Spilleleen

Een spilleleen (spilleen) of konkelleen (Duits: Spilllehen of Kunkellehen) is in het leenstelsel een type leengoed dat zowel op een man als een vrouw kon vererven.

Een spilleleen werd ook wel goed of onversterfelijk leen genoemd. Een leen dat alleen op een man kon vererven, heet zwaardleen en staat ook als slecht of versterfelijk leen bekend.[1]

De graafschappen Henegouwen en Vlaanderen en Gelre voor zover het gebieden betrof tot Zutphens recht, zijn hier voorbeelden van. De woorden konkel en spil zijn ontleend aan het spinnen, vroeger een vrouwenarbeid bij uitstek.

In de Dialogus inter Romanum et Gelrensem milites super iure ducatus Gelrie uit 1495 betoogt een Gelderse ridder tegenover een Rooms-Duitse ridder dat Karel van Gelre de rechtmatige hertog van Gelre was via de vrouwelijke afstamming en dat Otto II (1229–1271), Reinald I (1271–1326) en Reinald II (1326–1343) destijds van de rooms-koning privileges hiertoe zouden hebben ontvangen.[2] Dit zou bovendien ook gelden voor de meeste vorstendom in het Heilige Roomse Rijk, waaronder Brabant, Vlaanderen, Holland, Henegouwen, Kleef en Berg.[2]