Stadhuis van Terneuzen

Stadhuis Terneuzen
Het stadhuis in 2025, gezien vanaf de Westerschelde, met de vlag van Terneuzen zichtbaar op het dak
Het stadhuis in 2025, gezien vanaf de Westerschelde, met de vlag van Terneuzen zichtbaar op het dak
Locatie
Plaats Oostelijk Bolwerk 4, Terneuzen
Adres Oostelijk Bolwerk 4, Centrum, TerneuzenBewerken op Wikidata
Coördinaten 51° 20 NB, 3° 50 OL
Status en tijdlijn
Status bestaand
Start bouw 1963
Gereed 1972
Huidig gebruik stadhuis
Eigenaar Gemeente Terneuzen
Architectuur
Stijlperiode Brutalisme
Bouwkundige informatie
Architect(en) Jaap Bakema
Aannemer(s) Ballast Nedam
Prijzen en erkenningen
Monumentstatus Rijksmonument (voorgedragen)
Detailkaart
Stadhuis van Terneuzen (Zeeland)
Stadhuis van Terneuzen
Portaal  Portaalicoon   Civiele techniek en bouwkunde

Het stadhuis van Terneuzen is gebouwd tussen 1963 en 1972 naar een ontwerp van Jaap Bakema. Het wordt gezien als een van de hoogtepunten van het brutalisme in Nederland.[1][2] In 2025 werd het voorgedragen als Rijksmonument.[1]

Geschiedenis

De gemeente Terneuzen kampte na de oorlog met ruimtegebrek en huisde in verschillende panden in de stad. Ook was de stad aan het groeien: chemiegigant Dow Chemical vestigde zich in de stad en de dorpen Zaamslag, Hoek en Biervliet werden bij de gemeente Terneuzen gevoegd. Terneuzen werd in die periode ook wel 'klein Rotterdam' genoemd.[3]

In 1963 kreeg Jaap Bakema van het bureau Van den Broek en Bakema de opdracht om een nieuw stadhuis te ontwerpen. Het bureau werd direct benaderd door burgemeester Rijpstra zelf.[2]

Oorspronkelijk had Bakema als locatie de voormalige Arsenaalskazerne aan de rand van de stad voorzien. Dit werd echter gezien als te ver van de nieuwe uitbreidingswijken. De tweede keus was de definitieve locatie, op een prominente plek aan de dijk langs de Westerschelde.[2]

Het ontwerp van Bakema zou een 'stuk plezier' in beton, staal, glas en hout worden. Bakema had een stijl waarin het pragmatische werd gekoppeld aan sociaal engagement. Zo werd de bovenste verdieping niet bestemd voor het college of de ambtenaren, maar voor de burgerzaal, waar burgers een fraai uitzicht hadden over stad en Westerschelde.[4] Bakema noemde zijn ontwerp ‘een gastvrij huis, van bonkig materiaal’.[3] Een aantal destijds vernieuwende technieken werden gebruikt, zoals Toll-o-fect verf voor de wanden.[4]

Vanwege de hoogteverschillen in het terrein werd gekozen voor een speelse opzet: een centrale kern met vloeren die telkens een halve etage verspringen. Ze worden aan elkaar gekoppeld door een centraal trappenhuis. Op de derde verdieping is een deel van de constructie doorgezet op het terras. Dit toont de constructie open en bloot, maar zou ook kunnen dienen om het gebouw uit te breiden.[5] Het ontwerp voor het stadhuis was losjes gebaseerd op een nooit gerealiseerde uitzichttoren van Van den Broek en Bakema voor de Floriade van 1960 in Rotterdam.[2] Daar werd echter gekozen voor het ontwerp van Huig Maaskant voor de Euromast.

Het stadhuis roept associaties op met een groot schip aan de oever, en het stadhuis zou dan ook de bijnaam 'slagschip' hebben.[4]

De aannemer van het gebouw was Ballast Nedam, die het in 1972 opleverde voor een bedrag van 4,2 miljoen gulden. In totaal heeft het stadhuis 6.000 vierkante meter aan vloeroppervlak[5] en is er voor 3.500 kubieke meter aan beton in verwerkt.[2]

Het stadhuis wordt aan Bakema toegeschreven, maar het is mogelijk dat een groot deel van het werk werd verricht door zijn collega's Tom Kruijne, Dick Paul en Jos Weber.[2]

Nieuwbouw

In de jaren negentig was het stadhuis wederom te klein geworden. Koen van Velsen ontwierp een nieuw stadskantoor met blauw geglazuurde gevelstenen.[3] Deze nieuwbouw staat op een redelijke afstand van het oorspronkelijke gebouw om ze allebei tot hun recht te laten komen. Tussen de twee gebouwen is een ondergrondse ruimte van twee verdiepingen met een patio aangelegd die beide delen met elkaar verbindt. In dit deel bevindt zich nu ook de hoofdingang.

Historische waarde en rijksmonumentale status

De reacties na oplevering waren weinig positief. In een bijlage van de Provinciale Zeeuwse Courant ter ere van de opening waren, afgezien van de opdrachtgever en architect zelf weinig positieve woorden te horen. Het gebouw kwam in de decennia erna vaak op lijstjes terecht met 'lelijkste gebouwen van Nederland' en werd er wel eens geopperd om het te slopen.[2]

In de loop der jaren is de waardering voor het brutalisme, en het stadhuis van Terneuzen echter toegenomen. In 2023 stond het stadhuis op de tweede plek in de top 20 van belangrijkste brutalistische gebouwen in Nederland in het overzichtsboek BRUUT. Op de eerste plek stond de aula van de TU Delft, tevens een ontwerp van Van den Broek en Bakema.[2]

In 2022 vroeg de gemeente aan haar inwoners of het stadhuis een rijksmonument moest worden, driekwart van de ondervraagden vond dat een goed idee.[2] Op 4 september 2025 werd bekend dat het stadhuis inderdaad wordt voorgedragen als nieuw Rijksmonument uit de zogenaamde Post 65-periode. Het wordt aangemerkt als een van de hoogtepunten van het brutalisme in Nederland.[1] Het is volgens de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed een belangrijk symbool van economische en industriële groei uit de periode. Daarnaast is het een belangrijk werk uit het oeuvre van Van den Broek en Bakema.

Trivia

  • Het stadhuis werd als filmlocatie gebruikt voor de kantoorscènes in de Nederlandse film Weg Van Jou uit 2017.
  • In 2025 was het stadhuis het decor voor de uitvoering van The Passion.[6]

Fotogalerij (exterieur)

Fotogalerij (interieur)

Zie de categorie Stadhuis van Terneuzen van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.