T-13 (antitankvoertuig)

De T-13 was een Belgisch antitankvoertuig, voorzien van een antitankkanon 47 mm model 1931. Het was een variant van de Britse Carden Loyd tankette die in de FN fabriek te Herstal werd aangepast. De productie startte in 1935. De T-13 was in dienst bij het Belgisch leger tijdens de Duitse inval in België in mei 1940.

Nadat het leger de voertuigen had bestudeerd kocht het Belgische leger in 1931 zes stuks van de Britse tankette aan om er zelf ook uitvoerige tests mee te verrichten en te gebruiken voor training in de omgeving van Brussel. Het model was gelijk aan de Britse variant, maar had nog een extra ondersteuningsrol per zijde. In dezelfde periode werden de 47 mm en 76 mm kanonnen getest. Hierbij bleek dat het loskoppelen van het kanon van de trekker en het installeren van het kanon veel tijd in beslag nam. De Carden Loyd moest daarom als basis gaan dienen voor de kanonnen. Een voertuig werd licht omgebouwd en het 76 mm kanon werd op de tankette gemonteerd. Het lichte chassis kon echter de terugslag van het kanon niet aan. Daarom zou de vuursnelheid verlaagd moeten worden, maar hierdoor zou het kanon een deel van haar effectiviteit verliezen.
Tests met het 47 mm model boden betere resultaten en alle zes Mark VI's werden omgebouwd door de “Fonderie Royale de Canons” (“Koninklijke kanongieterij”) in Luik. Toch had het voertuig nog veel nadelen. De romp draaide te schokkerig om snel te kunnen richten. Bij het richten moest de romp draaien, omdat het kanon in een vaste opstelling was gemonteerd. Zeker in ruiger terrein, zoals in de Ardennen, bleek de 'tankjager' niet naar behoren te presteren en daarom werden de zes voertuigen in 1938 verplaatst van de Ardense Jagers naar de Grenswielrijders. Toen de Duitsers op 10 mei 1940 België binnenvielen waren de voertuigen in een vaste opstelling geplaatst tussen Vivegnis en Lieze op de westelijke oever van de Maas. Hierbij hebben ze ook daadwerkelijk meerdere schoten gelost.
Na de Belgische nederlaag nam de Wehrmacht een aantal exemplaren in dienst.