Suid-Afrikaanse Lugdiens-vlucht 228
| Suid-Afrikaanse Lugdiens-vlucht 228 | ||||
|---|---|---|---|---|
![]() | ||||
Een Boeing 707-300C van de SAL, van hetzelfde type als het toestel dat verongelukte. | ||||
| Overzicht | ||||
| Datum | 20 April 1968 | |||
| Type ramp | onbedoelde botsing met terrein tijdens een gecontroleerde vlucht | |||
| Locatie | J.G. Strijdom-luchthaven, Windhoek, | |||
| Coördinaten | 22° 27′ ZB, 17° 32′ OL | |||
| Doden | 123 | |||
| Gewonden | 5 | |||
| Vliegtuig(en) | ||||
| Vliegtuigtype | Boeing 707-344C | |||
| Registratienummer | ZS-EUW | |||
| Maatschappij | Suid-Afrikaanse Lugdiens | |||
| Vliegtuignaam | Pretoria | |||
| Vluchtnummer | 228 | |||
| Vertrekpunt | Jan Smuts Internationale Luchthaven, Johannesburg, | |||
| Tussenlanding(en) | J.G. Strijdom-luchthaven, Windhoek, | |||
| Eindbestemming | Heathrow Airport, Londen, | |||
| Passagiers | 116 | |||
| Bemanning | 12 | |||
| Overlevenden | 5 | |||
| Slachtoffers op de grond | ||||
| Doden | 0 | |||
| Gewonden | 0 | |||
![]() | ||||
| Lijst van luchtvaartongevallen | ||||
| ||||
Suid-Afrikaanse Lugdiens-vlucht 228, ook bekend als de Windhoekvliegramp, was een lijnvlucht van de Suid-Afrikaanse Lugdiens van Johannesburg in Zuid-Afrika, naar Londen in Engeland. Op 20 april 1968 stortte het vliegtuig na een geplande tussenstop in Windhoek kort na het opstijgen neer.[1] Vijf passagiers overleefden de crash, terwijl 123 mensen om het leven kwamen.
Het vliegtuig, een Boeing 707-300C was slechts zes weken oud. Het onderzoek wees uit dat het ongeluk grotendeels te wijten was aan een fout van de piloot; fabrikant Boeing erkende later ook het ontbreken van een ground proximity warning system in zijn vliegtuigen. Het ongeluk is tot op heden het dodelijkste luchtvaartongeluk in Namibië.[1]
Achtergrond
Vliegtuig
Het betreffende vliegtuig was een Boeing 707-344C met registratienummer ZS-EUW en serienummer 19705, met de naam Pretoria. Het vliegtuig was gebouwd en opgeleverd in 1968. In de zes weken dat het vliegtuig in dienst was, had het 238 vlieguren gemaakt.[2][1]
Bemanning
De bemanning bestond uit de volgende personen:
- Gezagvoerder Eric Ray Smith (49),
- Eerste officier John Peter Holliday (34),
- Reserve-eerste officier Richard Fullarton Armstrong (26),
- Vluchtnavigator Harry Charles Howe (44) en
- Boordwerktuigkundige Phillip Andrew Minnaar (50).
Vlucht 228
Het vliegtuig zou op 20 en 21 april 1968 een route afleggen van Jan Smuts Internationale Luchthaven in Johannesburg naar Heathrow Airport in Londen. Volgens de vluchtroute zouden er verschillende geplande tussenstops zijn: in Windhoek, Luanda, Las Palmas en Frankfurt.
Het eerste deel van de vlucht van Johannesburg naar JG Strijdom-luchthaven in Windhoek, Zuidwest-Afrika, verliep zonder incidenten. In Windhoek stapten nog eens 46 passagiers aan boord en werd er wat luchtvracht gelost en ingeladen.[3]
Op 20 april 1968 om 18:49 uur GMT (20:49 uur lokale tijd) steeg het vliegtuig op vanaf landingsbaan 08 in Windhoek. Het was een donkere, maanloze nacht. Daardoor was er weinig tot geen licht op de grond in de open woestijn ten oosten van de landingsbaan; het vliegtuig steeg op richting wat in het officiële rapport werd beschreven als een "zwart gat". Het vliegtuig klom aanvankelijk naar een hoogte van 650 voet (198 m) boven de grond, stabiliseerde zich na 30 seconden en begon vervolgens te dalen.
Ongeluk
Vijftig seconden na het opstijgen stortte het toestel met opgetrokken landingsgestel neer met een snelheid van ongeveer 271 knopen (502 km/h). De vier motoren van de Boeing 707 waren de eerste onderdelen van het vliegtuig die de grond raakten, waardoor er vier diepe sporen in de bodem ontstonden voordat de rest van het vliegtuig neerstortte en in stukken brak. Er braken onmiddellijk twee branden uit toen de brandstoftanks van het vliegtuig vlam vatten. Hoewel de crashlocatie zich slechts 5.327 meter van het einde van de landingsbaan bevond, duurde het 40 minuten voordat de hulpdiensten ter plaatse waren vanwege het ruige terrein.
Negen passagiers die in het voorste gedeelte van de romp zaten, overleefden aanvankelijk de vliegtuigramp. Twee van hen stierven echter kort na het ongeluk en nog twee overlevenden overleden enkele dagen later. Hierdoor kwam het uiteindelijke dodental op 123 passagiers en bemanningsleden.
Onderzoek
Het onderzoek werd gecompliceerd door het feit dat het vliegtuig geen cockpitvoicerecorder of flightdatarecorder had;[2] deze apparaten werden verplicht vanaf 1 januari 1968, maar doordat de Suid-Afrikaanse Lugdiens niet voldoende recorders kon aanschaffen, beschikten verschillende SAL-vliegtuigen, waaronder ZS-EUW, nog niet over de apparatuur. Kapitein Smith had 4608 vlieguren op de Boeing 707, maar slechts één uur (tijdens een training) op het nieuwe type 344C.[4] Het officiële onderzoek concludeerde dat het vliegtuig en de vier motoren in goede staat verkeerden – de primaire schuld lag bij de gezagvoerder en de eerste officier, omdat zij “er niet in slaagden een veilige vliegsnelheid en hoogte en een positieve klim te handhaven door de vlieginstrumenten tijdens het opstijgen niet in acht te nemen”; de derde piloot, wiens verantwoordelijkheid het was om de radio te controleren en die de vlieginstrumenten vanuit zijn positie in de cockpit niet kon controleren, kreeg geen schuld.[3]
Andere factoren die mogelijk hebben bijgedragen aan het ongeval waren onder andere:
- Verlies van situationeel bewustzijn;
- De bemanning had geen visuele referentiepunten in het donker, wat leidde tot desoriëntatie;
- De bemanning gebruikte een flap-intrekprocedure van de 707-B-serie, waarbij de flaps in grotere stappen werden ingetrokken dan wenselijk was voor dat stadium van de vlucht, wat 180 m boven de grond leidde tot een verlies aan stijgend vermogen.
- Tijdelijke verwarring bij de piloten bij het aflezen van de verticale snelheidsmeter, die afweek van die van de A- en B-serie vliegtuigen waaraan de piloten gewend waren.
- De trommelvormige hoogtemeter die in het vliegtuig was gemonteerd, was notoir moeilijk af te lezen voor piloten;[2][1] de piloten hebben de hoogte mogelijk verkeerd afgelezen als 1,000 vt (305 m).
- Afleiding in de cockpit als gevolg van een aanvaring met een vogel of een ander klein incident.
Maatregelen
Na onderzoek van dit ongeval, evenals een aantal andere ongevallen waarbij een onbedoelde botsing met terrein tijdens een gecontroleerde vlucht plaatsvonden, concludeerde de Federal Aviation Administration dat een waarschuwingssysteem voor nabijheid van de grond een aantal van de ongevallen had kunnen voorkomen. Daarom werden vanaf februari 1972 nieuwe voorschriften ingevoerd die vereisten dat alle straalvliegtuigen met dit systeem uitgerust moesten zijn.[2]
Zie ook
- Garuda Indonesia-vlucht 152, een vergelijkbaar ongeluk.
- Suid-Afrikaanse Lugdiens-vlucht 295, een ander groot ongeval van de Suid-Afrikaanse Lugdiens.
Externe links
- "Rapport van de onderzoekscommissie naar het ongeval met het Boeing 707-344C-vliegtuig ZS-EUW van South African Airways in Windhoek op 20 april 1968. (Gearchiveerd)
- Foto's van de ongevalslocatie (Gearchiveerd )
- Dit artikel of een eerdere versie ervan is een (gedeeltelijke) vertaling van het artikel South African Airways Flight 228 op de Engelstalige Wikipedia, dat onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen valt. Zie de bewerkingsgeschiedenis aldaar.
- 1 2 3 4 Ranter, Harro, Accident Boeing 707-344C ZS-EUW, Saturday 20 April 1968. asn.flightsafety.org. Geraadpleegd op 9 december 2024.
- 1 2 3 4 Crash of a Boeing 707-344C in Windhoek: 123 killed | Bureau of Aircraft Accidents Archives. www.baaa-acro.com. Geraadpleegd op 9 december 2024.
- 1 2 Haine, Edgar A. (2000). Disaster in the Air. Associated University Presses. ISBN 0-8453-4777-2. Gearchiveerd op 20 april 2023. Geraadpleegd op 25 september 2016.
- ↑ (1973). Aerospace Medicine. Aerospace Medicine 44 (5–8) (Aerospace Medical Association). Gearchiveerd op 20 april 2023. Geraadpleegd op 25 september 2016.

