Stopera-effect

Het Stopera-effect verwijst naar een schrikbarende budgetoverschrijding in een Nederlands groot publiek bouwproject. De term is ontstaan door financiële misstanden tijdens de bouw van de Amsterdamse stadhuis annex operagebouw Stopera in de jaren tachtig van de twintigste eeuw. De term wordt sindsdien in Nederland gebruikt in het publiek debat over grote en vaak maatschappelijk belangrijke projecten, ter duiding van de potentieel dan wel werkelijke kosten die om allerhande doch ogenschijnlijk onduidelijke redenen uit de hand lopen.

Achtergrond

Grote kostenoverschrijdingen komen veelvuldig voor in grootschalige publieke infrastructuur- en bouwprojecten met politieke prestige. Bekende voorbeelden in Nederland zijn spoorlijnen zoals de Betuwespoorlijn, de Noord-Zuidlijn, de renovatie van het Binnenhof en schouwburgen, zoals dus de Stopera. Hieraan dragen bouwfraude, kartelafspraken en omkoping bij, maar de belangrijkste boosdoener is als de overheid de kostenposten onderschat, kostenoverschrijdingen achterhoudt of over het hoofd ziet en daardoor incapabel is een realistische kostprijsberekening te doen.[1]

,