Tholine

Vorming van tholines op Titan

Tholine, van het Oudgriekse θολός, tholós, troebel, is de naam die door astronoom Carl Sagan is bedacht voor verwante organische verbindingen, meer bepaald roodbruine copolymeren, die zich in de buitenste manen en planeten van het zonnestelsel bevinden. Zij worden uit eenvoudige organische verbindingen gevormd zoals methaan of ethaan, onder invloed van de ultraviolette straling van de Zon of kosmische straling.

Op de manen Triton en Titan verbinden stikstofgas en methaan zich onder invloed van zonlicht tot tholines. Er komt in de atmosfeer van Triton 99,9% stikstof en 0,1% methaan voor. De atmosfeer van Titan bevat 98,4% stikstof en 1,6% methaan. De oranjerode kleur van de atmosfeer van Titan wordt wellicht veroorzaakt door de aanwezigheid van tholines.[1][2] De Near Infrared Camera and Multi-Object Spectrometer van de Hubbletelescoop heeft tholines waargenomen in de protoplanetaire schijf bij de acht miljoen jaar oude dubbelster HR 4796, op 237 lichtjaar afstand van de Zon.

Tholines komen ook op Charon aan de noordpool voor, de maan van Pluto. Dit werd duidelijk door de waarnemingen van de sonde New Horizons die in 2015 langs de dwergplanet vloog.

In het Miller-Urey-experiment zijn ook tholines gevonden. Tholines zouden aan de basis van het leven kunnen liggen.