Spitscellige donsinktzwam

Spitscellige donsinktzwam
Spitscellige donsinktzwam
Taxonomische indeling
Rijk:Fungi (Schimmels)
Stam:Basidiomycota (Steeltjeszwam)
Klasse:Agaricomycetes
Onderklasse:Agaricomycetidae
Orde:Agaricales (Plaatjeszwam)
Familie:Psathyrellaceae
Geslacht:Ephemerocybe
Soort
Ephemerocybe impatiens
(Fr.) Kun L. Yang, Jia Y. Lin & Zhu L. Yang, in Yang, Lin, Li & Yang (2025 [1])
Synoniemen

Coprinellus impatiens
Coprinus impatiens
Tulosesus impatiens

Afbeeldingen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Schimmels

De spitscellige donsinktzwam (Ephemerocybe impatiens; synoniem: Coprinellus impatiens) is een schimmel in de familie Psathyrellaceae.

Kenmerken

Uiterlijke kenmerken

Hoed

De hoed heeft een diameter van 2–4 cm. Bij jonge vruchtlichamen cilindrisch of eivormig, bij volgroeide exemplaren breed kegelvormig. Het oppervlak is diep geplooid. De kleur is licht oker met een licht oranje centrum; verkleurend naar grijs en uiteindelijk zwart, maar zonder te vervloeien.[2]

Lamellen

De lamellen zijn aangehecht tot vrij.[2] Bij jonge exemplaren crème-vleeskleurig, maar ze worden snel donkerder; aanvankelijk bruingrijs, later donker purperbruin.

Steel

De steel is 4–9 cm lang en 0,2–0,4 cm dik. De kleur is wit; zijdeachtig glad. De steelbasis is grijs en viltig. De steel heeft geen ring.[2] Het oppervlak is glad, witachtig en zijdeachtig met fijne, langwerpige vezeltjes. D

Geur en smaak

De geur en smaak is niet uitgesproken.[2]

Sporenprint

De sporenprint is zeer donkerbruin, vrijwel zwart.[2]

Microscopische kenmerken

De basidia zijn 4-sporig, meten 20–40 × 9–10 µm en zijn omgeven door 4–6(7) pseudoparafysen. De sporen zijn donker roodbruin, ellipsoïde, glad met een zwak excentrisch tot bijna centrale kiempore van 1,3–1,5 µm breed en meten 10,5–11,5 × 6,0–7,5 µm, (Q = 1,45–1,75, Q-gem = 1,55–1,65). De cheilocystiden zijn lageniform (kolfvormig) met duidelijk taps toelopende hals en een 2–6 µm brede top en meten 25–50 × 8–15 µm. Pleurocystiden zijn afwezig. De pileocystiden zijn lageniform met taps toelopende hals, 3–6 µm breed aan de top en meten 50–100(125) × 12–22 µm. De caulocystiden zijn subcylindrisch met verbrede basis of lageniform en meten 25–60 × 8,0–11 µm. Er zijn gespen aanwezig.[3]

Verwarrende sooten

De sporen zijn groter dan Coprinellus disseminatus (7–9,5 × 4–5 µm) en Coprinellus micaceus (7–10 × 4,5–6 µm), waarmee Coprinellus impatiens soms wordt verward.[2]

Ecologie

De paddenstoel leeft solitair of in kleine groepjes tussen strooisel onder loofbomen, vooral beuken; vrijwel altijd op kalkrijke bodem.[2]

Verspreiding

De spitscellige donsinktzwam komt voor in Noord-Amerika en Europa.

In Nederland komt de spitscellige donsinktzwam zeldzaam voor. hij staat niet op de rode lijst en is niet bedreigd.[4]

Foto's