Thérèse Snoy
Thérèse Snoy et d'Oppuers (Ophain-Bois-Seigneur-Isaac, 27 januari 1952) is een Belgisch voormalig politica voor Ecolo.
Levensloop
Snoy is een dochter van graaf Jean-Charles Snoy et d'Oppuers, die van 1968 tot 1972 minister van Financiën was. Ze promoveerde in 1974 tot licentiate in de sociologie en tot licentiate in stedenbouw en ruimtelijke ordening aan de Universite catholique de Louvain (UCL) en en in 1984 tot licentiate milieuwetenschappen aan de Université libre de Bruxelles (ULB). Ze trouwde in 1975 met Jean-Michel Corre (1944), een ambtenaar bij de Europese Unie. Ze kregen drie kinderen.
Van 1976 tot 1980 was ze opdrachthouder bij de administratie van het cultureel onroerend erfgoed van het ministerie van Franse Cultuur. Van 1980 tot 1982 was ze op het eiland Mauritius om er voor een ngo opleidingen inzake sociologisch onderzoek te verzorgen. Vervolgens werkte ze voor de onderzoekseenheid water en bossen van de UCL, waar ze in 1984 en 1985 een studie voltooide over de kleine boseigendommen in Wallonië.
Van 1988 tot 1991 was ze kabinetsattaché bij Waals minister van Milieu Guy Lutgen (PSC), belast met de dossiers over sensibilisering over het milieu en milieueducatie, alsook inbreuken op de milieuwetgeving onderzocht. In 1991 hielp ze mee de vzw Tournesol-Zonnebloem op te richten, het gewestelijk centrum voor ecologie-initiatie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, waarvan ze van 1991 tot 1993 de eerste directeur was. Daarna voerde ze van 1993 tot 1997 met Atelier 50 diverse methodologische studies naar milieueffectenbeoordeling, voornamelijk voor het Waals Gewest.
Vanaf 1973 was Snoy geëngageerd binnen verschillende Waals-Brabantse milieubeschermingsverenigingen. Ze was van 1987 tot 1988 en van 1992 tot 2002 tevens bestuurder bij Inter-Environnement Wallonie (IEW), de federatie van Waalse milieuverenigingen, waarvan ze van 1993 tot 1997 voorzitster en van 1997 tot 2002 secretaris-generaal was. In 2000 ontving zij de Prix Bologne-Lemaire de la Wallonne voor de betrokkenheid van het IEW bij de opstelling van het Toekomstcontract voor Wallonië, een strategisch plan van de Waalse regering om de economie te moderniseren en te innoveren.
Van 2003 tot 2004 werkte ze als adviseur bij Waals minister van Gezondheid Thierry Detienne en bij Ecolo. Daarna was ze van 2004 tot 2007 secretaris-generaal van de vzw Réseau Eco-consommation, dat een milieu- en gezondheidsvriendelijke manier van consumeren aanmoedigt.
Van juni 2007 tot mei 2014 zetelde Thérèse Snoy voor Ecolo in de Kamer van volksvertegenwoordigers, als gekozene voor de kieskring Waals-Brabant, nadat ze eerder tevergeefs opkwam bij de federale verkiezingen van mei 2003 en de Europese verkiezingen van juni 2004. Als federaal volksvertegenwoordiger zetelde de Ecolo-politica van 2007 tot 2009 in de commissie Infrastructuur, Verkeer en Overheidsbedrijven en was ze van 2009 tot 2010 voorzitter en vervolgens van 2010 tot 2014 ondervoorzitter van de commissie Volksgezondheid, Leefmilieu en Maatschappelijke Hernieuwing. Bij de Europese verkiezingen van mei 2014 was ze lijstduwer op de Ecolo-lijst, maar werd ze niet verkozen.
Op lokaal politiek niveau was zij van 2006 tot 2007 en opnieuw van 2012 tot 2018 gemeenteraadslid van Eigenbrakel. Van 2013 tot 2018 was ze tevens bestuurder van IBW, de Waals-Brabantse intercommunale voor economische expansie, territoriale ontwikkeling, afvalbeheer en waterbeleid, die begin 2018 met de intercommunale voor waterzuivering IECBW opging in de intercommunale in BW.
Literatuur
- Humbert DE MARNIX DE SAINTE ALDEGONDE, État présent de la noblesse belge, Annuaire 2012, Brussel, 2012.
Externe link
- (fr) Biografie Thérèse Snoy op de website Connaître la Wallonie.