Theodor Schneider
| Theodor Schneider | ||
|---|---|---|
![]() | ||
Theodor Schneider in 1970 | ||
| Persoonlijke gegevens | ||
| Geboortedatum | 7 mei 1911 | |
| Geboorteplaats | Frankfurt am Main | |
| Overlijdensdatum | 31 oktober 1988 | |
| Overlijdensplaats | Zähringen | |
| Beroep | wiskundige, academisch docent | |
| Lid van | Göttinger Academie van Wetenschappen, Sturmabteilung[1] | |
| Academische achtergrond | ||
| Alma mater | Universiteit van Frankfurt (1929; 1934),[1] Helmholtzschule (1929),[1] Dr. Hoch’s Konservatorium (1929)[1] | |
| Proefschrift | Transzendenzuntersuchungen periodischer Funktionen I. Transzendenz von Potenzen | |
| Promotor(s) | Carl Ludwig Siegel | |
| Wetenschappelijk werk | ||
| Vakgebied(en) | getaltheorie | |
| Bekend van | Stelling van Gelfond-Schneider, Gelfond–Schneider constant, stelling van Schneider-Lang, Hilbert's seventh problem | |
Theodor Schneider (Frankfurt am Main, 7 mei 1911 – Freiburg im Breisgau, 31 oktober 1988) was een Duits wiskundige, die de meeste bekendheid heeft verworven door zijn bewijs in 1935 van wat nu bekendstaat als de stelling van Gelfond-Schneider.
Schneider studeerde van 1929 tot 1934 in Frankfurt; hij loste het 7e probleem van Hilbert op in zijn proefschrift. Aangezien Aleksander Gelfond onafhankelijk van Schneider hetzelfde deed werd de stelling vervolgens bekend als de stelling van Gelfond-Schneider. Na zijn promotie werd hij assistent van Carl Ludwig Siegel in Göttingen, waar hij bleef tot 1953 bleef. In 1953 werd hij hoogleraar wiskunde aan de Universiteit van Erlangen (1953-1959) om ten slotte tot zijn emeritaat aan de Universiteit van Freiburg actief te zijn (1959-1976). Tijdens zijn verblijf in Freiburg was hij van 1959 tot 1963 ook directeur van het Wiskundig Onderzoeksinstituut van Oberwolfach.
