeltelijk ondergedompeld. Deze erg afgetakelde trappenbron is in de 21e eeuw nog steeds in gebruik. [8][9]