Théodore de Renesse
| Théodore de Renesse | ||||
|---|---|---|---|---|
![]() | ||||
"Comte de Renesse" (door Jos De Swerts, 1925) | ||||
| Algemene informatie | ||||
| Volledige naam | Jean Louis Ferdinand Armand de Renesse | |||
| Geboren | 14 december 1854 Guigoven | |||
| Overleden | 22 december 1927 Beverst | |||
| Nationaliteit | ||||
| Beroep | politicus | |||
| ||||
Jean Louis Théodore Ferdinand Armand de Renesse (Guigoven, 14 december 1854 - Beverst, 22 december 1927) was een Belgisch politicus voor de Katholieke Partij en gouverneur van Limburg van 1919 tot 1927.
Biografie
Familie
De eerste adellijke erkenning voor een de Renesse gebeurde in 1609. In 1816 verkreeg het familiehoofd Clément de Renesse adelserkenning met de titel van graaf of gravin voor alle afstammelingen. Théodore was zijn kleinzoon en de zoon van graaf Armand de Renesse (1806-1867), die officier was in het Pruisische leger, en die 48 was toen hij trouwde met de 25 jaar jongere gravin Marie-Clémentine de Preston (1830-1913). Graaf Louis-Joseph de Renesse, burgemeester van 's Herenelderen en senator, en graaf Maximilien de Renesse, volksvertegenwoordiger, waren zijn ooms, graaf Ludolphe de Renesse, burgemeester en 's Herenelderen en senator, zijn neef.
Théodore trouwde in 1890 in 's-Gravenbrakel met gravin Berthe du Chastel de la Howarderie (1860-1941), kleindochter van graaf Louis de Marnix. Ze kregen drie dochters: Marie, Camille en Nathalie.
Loopbaan
Renesse studeerde aan de Katholieke Universiteit Leuven en was lid van K.A.V. Lovania Leuven, een studentenvereniging die behoorde tot het Cartellverband der katholischen deutschen Studentenverbindungen.
Hij begon aan een diplomatieke carrière als ambassaderaad, die hij echter niet verder zette. Hij was gemeenteraadslid en burgemeester van Beverst, waar hij op het waterkasteel van Schoonbeek woonde.
Van 1901 tot 1919 was hij senator voor de Katholieke Partij voor het arrondissement Hasselt-Tongeren-Maaseik.
Van 1919 tot aan zijn dood in 1927 was hij gouverneur van de provincie Limburg.
De Renesse werd effectief lid van de Raad van Adel in 1900 en was er van 1923 tot aan zijn dood voorzitter van.
Publicaties
- 'Noblesse belge', in Revue générale, maart 1889 en oktober 1891.
- Als heraldicus schreef hij in de periode 1894-1903 het standaardwerk Dictionnaire des figures héraldiques dat uit 7 delen bestond. De meest recente herdruk van dit werk was in 1992.
- Silhouettes d'ancêtres, première serie, Brussel, 1924
- Silhouettes d'ancêtres, deuxième série, Brussel, 1928
Literatuur
- Jean GESSLER, 'Le Comte Th. de Renesse', in Revue belge de Philologie et d'Histoire, 1928, nr. 7, 392-393.
- Paul VAN MOLLE, Het Belgisch Parlement, 1894-1972, Antwerpen, Standaard, 1972.
- Louis ROPPE, 'Jean de Renesse', in Nationaal Biografisch Woordenboek, vol. 3, Brussel, Koninklijke Vlaamse Academiën van België, 1968.
- Xavier DE GHELLINCK VAERNEWYCK, 'Silhouettes d'ancêtres. Le comte Théodore de Renesse', in Le Parchemin, 1979.
- Xavier DE GHELLINCK VAERNEWYCK, 'Théodore de Renesse', in Biographie nationale de Belgique, vol. 42, 1981-82, 638-643.
- Oscar COOMANS DE BRACHÈNE, État présent de la noblesse belge, Annuaire 1997, Brussel, 1997.
| Voorganger: Henri de Pitteurs-Hiégaerts |
Gouverneur van Limburg 1919 - 1927 |
Opvolger: Hubert Verwilghen |
