Texaf

Texaf is een Belgische holding die voornamelijk in Afrika actief is. Ze werd in 1925 als de Société textile africaine met hoofdzetel in Léopoldville in Belgisch-Congo.

Geschiedenis

Textiel

Bij de oprichting beschikte het bedrijf over een startkapitaal van 20 miljoen Belgische frank. De grootste aandeelhouder was de Lagache-groep uit Ronse. Het doel van het bedrijf was om textiel plaatselijk te produceren en bedrukken in Belgisch-Congo. Texaf kocht machines aan in de Franse katoenregio Elzas. Het bedrijf beschikte in die beginfase over ongeveer 10.000 spillen en bijna 300 weefgetouwen, terwijl het in 1928 de eerste afgewerkte producten op de Congolese markt bracht.

De wereldwijde economische crisis van de jaren 1930 bracht Texaf in de problemen. De verliezen stapelden zich op en de firma liet alle installaties over aan een in 1934 nieuw opgerichte textielfabriek Usines textiles de Léopoldville (Utexléo). Ook andere activiteiten van Texaf worden overgedragen: de maritieme activiteiten aan Unatra, de distributie van water aan het koloniale bestuur, de katoenactiviteiten aan Cotonco en de vastgoed- en landbouwactiviteiten aan Imafor. Vanaf 4 april 1934 was Texaf, onder impuls van Crédit Anversois, een holding met participaties in verschillende Congolese maatschappijen.

Portefeuillemaatschappij

In haar portefeuille in 1934 zaten Utexléo, de Société des forces hydroélectriques de Sanga, Imafor en Régideso. Het faillissement van Crédit Anversois leidt ertoe dat dit belang door de Société des participations belges et coloniales (Sopabel) werd overgenomen.

Tijdens en na de Tweede Wereldoorlog kende Texaf een voorspoedige periode met een stijging van de productie van de spinnerij en bedrukte stoffen. In 1956 bedroeg de productie van afgewerkte stoffen ongeveer 40 miljoen m². Reeds in 1947 stapte Texaf samen met UCO en Cotonco in Filatures et tissages africains (Filtisaf).

Vanaf de jaren 1970 bouwde Cobepa een belang in Texaf op. Cobepa nam de belangen in Texaf die gehouden werden door de dochtermaatschappijen van de bank Paribas over.

In 1974 werd Utexléo genationaliseerd in het kader van de zaïrisering. Twee jaar later volgde een denationalisatie en werd Texaf terug 100% eigenaar van Utexléo, later omgedoopt tot Utexco.

In de jaren 1980 startte Utexléo met een modernisering van zijn industriële uitrusting. Utexléo breidde ook uit met (gedeeltelijke) overnames van La Cotonnière du Kasaï-Maniema, Solbena en Estagrico. In 1987 werd Cobepa met 82% meerderheidsaandeelhouder. Een jaar later fuseerden de verschillende textielentiteiten, waaronder Utexco, Zaïreprint en Otricot-Super Star tot Utexafrica.

In 1991 en 1993 werden de katoeninstallaties geplunderd. Het einde van het regime van Mobutu en de Eerste Congolese Burgeroorlog in 1996-1997 betekenden opnieuw een onmogelijkheid om er toegang tot te krijgen; het distributieapparaat stuikte in elkaar en de katoenplantages werden vernield. In 2002 besliste Cobepa zich uit Texaf terug te trekken. Via een managementbuy-out door gedelegeerd bestuurder Philippe Croonenberghs ging Texaf over naar de Société financière africaine, gecontroleerd door Croonenberghs en Bernard de Gerlache.[1]

In 2004 werd Utexafrica ondergebracht in de nieuwe textieleenheid Congotex, voor 43% in bezit van Texaf, maar met een meerderheidsbelang van de Chinese groep Cha Textiles. In 2007 werd Congotex vereffend, wat het einde van de textielindustrie in Congo betekende. Sinds begin 21e eeuw diversifieerde Texaf in vastgoed (appartementen, villa's met zwembaden, commerciële ruimtes en kantoren).[1]

Literatuur