Tazuur en Tazijn

Tazuur en Tazijn
Stripreeks Suske en Wiske
Volgnummer 208, VK 229
Scenario Paul Geerts m.m.v.
Marc Verhaegen
Tekeningen Marc Verhaegen
Lijst van verhalen van Suske en Wiske
Portaal  Portaalicoon   Strip

Tazuur en Tazijn is het tweehonderdachtste stripverhaal uit de reeks van Suske en Wiske. Scenario, grappen en dialogen zijn van Paul Geerts, de tekeningen en bijdragen aan het scenario zijn van Marc Verhaegen.

Het verhaal is gepubliceerd in De Standaard en Het Nieuwsblad van 23 februari 1991 tot en met 18 juni 1991. De eerste albumuitgave was in september 1991, met albumnummer 229.

Locaties

Personages

Verhaal

Paling in 't groen
De gouden sleutel op het wapen van Temse
Beeld van de heilige Amelberga en haar steur (in de kerk van Temse)

De vrienden worden gebeld door professor Barabas. Met hun oude jeep rijden ze gezamenlijk via de N16 naar het Land van Waas en zien de Wilfordkaai van Temse. Ook zien ze het indrukwekkende Gemeentehuis van Temse en de Onze-Lieve-Vrouwekerk. Op de Boelwerf laat professor Barabas zijn nieuwste duikboot zien; de steur. De professor mag echter niet vertellen wat zijn plannen zijn. Hij stelt voor om het streekgerecht paling in 't groen te gaan eten.

Tijdens het diner vertelt de professor dat hij opbeen legende is gestuit waarin een massief gouden sleutel en een trap met duizend treden worden genoemd. De professor heeft meer onderzoek hiernaar gedaan en is er nu van overtuigd dat er op de bodem van de Schelde een sleutel verstopt moet liggen. Een onbekende man luistert het gesprek af en steelt de documenten van de professor. Wiske hoort sirenes en de vrienden haasten zich naar de Boelwerf, er blijkt een aanslag op de steur te zijn gepleegd. De professor wordt geraakt door een stuk metaal en komt met een gebroken sleutelbeen en ontwricht schouder in het ziekenhuis terecht. Ook valt een container uit de takels, maar Jerom kan voorkomen dat zijn vrienden gewond raken. Lambik achtervolgt een mysterieuze figuur die verantwoordelijk lijkt te zijn voor deze aanslagen, maar deze kan ontsnappen doordat hij door een helikopter wordt opgepikt.

De dokter in het ziekenhuis blijkt een vermomde man die ook de plannen van de professor afluistert. Zo komt hij er achter dat de informatie in de brandkast in het laboratorium van de professor ligt opgeslagen. Als Lambik en Jerom bij het laboratorium komen, zorgt een inbreker voor een ontploffing. Jerom heeft de brandkast echter kunnen redden en de vrienden nemen de uitgewerkte plannen van de professor door. Voor een derde maal proberen onbekenden de plannen te bemachtigen en deze keer lukt het helaas. De vrienden willen zo snel mogelijk met de Steur vertrekken, want ze weten dat ze niet de enige zijn die over het bestaan van de gouden sleutel weten. Dan duikt er een andere duikboot op en Krimson vertelt dat hij verantwoordelijk is voor het stelen van de plannen. Jerom bindt de duikboot van Krimson vast aan een scheepsketting. Zodoende zijn de vrienden de eerste die afduiken en op zoek gaan naar de gouden sleutel.

Al snel zien de vrienden mysterieuze lichtjes en Suske en Wiske verlaten de duikboot in duikpakken. Ze ontmoeten onderwaterelfen en horen dat de God van de Schelde is gevangen genomen door een boze tovenaar. Suske en Wiske willen hen wel helpen en worden door de onderwaterelfen naar een plek gebracht waar ze naar een ver en grijs verleden kunnen reizen. Via een draaikolk komt de Steur in de middeleeuwen terecht en Karel Kwartel ontvangt hen. De burchtheer valt voor de slanke tante Sidonia, hij vraagt haar meteen ten huwelijk en noemt haar Sidolberga[4]. Tante Sidonia moet niets hebben van de avances van deze forse man. Suske en Wiske zien dat alle mensen treurig lijken en als ze hier vragen over stellen, gaan de mensen er vandoor. Ondertussen is Krimson aan het peinsen, zijn duikboot is nog altijd aan de ketting vastgelegd en hij denkt na over zijn voorvader Crimsonius die hij heeft ontdekt door stamboomonderzoek.

Midden in de nacht gaat Wiske op een mysterieus geluid af en ze ontmoet de zwarte magiër Crimsonius die in de hoogste torenkamer woonde en de gouden sleutel heeft. Hij rent de trap met duizend treden af en verandert Wiske in een meeuw, maar hij valt later en blijft op de zevenhonderste trede bewusteloos liggen. Wiske ziet de duikboot van Krimson opduiken en ze kan twee onderwaterelfen bevrijden. Ze vliegt naar Suske en vertelt wat er allemaal is gebeurt. Ze gaan samen naar de trap der duizend treden en pakken de sleutel af van de bewusteloze magiër. Ze gaan naar beneden en zien de poorten van Tazuur en Tazijn. Ze openen de linkerpoort en kunnen nipt ontsnappen aan een monster en ze gaan terug naar boven om Lambik en Jerom in te lichten. Krimson en twee handlangers vermommen zich als soldaten en komen ook in de burcht. Ze zien hoe eem steur zich van de trappen laat glijden en in de Schelde springt. Krimson herkent de stem van Jerom, hij blijkt door de zwarte magiër in een steur veranderd te zijn.

Inmiddels valt het monster dat achter de linkerpoort zat opgesloten de boten in de Schelde aan, het blijkt de draak Krabbesteur[5] te zijn. Krimson stelt zich voor aan zijn overovergrootvader en hoort dat hij de opvolger van de magiër mag worden als hij net zo slecht is Crimsonius. Lambik gaat met de gouden sleutel de trap der duizend treden af en opent de rechterdeur. Tante Sidonia probeert aan Karel Kwartel te ontsnappen en Jerom laat haar op zijn rug over de Schelde gaan[6], maar dan valt Krabbesteur aan. Suske probeert het monster te stoppen, maar zijn poging heeft niet veel effect. Dan komt Scaldis, de God van de Schelde, tevoorschijn. Lambik heeft hem bevrijdt vanachter de rechterpoort en Suske krijgt zijn drietand om het monster te verslaan. Lambik geeft de gouden sleutel aan Scaldis zodat er vrede en welvaart zal heersen over de streek.

Crimsonius en Krimson steken Temse in brand en ze worden gevangen genomen door de vrienden. Karel Kwartel biedt zijn excuses aan tante Sidonia aan en hij stelt voor dat hij Krimson en zijn overovergrootvader gevangen zal houden in zijn burcht. Hij wist niets af van de trap der duizend treden en wist ook niet dat Crimsonius in zijn torenkamer verbleef. Scaldis bevestigt het verhaal van de burchtheer en dan vertelt Karel Kwartel dat hij Temse zal opbouwen en een brug zal aanleggen over de rivier. Ook zal hij een werkplaats maken waar boten gebouwd kunnen worden. Van de Boelzoekers is geen spoor te bekennen. De vrienden blijven nog weken om met de herstelwerkzaamheden te helpen, maar dan wil tante Sidonia naar huis. Karel Kwartel blijkt enorm afgevallen door zijn harde werk. Opeens ziet ze toch iets in de man, maar de vrienden trekken haar de Steur in. De vrienden bezoeken professor Barabas in het ziekenhuis. Lambik komt naast hem in een bed te liggen, nadat hij bekneld is geraakt in de draaideur.

Achtergronden

  • Tazuur verwijst naar de azuurblauwe achtergrond van het wapen van Temse
  • Tazijn verwijst naar azijn, er waren veel azijnstokerijen in het verleden
  • Dit verhaal speelt zich af op de Boelwerf, die het jaar erop failliet zou gaan.

Uitgaven

Publicaties
Krant of tijdschrift Nummer Publicatiedatum Voorganger Opvolger
De Standaard / Het Nieuwsblad 128 23 februari 1991 - 18 juni 1991 Het wondere Wolfje Lambik Baba
Het Nieuwsblad van het Zuiden 109 Het wondere Wolfje Lambik Baba
Haagsche Courant 25 maart 1991 - 16 juli 1991
Utrechts Nieuwsblad 30 maart 1991 - 20 juli 1991
Het Binnenhof 68 4 september 1991 - 23 december 1991 Het wondere Wolfje Lambik Baba
Eindhovens Dagblad
Brabants Dagblad
Limburgs Dagblad
Albumuitgaven
Stripreeks of collectie Nummer Eerste druk Voorganger Opvolger
Vierkleurenreeks 229 september 1991 Het wondere Wolfje Lambik Baba
Luxe reeks 2 september 1991 Het wondere Wolfje Lambik Baba
Uitgave voor Temse 1991
Suske en Wiske Collectie 42 1992