Spitscellige donsinktzwam
| Spitscellige donsinktzwam | ||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
![]() | ||||||||||||||
| Taxonomische indeling | ||||||||||||||
| ||||||||||||||
| Soort | ||||||||||||||
| Ephemerocybe impatiens (Fr.) Kun L. Yang, Jia Y. Lin & Zhu L. Yang, in Yang, Lin, Li & Yang (2025 [1]) | ||||||||||||||
| Synoniemen | ||||||||||||||
|
Coprinellus impatiens | ||||||||||||||
| Afbeeldingen op | ||||||||||||||
| ||||||||||||||
De spitscellige donsinktzwam (Ephemerocybe impatiens; synoniem: Coprinellus impatiens) is een schimmel in de familie Psathyrellaceae.
Kenmerken
Uiterlijke kenmerken
- Hoed
De hoed heeft een diameter van 2–4 cm. Bij jonge vruchtlichamen cilindrisch of eivormig, bij volgroeide exemplaren breed kegelvormig. Het oppervlak is diep geplooid. De kleur is licht oker met een licht oranje centrum; verkleurend naar grijs en uiteindelijk zwart, maar zonder te vervloeien.[2]
- Lamellen
De lamellen zijn aangehecht tot vrij.[2] Bij jonge exemplaren crème-vleeskleurig, maar ze worden snel donkerder; aanvankelijk bruingrijs, later donker purperbruin.
- Steel
De steel is 4–9 cm lang en 0,2–0,4 cm dik. De kleur is wit; zijdeachtig glad. De steelbasis is grijs en viltig. De steel heeft geen ring.[2] Het oppervlak is glad, witachtig en zijdeachtig met fijne, langwerpige vezeltjes. D
- Geur en smaak
De geur en smaak is niet uitgesproken.[2]
- Sporenprint
De sporenprint is zeer donkerbruin, vrijwel zwart.[2]
Microscopische kenmerken
De basidia zijn 4-sporig, meten 20–40 × 9–10 µm en zijn omgeven door 4–6(7) pseudoparafysen. De sporen zijn donker roodbruin, ellipsoïde, glad met een zwak excentrisch tot bijna centrale kiempore van 1,3–1,5 µm breed en meten 10,5–11,5 × 6,0–7,5 µm, (Q = 1,45–1,75, Q-gem = 1,55–1,65). De cheilocystiden zijn lageniform (kolfvormig) met duidelijk taps toelopende hals en een 2–6 µm brede top en meten 25–50 × 8–15 µm. Pleurocystiden zijn afwezig. De pileocystiden zijn lageniform met taps toelopende hals, 3–6 µm breed aan de top en meten 50–100(125) × 12–22 µm. De caulocystiden zijn subcylindrisch met verbrede basis of lageniform en meten 25–60 × 8,0–11 µm. Er zijn gespen aanwezig.[3]
Verwarrende sooten
De sporen zijn groter dan Coprinellus disseminatus (7–9,5 × 4–5 µm) en Coprinellus micaceus (7–10 × 4,5–6 µm), waarmee Coprinellus impatiens soms wordt verward.[2]
Ecologie
De paddenstoel leeft solitair of in kleine groepjes tussen strooisel onder loofbomen, vooral beuken; vrijwel altijd op kalkrijke bodem.[2]
Verspreiding
De spitscellige donsinktzwam komt voor in Noord-Amerika en Europa.
In Nederland komt de spitscellige donsinktzwam zeldzaam voor. hij staat niet op de rode lijst en is niet bedreigd.[4]
Foto's
- ↑ (en) Species Fungorum
- 1 2 3 4 5 6 7 (en) First Nature
- ↑ FAN 6
- ↑ NMV Verspreidingsatlas Paddenstoelen



