St. Judes

St. Judes
Plaats in Canada Vlag van Canada
St. Judes (Newfoundland en Labrador)
St. Judes
Situering
Provincie Newfoundland en Labrador
Censusdivisie Divisie Nr. 5
Regional service board Western Region
Coördinaten 49° 9 NB, 57° 28 WL
Algemeen
Inwoners
(2021)
185
Overig
Postcode A8A 3A1 en A8A 3A2[1]
Netnummer 709
Tijdzone UTC−3:30
Foto's
Welkomstbord langs de hoofdbaan
Welkomstbord langs de hoofdbaan
Portaal  Portaalicoon   Canada

St. Judes is een plaats en local service district in de Canadese provincie Newfoundland en Labrador. Het dorp ligt aan de oevers van het Deer Lake, in het westen van het eiland Newfoundland, en telt 185 inwoners (2021).[2] Het is een ruim 3 km lang lintdorp net buiten het grondgebied van de gemeente Deer Lake.

Toponymie

De plaats ontstond in de jaren 1920 en stond oorspronkelijk bekend als Waterchute of Water Chute. Dit aangezien er zich een goot (chute) bevond die water van een afgedamd beekje tot aan de toenmalige spoorweg bracht, zodat stoomlocomotieven er konden stoppen om water bij te tanken.

Tegen 1960 hadden alle stoomtreinen in Newfoundland plaatsgemaakt voor dieseltreinen,[3] waardoor er ook een einde kwam aan de functie van de chute, die uiteindelijk werd verwijderd. In die periode kreeg de plaats, op aanraden van een priester uit de omgeving, een nieuwe naam: St. Judes, naar de apostel Judas Taddeüs.[4]

Hoewel St. Judes de officiële schrijfwijze is,[5] wordt de naam soms ook geschreven als St. Jude's, met een apostrof.

Geschiedenis

Ontstaansgeschiedenis

Newfoundland was een van de eerste gebieden in Noord-Amerika die door Europeanen werden gekoloniseerd. Toch bleef het binnenland eeuwenlang vrijwel onaangeroerd, omdat de economische rijkdom vooral uit de zeevisserij kwam. Tot in de 19e eeuw bestond de omgeving rond het Deer Lake dan ook uit ongerepte wildernis, slechts sporadisch bezocht door onder meer jagers van het inheemse Beothuk- en Mi'kmaqvolk.

De aanleg van de Newfoundland Railway bracht hierin verandering. Deze spoorlijn, die het eiland over bijna 900 km van oost naar west doorkruiste, was cruciaal voor de economische ontsluiting van grote delen van het Newfoundlandse binnenland. Hoewel de volledige lijn pas in 1898 voltooid werd, was het traject langs de oevers van het Deer Lake al in 1895 afgewerkt. De spoorlijn volgde de zuidelijke oever van het meer, op de meeste plaatsen op slechts enkele tientallen meters van het water.

De aanleg van de spoorlijn vormde de aanleiding voor het ontstaan van de huidige nederzettingen in de regio. Net ten noorden van het huidige St. Judes werd een nevenspoor met bijhorend station gebouwd, wat leidde tot de ontwikkeling van het gehucht Lake Siding.[6] Omdat dit al in de jaren 1890 gebeurde, was Lake Siding een van de oudste nederzettingen in de omgeving. Het gehucht kende een snelle groei en strekte zich begin 20e eeuw gedeeltelijk uit tot in het noordelijkste deel van het huidige St. Judes – een herinnering daaraan is vandaag nog de Lake Siding Road.

Deze te Corner Brook tentoongestelde stoomlocomotief was vanaf de jaren twintig actief op de Newfoundland Railway en was dus een van de locomotieven die gebruik kon maken van de chute te St. Judes

Toch wordt het eigenlijke ontstaan van St. Judes meestal gelinkt aan het voor de regio belangrijke jaar 1923. In dat jaar begon de bouw van de Waterkrachtcentrale Deer Lake – wat ook de snelle opkomst van het gelijknamige dorp in gang zette – evenals de voorbereidingen aan de bouw van de houtpulp- en papierfabriek van Corner Brook. Nog in 1923 werden alle faciliteiten van Lake Siding, waaronder het station en postkantoor, gesloten ten voordele van het 7 km zuidwestelijker gelegen Little Harbour. Tussen Little Harbour en Deer Lake werd halverwege een beek afgedamd en een goot (chute) aangelegd tot aan de spoorlijn, bedoeld om stoomlocomotieven van water te voorzien.

De bouw van de waterkrachtcentrale en de snelle expansie van Deer Lake zorgden voor een grote vraag naar arbeiders, met name bouwvakkers en houthakkers. In de jaren 1920 vestigden zich daarom meerdere families in de buurt van de genoemde "chute", wat al gauw leidde tot het ontstaan van een nieuwe nederzetting: Waterchute.

Stichting en groei van het dorp

De families die in de jaren twintig en dertig van de twintigste eeuw aan de wieg stonden van het huidige St. Judes, waren vrijwel allemaal afkomstig uit de regio rond de St. George's Bay. Onder hen bevonden zich onder andere de families Alexander, Barker, Bennett, Hynes, Leroux, Rubia en Young. De meeste van deze pioniers hadden een Franco-Newfoundlandse achtergrond – al dan niet met een verengelste familienaam[n 1] – en hun namen behoren nog steeds tot de meest voorkomende in het dorp.

In de beginperiode werd de plaats nog niet als een zelfstandig dorp beschouwd, maar eerder als een gehucht van Little Harbour. Bij de volkstelling van de Kolonie Newfoundland in 1935 werden de inwoners dan ook onder die plaats geregistreerd.

Eind jaren dertig werd een verbindingsweg aangelegd tussen Deer Lake en Corner Brook, parallel aan de spoorlijn. Deze weg liep door het dorp, wat de groei ervan sterk bevorderde. De meeste nieuwkomers kozen er sindsdien dan ook voor hun huis langs deze weg te bouwen, in plaats van aan de spoorlijn.[n 2]

In de Newfoundlandse volkstelling van 1945 werd Water Chute voor het eerst als aparte plaats geregistreerd. Het dorp telde toen 25 huishoudens met in totaal 160 inwoners: 88 mannen en 72 vrouwen.[7] Het was een jonge gemeenschap waar twee derde van de bevolking jonger dan 20 was. Maar liefst 151 inwoners (94%) waren rooms-katholiek.

Landbouw speelde in 1945 slechts een bescheiden rol. Er was zo'n 11 hectare aan landbouwgrond, grotendeels in gebruik als hooiland.[8] De meeste mannen in het dorp werkten destijds als houthakker. Daar kwam in de jaren zestig verandering in, omdat er door de toenemende mechanisatie veel minder houthakkers nodig waren om de papierfabriek in Corner Brook te bevoorraden. Sindsdien pendelen de meeste inwoners van St. Judes naar elders voor werkgelegenheid, al bleef de houtkapsector nog decennialang van secundair belang.

Nog in de jaren zestig werd de weg tussen Deer Lake en Corner Brook opgenomen in de toen voltooide Route 1, het Newfoundlandse deel van de Trans-Canada Highway. De ligging aan deze hoofdverkeersader, gecombineerd met het toenemende belang van wegverkeer, stimuleerde de verdere groei van het dorp en leidde tot de ontwikkeling ervan tot het uitgesproken lintdorp dat het vandaag is. Het dorp had in die periode ook een kleine rooms-katholieke lagere school, al gingen de meeste kinderen naar scholen in Deer Lake. In 1966 telde de plaats reeds 309 inwoners verspreid over 50 huishoudens.[9] In 1971 bereikte St. Judes zijn demografisch hoogtepunt met 324 inwoners.

Datzelfde jaar publiceerde de overheid een sociaaleconomische studie waarin gemeentevrije dorpen een score kregen op basis van hun mate van isolement, met het oog op mogelijke opname in het federaal-provinciale hervestigingsprogramma. St. Judes behaalde daarin 5 op 10, een relatief goede score binnen censusdivisie nr. 5. Pluspunten waren de ligging aan een hoofdweg, een lagere school in het dorp en de nabijheid van een middelbare school, huisarts en verpleegpost in Deer Lake. Minpunten waren de grote afstand tot het dichtstbijzijnde ziekenhuis (ruim 50 km) en het toenmalige ontbreken van vaste telefonie.[9]

St. Judes als local service district

Tot midden jaren tachtig kende het dorp geen enkele vorm van lokaal bestuur. Dat veranderde in 1985 met de oprichting van het Local Service District of St. Judes.[10] De plaats bleef dus gemeentevrij, maar kreeg wel beperkt zelfbestuur, gefinancierd via het doorrekenen van kosten voor specifieke diensten in plaats van via belastingen. In 1990 was de enige financiële bijdrage die aan huishoudens gevraagd werd een jaarlijks bedrag van 60 Canadese dollar voor de vuilnisophaling. De inwoners voorzagen in hun eigen water via persoonlijke waterputten of uit beken.

In de jaren na de oprichting van het local service district liet de provincie een haalbaarheidsstudie uitvoeren naar een mogelijke fusie van de gemeente Deer Lake met de omliggende dorpen Nicholsville, Reidville, Spillway en St. Judes. Tijdens hoorzittingen spraken de vertegenwoordigers van St. Judes zich fel uit tegen annexatie. Er was tegenkanting tegen het invoeren van belastingen, er werd gevraagd of de fusiegemeente waterleidingen en riolering zou aanleggen, evenals of St. Judes een gegarandeerde vertegenwoordiging in de gemeenteraad zou krijgen. Vanwege de sterke eigen identiteit, geografische ligging en hoge kosten voor infrastructuurverbetering werd St. Judes uit het traject gehaald. Uiteindelijk traden in 1994 alleen Nicholsville en Spillway toe tot de nieuwe fusiegemeente.[11]

De Newfoundland T'Railway in St. Judes

In 1988 kwam er een einde aan het treinverkeer op Newfoundland, dat sinds de jaren zestig uitsluitend nog uit goederentreinen bestond. De spoorlijn werd volledig ontmanteld en heraangelegd als een recreatief langeafstandspad dat openstaat voor wandelaars, mountainbikers, ruiters, quads, langlaufers en sneeuwscooters. In 1997 kreeg dit honderden kilometers lang traject onder de naam Newfoundland T'Railway de officiële status van provinciaal park.[12]

St. Judes had in de jaren tachtig en negentig in de streek voornamelijk bekendheid vanwege het groot aantal inwoners dat langs de kant van de weg allerhande lokaal verkregen artikelen aanbood, zoals levend aas in de zomer, bosbessen in de herfst en geschoten hazen in de winter.[n 3] Het was hier als lint langs de Trans-Canada Highway (TCH) dan ook een ideale locatie voor.

De erg drukke weg die dwars door St. Judes liep was echter nadelig voor zowel de leefbaarheid als verkeersveiligheid. Al in 1990 bestonden er plannen voor een omleidingsroute, zodat de TCH het dorp volledig zou vermijden. In 2000 werd de 4 km lange bypass uiteindelijk aangelegd, een project van 2,5 miljoen dollar.[13][14] Sindsdien dient de kaarsrechte hoofdweg van St. Judes enkel voor lokaal verkeer, met aansluitingen op de TCH via een op- en afrittencomplex in het noordoosten en een gelijkvloerse T-splitsing in het zuidwesten.

Na ruim twee decennia van demografische neergang is het inwonertal van St. Judes sinds het begin van de 21e eeuw gestabiliseerd op ongeveer 200. Ook het aantal permanent bewoonde woningen bleef tussen 2001 en 2021 stabiel op ongeveer 80.[15]

In 2015 vereffende het bestuur van het local service district een schuld van 23.000 Canadese dollar aan buurgemeente Deer Lake, waarvan St. Judes in hoge mate afhankelijk is voor haar dienstverlening. Door de oplopende schuld had Deer Lake in 2014 de vuilnisophaling in St. Judes gedurende een half jaar stopgezet. Als gevolg daarvan zag het LSD-bestuur zich genoodzaakt de bijdragen van bewoners te verhogen en een incassobureau in te schakelen voor wanbetalers, terwijl Deer Lake op haar beurt afzag van het aanrekenen van intresten.[16]

Het dichtbeboste heuvelland ten oosten en zuiden van St. Judes – aan de andere kant van de Trans-Canada Highway – werd in 2021 volledig geannexeerd door Deer Lake.[17] Voorheen werd dit onbewoonde gebied voor statistische redenen nog deels tot St. Judes gerekend. Sinds deze annexatie is de plaats vrijwel volledig omsingeld door haar buurgemeente.[n 4]

Geografie

De oever van het Deer Lake te St. Judes in 2025 (met een uitzonderlijk lage waterstand vanwege de droogte dat jaar)

Situering en omschrijving

St. Judes ligt aan de oevers van het Deer Lake, een groot meer in de Humbervallei in het westen van Newfoundland.[5] Het dorp bevindt zich nabij het noordoostelijke uiteinde van het meer, op slechts twee kilometer ten zuidwesten van het dorp Deer Lake, dat geldt als een belangrijk dienstencentrum en transportknooppunt voor de regio. Tussen beide plaatsen ligt Spillway, een buurt die tot de gemeente Deer Lake behoort. St. Judes zelf ligt echter in gemeentevrij gebied.

In zuidwestelijke richting is het dichtstbijzijnde gehucht Little Harbour (5 km), terwijl Pasadena (19 km) de eerste grotere nederzetting is. De dichtstbijzijnde stad is Corner Brook, gelegen voorbij Pasadena op 47 km van St. Judes.

Gelijkvloerse samenkomst van de hoofdbaan van St. Judes met de Trans-Canada Highway
Zicht bergafwaarts vanaf Youngs Hill Road, met rechts twee hoogspanningsmasten

De plaats is in feite een lintnederzetting van zo'n 3,5 km lang langs een kaarsrecht stuk van het voormalige tracé van de Trans-Canada Highway (TCH). Sinds 2000 loopt die autoweg via een bypass om de plaats heen. De hoofdweg van St. Judes is tevens de enige toegangsweg voor autoverkeer, bereikbaar via het op- en afrittencomplex van de TCH in het noordoosten of via de gelijkvloerse T-splitsing in het zuidwesten. Daarnaast telt het dorp slechts vijf andere straten: Bennett's Drive, Mountainview Drive, Youngs Hill Road, Lake Siding Road en Lakeview Drive. Deze doodlopende wegen dienen uitsluitend om enkele huizen met de hoofdweg te verbinden. Parallel aan de hoofdweg loopt, dichter bij de oever van het meer, de Newfoundland T'Railway, een recreatief langeafstandspad. Aan de andere zijde van de weg bevinden zich twee hoogspanningslijnen.

De plaats vertoont een verspreid bebouwingspatroon met enkele kleine clusters, met aan de landinwaartse zijde van de hoofdbaan daarenboven veel woningen die een lange oprit hebben. Het resultaat is een uitgestrekte, dunbevolkte nederzetting zonder enige dorpskern.

Door haar ligging in de Humbervallei vertoont de bosrijke plaats een opmerkelijk hoogteverschil. De oever van het meer bevindt zich slechts 5 meter boven zeeniveau, terwijl de TCH, op maximaal 600 meter landinwaarts, al een hoogte van 70 meter bereikt.[5] Ter hoogte van het dorp mondden twee kleine beekjes uit in het meer, namelijk de Chute Brook en de Uncle Arthur Brook. Beide zijn inmiddels stroomopwaarts van het dorp afgedamd en staan ter hoogte van hun monding daarom in de zomer soms volledig droog. De enige noemenswaardige waterloop bij St. Judes is de Lanes Brook, een relatief grote beek die in de praktijk de zuidgrens van de plaats vormt. Ze passeert via een duiker onder de TCH en gaat via twee duikers onderdoor de T'Railway, op de plek waar zich ooit een spoorwegbrug bevond.[18]

Geologie

De ondergrond van St. Judes bestaat voor het overgrote deel uit lacustriene en mariene sedimenten.[19] Uitzonderingen daarop zijn een dunne, grotendeels geërodeerde laag glaciale afzettingen in de hoogstgelegen delen van St. Judes en fluviatiele afzettingen in de onmiddellijke omgeving van de Lanes Brook.[19]

Deze afzettingen dateren uit het Kwartair en zijn dus relatief jong. In de lagere delen van de Humbervallei vormen ze vrijwel overal een meer dan twintig meter dikke laag en ter hoogte van St. Judes is deze zelfs 76 meter dik.[20] Onderzoek toont aan dat het oorspronkelijk een diepe, smalle depressie betrof dewelke grotendeels opgevuld is. Dit contrasteert met het aangrenzende gebied (zoals in de Long Range), waar de bedrock zeer dicht onder of zelfs aan het oppervlak ligt.[20] De eigenlijke bedrock onderliggend aan het Deer Lake, dewelke ter hoogte van St. Judes dus tientallen meters diep ligt, bestaat uit Mississippien gesteente.[21]

Demografie

Statistics Canada beschouwt St. Judes in het kader van haar vijfjaarlijkse volkstellingen als een designated place binnen de provinciale Divisie Nr. 5. Volgens de volkstelling van 2021 telde St. Judes dat jaar 185 inwoners. Het dorp had 92 woningen, waarvan er 83 permanent bewoond waren – gemiddeld woonden er dus 2,2 personen per huishouden. De bevolking van St. Judes vergrijst: de mediaanleeftijd bedroeg er in 2021 56,8 jaar, ruim vijftien jaar boven de Canadese mediaan. Bijna driekwart van de inwoners was datzelfde jaar ouder dan 40.

Bevolkingsevolutie

Demografische ontwikkeling van St. Judes tussen 1945 en 2021
Bron: 1945[22], 1951–1961,[23] 1966–1971[24], 1981[25][n 5], 1991–1996[26], 2001–2006[27], 2011–2016[28], 2021[29]

Afkomst, etniciteit en taal

Statistics Canada verzamelt voor elke gemeenschap gegevens over onder meer etniciteit en migratie via een gestratificeerde systematische steekproef van 25% van de bevolking. In St. Judes kwam in 2021 daaruit niemand naar voren met een buitenlandse nationaliteit, een migratieachtergrond of behorend tot een "zichtbare minderheid".[n 6]

Volgens dezelfde gegevens had naar schatting 40 à 45% van de inwoners in 2021 een inheemse identiteit. Het merendeel van hen was volledig van First Nations-afkomst, al bestaat er ook een subgroep met deels Europese (blanke) wortels. De meesten gaven hun "etnische of culturele achtergrond" niet verder op dan "First Nations" of "inheems", terwijl degenen die dat wel deden allemaal aangaven Mi'kmaq of Qalipu Mi'kmaq te zijn.

De overige 55 à 60% van de bevolking is blank en heeft dus een Europese achtergrond — net als een deel van de inheemse bevolking met gemengde voorouders. Uit de steekproef bleek dat hun Europese herkomst voornamelijk terug te voeren is op Engeland, Ierland, Schotland en Frankrijk.

Alle inwoners gaven Engels op als moedertaal, en niemand sprak daarnaast nog een tweede taal.[n 7] Hoewel een minderheid zich etnisch of cultureel nog rekent tot de Franco-Newfoundlandse gemeenschap, is er in St. Judes dus geen sprake van een Franstalige minderheid.

Religie

Uit de eerder vermelde steekproef van 25% van de bevolking bleek in 2021 dat de overgrote meerderheid van de inwoners zich als christen identificeert. St. Judes is historisch gezien overwegend rooms-katholiek, en ook in 2021 vormden de katholieken nog steeds de grootste christelijke gemeenschap. Daarnaast woonde er in het dorp ook een kleinere groep anglicanen en pinksterchristenen. In het dorp staat geen kerk, waardoor inwoners voor religieuze diensten naar Deer Lake gaan.

Bestuur en politiek

Lokaal

Centraal in St. Judes heeft het LSD-bestuur een aanplakbord voorzien

Hoewel St. Judes in gemeentevrij gebied ligt, beschikt het sinds 1985 over een beperkte vorm van lokaal bestuur dankzij zijn status als local service district (LSD). De beperkte voorzieningen en diensten die worden aangeboden, worden rechtstreeks aan de inwoners gefactureerd, aangezien een LSD geen belastingen mag heffen.

De LSD-raad van St. Judes bestaat uit zeven verkozen leden, waarvan één wordt aangeduid als voorzitter.[16] Deze raadsleden zijn onafhankelijke vrijwilligers die geen loon ontvangen, hoogstens een kleine vergoeding. Er is ook geen centraal gebouw zoals een gemeentehuis; het bestuur beschikt enkel over een postbus voor officiële correspondentie. In 2021 was Faron Young de voorzitter van het LSD.[30]

De belangrijkste diensten waarvoor het LSD van St. Judes verantwoordelijk is, zijn vuilnisophaling en brandweer. In de praktijk worden deze diensten echter geleverd door de buurgemeente Deer Lake, waaraan het LSD-bestuur betaalt met het geld dat het via facturatie bij de inwoners int.[16]

Hoewel het dorp bestuurlijk in theorie losstaat van Deer Lake, valt het wel binnen de Municipal Planning Area van die gemeente. Hierdoor beschikt het gemeentebestuur van Deer Lake over de volledige bevoegdheid inzake ruimtelijke ordening binnen het LSD, gaande van bouwvergunningen tot voorschriften over tuinhekken en reclamepanelen.[31][32]

Bovenlokaal

Newfoundland en Labrador is de enige Canadese provincie zonder een bovenlokale bestuurslaag.[33] De enige uitzondering vormen de regional service boards (RSB's), die zich voornamelijk bezighouden met afvalverwerking. St. Judes ligt binnen het uitgestrekte werkingsgebied van het Western Regional Service Board. In de raad van dat orgaan worden Deer Lake en St. Judes samen vertegenwoordigd door één afgevaardigde.[34]

Bij provinciale verkiezingen behoort het dorp tot het kiesdistrict Humber–Gros Morne, en bij federale verkiezingen tot het kiesdistrict Long Range Mountains.

Watervoorziening

Het local service district beschikt over twee kleine stuwdammen: de Chute Brook Dam en ongeveer de 300 m zuidelijker gelegen Uncle Arthur Brook Dam.[35] Beide bevinden zich in het bos net ten oosten van de Trans-Canada Highway, op het grondgebied van Deer Lake. De Uncle Arthur Brook Dam is ongeveer 12 meter lang en houdt een stuwmeer van circa 2,5 are in stand; de andere dam en het bijbehorende stuwmeer zijn ongeveer half zo groot. Het gebied rond en stroomopwaarts van beide meren is sinds 2007 erkend als waterbeschermingsgebied.[36][37]

In 2025 voorzien deze twee kleine stuwmeren samen slechts 59 inwoners van leidingwater. De overige circa 70 procent van de dorpsbewoners maakt nog gebruik van eigen waterputten.[38] Omdat het LSD onvoldoende middelen heeft om het waterdesinfectiesysteem operationeel te houden, is het leidingwater niet drinkbaar en worden sinds 2011 alle aangesloten inwoners aangeraden het voor gebruik te koken.[38]

Galerij

Zie ook

Bronvermelding

Zie de categorie St. Judes van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.