Theudemer
Theudemer (Theudemeres) was begin 5e eeuw een Gallo-Romein van Frankische afkomst. Hij is de zoon van Richomer een invloedrijke Romeinse generaal en beschikte over een machtsbasis onder de Frankische foederati. Ten tijde van keizer Honorius (393-423) was hij een belangrijke regionale speler in het noorden van Gallië. In zijn tijd werden de Franken geleid door meerdere heersers, door de Romeinen rex genoemd (Latijns voor hoogste heerser).
Bronnen
Er is niet veel over Theudemer bekend. De belangrijkste bron voor zijn bestaan en dood is Gregorius van Tours. Deze vermeldt over hem:
- «"Theudemer, koning van de Franken, en zijn moeder Ascyla werden door het zwaard gedood, waarna de macht bij Chlodio kwam".« Historia Francorum 2.9.
De schrijver raadpleegde voor zijn geschiedenis over de Franken oudere lijsten of kronieken (consularia), maar dat was honderden jaren na de vermeende gebeurtenissen die in het begin van de 5e eeuw plaatsvonden. Gregorius was geen ooggetuige, evenals de schrijver van de uit de 7e eeuw stammende Kronieken van Fredegar die Chlodio zijn zoon noemde. Over Theudemers' vader en de familie waaruit hij stamde is veel meer bekend. Zij behoorde tot de Frankische elite die al sinds keizer Valentinianus I (364-375) troepen leverden aan het Romeinse leger.[1]
Afkomst
De familie van Theudemer behoorde tot de Frankische elite die in de laat-Romeinse periode dicht verweven waren met het Romeinse militaire en politieke systeem.[2] Hij was de zoon van Richomeres en Alsyla. Zijn vader was onder keizer Theodosius I (379-395) magister militum praesentalis (een van de twee opperbevelhebbers in het Oost-Romeinse leger) en consul in 384.[3] [4] Van zijn moeder is niets bekend, maar haar naam wijst op een Griekse afkomst.
Als zoon van een hoog geplaatste militair in het Oostelijke rijksdeel groeide Theudemer naar alle waarschijnlijk op in Constantinopel en keerde na de dood van zijn vader in 493 terug naar zijn stamverwanten in Noord-Gallië.
Politieke situatie ten tijde van Theudemer
Theudemer optreden in de geschiedenis vond plaats tijdens een uiterst instabiele periode van het Romeinse rijk. Het westelijke rijksdeel werd bestuurd door Honorius, een als zwak bekend staande keizer. Tijdens zijn regiem maakten rivaliserende generaals de dienst uit. Claudianus bericht ons dat magister militum Stilicho in de winter van 401/402 alle Rijntroepen naar Noord-Italië terugtrok om het rebelerende leger van Alarik te weren.[5] Volgens Roymans en Heijnen verleende hij daarna geallieerde Frankische groepen toegang tot het gebied ten zuiden van de Rijn en maakte hen verantwoordelijk voor de verdediging van de genslinie. [6]
De Rijnoversteek door barbaarse volken in 406 werkte als een katalisator voor het ontstaan van een machtsvacuüm in Gallië die opgevuld werd door usurpatoren zoals Constantijn III en Jovinus. Zij ontvingen daarbij de steun van Gallische elites en Frankische of Alaanse foederati. [7] In dit gefragmenteerde krachtenveld waren leiders als Theudemer actief, die door hun autonome macht en Romeins-getinte legitimiteit een bedreiging vormden voor de centrale regering. Constantius III maakte uiteindelijk een einde aan de chaos, maar veel gebieden langs de Rijn bleven nog lang semi-autonoom. Pas in 421 voerde Castinus campagne tegen de Franken en pacifeerde het noorden van Gallië.[8]
Geschiedenis
Als Theudemer omstreeks 493 arriveert in het gebied ten zuiden van de Rijn wordt hij aanvoerder van de Franken (Gregorius noemt hem rex). Voor het centraal bewind in Ravenna vormde Theudemer een bedreiging. Voor zover historici het kunnen duiden stoelde zijn macht op militaire steun van de Frankische grenstroepen en beschikte hij daarnaast over politieke middelen die zowel Frankisch als Romeins kunnen worden bestempeld. Theudemer verleende mogelijk steun aan usurpator Jovinus (411-413) die door Constantius III ten val werd gebracht. Als in 421 een Romeins expeditieleger ten strijde trekt tegen de Franken vallen Theudemer en zijn moeder in Romeinse handen en worden vermoord. Gelet op de overlevering gaat men ervan uit dat het Theudemer de voorganger was van Chlodio die in de Kronieken van Fredegar als zijn zoon wordt genoemd.
- Bronnen
- Ammianus Marcellinus, Res Gestae
- Gregorius van Tours, Historia Francorum, boek II, hoofdstuk 9.
- Claudius Claudianus, De Bello Gothico
- Chronica Gallica van 511
- Referenties
- ↑ Stroheker 1955, pp. 316.
- ↑ Ammianus Marcellinus, Boek XV 5.11.
- ↑ Ammianus Marcellinus, Boek XXXI 16.9
- ↑ Waas 1971, p. 101.
- ↑ Claudianus, De Bello Gothico 419-429
- ↑ Roymans & Heijnen 2021, p. 140.
- ↑ Roymans & Heijnen 2021, p. 149.
- ↑ Gregorius van Tours, Historia Francorum 2.9.
- Literatuur
- Manfred Waas (1971), Germanen im römischen Dienst (im 4. Jh. n. Chr.), 2e herziene editie. Uitgeverij Manfred Habelt, Bonn, ISBN 3-7749-1105-3.
- Nico Roymans and Stijn Heeren (2021), Romano-Frankish interaction in the Lower Rhine frontier zone from the late 3rd to the 5th century – Some key archaeological trends explored, in Germania Anzeiger der Römisch -Germanischen kommission des Deutschen Archäologischen instituts jahrgang 99, pag. 133-157.
- Karl Friedrich Stroheker (1955), Zur Rolle der Heermeister fränkischer Abstammung im späten vierten Jahrhundert, In: Historia Band 4, pag. 314–330.