Stoepa van Maniakala
De stoepa van Maniakala is een stoepa uit de 2e of 3e eeuw, gelegen nabij het gelijknamige dorp in de Pakistaanse provincie Punjab. Het is niet helemaal duidelijk wie de opdracht gaf tot de bouw maar waarschijnlijk was dit ofwel keizer Kanishka (van het Kushanarijk) ofwel Ashoka (van het Mauryarijk). De stoepa werd gebouwd, omdat volgens de Jataka-verhalen een incarnatie van de Boeddha, genaamd Prins Sattva zich op deze plek opofferde om zeven hongerige tijgerwelpen te voeden. Een ander verhaal stelt dat in de stoepa de as van de Boeddha is ondergebracht.
De stoepa bevat een steen met uitgebreide inscriptie. De stoepa werd in 1809 bezocht door Mountstuart Elphinstone, de eerste Britse gezant naar Afghanistan, die er uitgebreid verslag van deed. In 1830 ontdekte Jean-Baptiste Ventura, een Italiaanse generaal in dienst van maharadja Ranjit Singh, een aantal relikwieën die nu in het bezit van het British Museum zijn. In 1891 werd de stoepa gerestaureerd maar is nog steeds behoorlijk vervallen, o.a. door beschadigingen van eerdere plunderingen.