Tegen Haar Wil

Tegen Haar Wil (THW), begin jaren tachtig opgericht, is een #MeToo beweging avant la lettre. THW richtte zich primair op vrouwelijke slachtoffers van seksueel geweld en misbruik. De organisatie bood 24 uur per dag telefonische hulp, ondersteuning bij het doen van aangifte en begeleiding gedurende het strafrechtelijk onderzoek. Daarnaast was THW actief in het bespreekbaar maken van seksueel geweld binnen maatschappelijke instellingen en de overheid om zo bewustwording te bevorderen.[1][2] Door deelname aan samenwerkingsverbanden, het voeren van rechtszaken en het organiseren van demonstraties werd tevens gewerkt aan een mentaliteitsverandering rond seksueel geweld tegen vrouwen en meisjes.
Start en opzet
Tegen Haar Wil Amsterdam, is eind 1982 op initiatief van de Ombudsvrouwen opgericht. Zij ontvingen een kleine startsubsidie van de Gemeente Amsterdam om de crisisopvang van vrouwen vorm te geven.[3] Met projectsubsidie voor aanvankelijk drie jaar van het ministerie van Sociale Zaken (directie coördinatie emancipatiezaken), ging THW in maart 1983 daadwerkelijk van start.
De hulpverlening kende drie afdelingen:
- de crisisopvang: deze was landelijk, telefonisch en 24 uur per dag, zeven dagen per week bereikbaar
- Vrouwen tegen Verkrachting (VTV): opgericht in 1975 en vanaf 1983 deel van THW, verzorgde praatgroepen,
- de Werkgroep seksuele kindermishandeling: bood individuele hulp en begeleiding aan vrouwen en kinderen die te maken kregen met incest.
De organisatie startte met drie betaalde krachten en met maar liefst 70 deskundige en onbetaalde medewerkers, die wekelijks minimaal 10 uur bij de Stichting werkten. Martijn van der Kroef, mede initiatiefnemer, werd de coördinator en later directeur van THW. Annemarie Grewel en Hedy d’Ancona maakten deel uit van het eerste bestuur dat zich in het begin met name bezighield met positionering en het toezicht.
Activiteiten en resultaten

Basis voor het succes van Tegen Haar Wil was het vanaf dag één zorgvuldig registreren van de hulpvragen.[4] Het cijfermatig onderbouwen van de omvang en de ernst van de meldingen maakte dat direct de aandacht van instituties en overheden werd gewekt.[5]
Juridische activiteiten
Voor juridisch advies werkte THW nauw samen met vrouwelijke advocaten als Gabi van Driem en Anneke Bierenbroodspot. Zij startten vanuit deze intensieve samenwerking een aantal rechtszaken. De eerste zaak was een kort geding tegen de Staat tegen de vrijlating van een aanrander wegens cellentekort (februari 1983).[6][7][8] Alle kranten in Nederland volgden dit geding op de voet.[9][10][11].
Ook kwam uit de samenwerking met advocaten het eerste straatverbod tot stand; de dader werd verboden zich dicht bij de woning van het slachtoffer te bevinden.
Voor medische begeleiding en onderzoek van slachtoffers werkte THW vooral samen met de Rutgersstichting. Met de zedenpolitie en de Rutgersstichting ontwikkelde THW een zogenoemde 'zedenkit'.
Met deze kit kon een vrouwelijke arts van de Rutgersstichting lichamelijk onderzoek doen bij een vrouw die verkracht was zonder dat eventuele bewijslast verloren ging.
Joke Smitprijs
In 1986 ontving THW, samen met THW Groningen en Stichting Tegen Seksueel Geweld Utrecht de eerste Joke Smitprijs uit handen van staatssecretaris Kappeyne van de Coppello (emancipatiezaken). Het Europese parlement nodigde THW uit om op een internationale conferentie in Straatsburg te spreken over hun initiatief en de resultaten. Daar werd ook de fototentoonstelling van THW getoond. Aanleiding voor deze conferentie was een resolutie van het parlement omtrent (seksueel) geweld tegen vrouwen.[12]
Resultaten
THW heeft incest benoem- en bespreekbaar gemaakt en laten zien dat seksueel geweld vooral gepleegd wordt door daders uit de directe omgeving. De organisatie zette seksueel misbruik door hulpverleners op de kaart en initieerde stedelijk beleid voor een veilige en vrouwvriendelijke inrichting van de openbare ruimte.

In haar negenjarig bestaan doorbrak THW mythen en taboes om seksueel geweld te voorkomen, verzorgde workshops en lezingen, initiëerde een fototentoonstelling, ontwikkelde informatiemateriaal en voerde spraakmakende stedelijke campagne gevoerd met affiches door de gehele stad. Het Stedelijk Museum Amsterdam vroeg een set van deze affiches is die daar nu ligt opgeslagen. THW maakte informatiepakketten voor het voortgezet onderwijs en voor hulpverleners. Met gemeentes is overleg gevoerd over hoe de openbare ruimte minder onveilig zou kunnen worden voor vrouwen. [13] Maar vooral heeft THW in haar negenjarig bestaan duizenden hulpgesprekken gevoerd en de vrouwen die slachtoffer waren van seksueel misbruik en geweld bijgestaan.[2]
Afsluiting en overdracht
In de subsidievoorwaarden voor 1990-1991 liet het ministerie van SZW de voorwaarde opnemen dat de organisatie de hulp vóór 1992 moest integreren in de reguliere gezondheidszorg.
In de laatste twee jaar van haar bestaan droeg de organisatie haar kennis over aan de RIAGG’s, het Algemeen Maatschappelijk Werk, de GG&GD en Rutgersstichting.
Het archief van Tegen Haar Wil is destijds overgedragen aan het IIAV (Internationaal Informatiecentrum en Archief voor de Vrouwenbeweging), de voorloper van Atria.
In 2019 werd een nieuwe telefonische hulplijn met de naam Tegen je wil opgericht, voortbouwend op het eerdere initiatief van Tegen Haar Wil.
- ↑ "Hulpdienst begint opvang van seksueel misbruikte vrouwen", Volkskrant, 22 maart 1983, p. 9.
- 1 2 Löwenhardt, Anita, "‘Tegen Haar Wil’ vangt misbruikte vrouwen op", Trouw, 18 maart 1983, p. 10. Geraadpleegd op 26 november 2025.
- ↑ Stichting Tegen Haar Wil. Jaarboek 1983/1984. Stichting Tegen Haar Wil, Amsterdam [1984], p. 10-11.
- ↑ Stichting Tegen Haar Wil. Jaarboek 1984/1985. Stichting Tegen Haar Wil, Amsterdam [1985], p. 22-33.
- ↑ "Dader van seksueel geweld vaak kennis van slachtoffer", Trouw, 6 juni 1984, p. 8.
- ↑ "Vrouwengroep spant geding aan na vrijlating aanrander", NRC, 21 februari 1984, p. 2.
- ↑ "Demonstratie vrouwen tegen sexueel geweld", Limburgsch Dagblad, 27 februari 1984, p. 3.
- ↑ "Tekort aan cellen mag geen rol spelen bij seksueel misdrijf", Trouw, 28 februari 1984, p. 3.
- ↑ "besluit tot vrijlaten van aanrander was onzorgvuldig", Volkskrant, 9 maart 1984, p. 3.
- ↑ "Wegzenden van aanrander was onzorgvuldig", Nieuwsblad van het Noorden, 9 maart 1984, p. 1.
- ↑ "Rechter noemt besluit officier die aanrander wegzond onzorgvuldig", Leeuwarder Courant, 9 maart 1984, p. 3.
- ↑ https://www.europarl.europa.eu/EPRS/PE2_AP_RP!FEMM.1984_A2-0044!860001EN.pdf
- ↑ "Straat moet voor vrouwen veiliger", Parool, 6 juni 1984, p. 8.