Toon van Els

Toon van Els die ook wel bekendstond als Toon d'n Dwerg. Hier poseert hij (omstreeks 1910) leunend op zijn herdersschopje

.

Antoon ('Toon') van Els (Sint Anthonis, 8 juli 1865 - Weert, 26 januari 1922), bijgenaamd Tôntje d'n Dwerg, was een bekende zwerver die door Noord-Limburg en Oostelijk Noord-Brabant zwierf.

Hij was de zoon van Johannes van Els (1824-1898) en Anna Maria (Maria) van den Elzen (1837-1886), beiden dagloners van beroep. Het gezin verhuisde in 1867 naar de Bus in Oploo.

Toon van Els begon zich op volwassen leeftijd te verhuren als schaapsherder bij boeren in de Peel en verbleef op verschillende adressen.

Rond 1900 was het gedaan met het schapen houden op de Peel en dus ook met Toon zijn vak. Toon begon te zwerven, eerst om werk te zoeken, later omdat het niet anders was. Hij had een lange baard, een verweerd gezicht en een paar heldere ogen. Hij had een fiere houding en een krachtige stem. Hij was klein van gestalte (ca. 1,17 m) en kon hierdoor amper over de duwstang van de kinderwagen kijken, die hij van een echtpaar had gekregen dat "uit de kleine kinderen was" en waarin hij zijn hele hebben en houden vervoerde. Toon had in zijn jeugd een opgewekt karakter met veel gevoel voor humor, later werd hij norser en meer in zichzelf gekeerd.

Hij trok langs en door de Peel en werd volgens de overlevering gesignaleerd van Asten tot Wanroij en van Vierlingsbeek tot Someren. Een vast adres had hij niet, maar hij was hier en daar wel welkom voor wat eten, wat hij dan altijd buiten opat. In de winter sliep hij vaak in een schaapskooi of plaggenhut en in de zomer in de openlucht of in een droge greppel. Hij duwde een oude kinderwagen voor zich uit met zijn ‘huisraad’. Toon vereenzaamde en vervreemdde van de mensen. Als de spot met hem werd gedreven of hij werd uitgejouwd, wat voornamelijk door de jeugd gebeurde, gooide hij driftig met zand en stenen.

Niet iedere winter had Toon onderdak voor langere tijd. Soms bivakkeerde hij in de wintermaanden ondanks de kou toch buiten. Zo ontstond in 1917 het gerucht dat Toontje in de buurt van Plasmolen was doodgevroren. Toen hij in het voorjaar bij een boerderij kwam in Milsbeek, waar hij ook weleens overnachtte, zei de boerin tegen hem: "Maar Toontje, ik heb horen vertellen dat je was doodgevroren bij Plasmolen." Toontje antwoordde: "Ja, mar 't hé gedojt!" (Ja, maar het heeft gedooid!).

In januari 1922 zakte Toon uitgeput in elkaar op de Beekpoort in Weert. Hij was doodziek en werd door een buurtbewoner een schuur ingedragen voor onderdak en verzorging. Hij verbleef een week ter plaatse, maar werd ondanks de zorgen steeds zieker. Uiteindelijk bracht men hem naar het nabijgelegen St. Jansgasthuis, waar hij twee dagen later overleed. Zijn herderschopje werd bij hem in de doodskist gelegd en tijdens de begrafenisstoet was er behalve een buurtbewoner, verder geen publiek aanwezig. Hij werd begraven op het Sint-Martinuskerkhof aan de Molenpoort in Weert.

Na zijn dood

Na zijn dood begonnen de herinneringen aan Toon van Els zich te ontwikkelen tot een legende, bijna een cultfiguur. Al snel na zijn dood verschenen enkele artikelen over hem in kranten, en hij bleef in de herinnering en verhalen van mensen in de streek bewaard.

Vierenzestig jaar na zijn dood, in mei 1986, ontstond het plan om hem in Oploo te eren met een standbeeld. Het standbeeld kwam er. Het bronzen beeld werd gemaakt door Harrie Willems uit Sint Anthonis en het werd vlak bij de watermolen in Oploo geplaatst.

In 1992 voerde toneelvereniging Doekmaroploo een aantal malen het stuk Toon d’n Dwerg op. De voorstelling trok veel bezoekers. Ook bestaat er een lied over hem (Tontje dun dwèèrg door OEF).

In 2015 studeerde Ruud Verstraten af aan de Universiteit van Amsterdam op Toon van Els en de legendevorming rond diens persoon.

Bronnen

  • Boek "die goeie ouwe tijd." door Sjang Hoeijmakers, november 1988 - Elsendorp.
  • Archief familie Hoeijmakers.
  • Deurnewiki